Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken › Forsters stern
Forsters stern | Sterna forsteri
Forster's Tern | Charrán de Forster
Forsters stern is de stern van het moeras: hij broedt op matten riet en zegge in binnenlandse plassen en in kwelders, en niet op het kale zandeiland waar de meeste sterns zitten. Hij is bovendien de enige middelgrote stern die de winter langs de Amerikaanse kust doorbrengt — een gegeven dat menige waarnemer in december uit de brand helpt.
Geluid
De roep is een laag, hees, dalend kjèrr, veel schorder en zwaarder dan het scherpe kie-jèrr van de visdief, en het beste kenmerk als de vogel te ver zit om de snavel te zien. Bij verstoring boven de kolonie klinkt daarnaast een kort, rauw zjaa, in snelle reeksen. Vrouwtjes bedelen met een aaneengesloten rij van dezelfde dalende roepen. Boven een kwelder in de schemering is dat geluid vaak het eerste teken dat er nog sterns zitten.
Opname: Valerie Heemstra — CC BY-NC-SA 4.0 · Blue Goose Trail, Sabine NWR, Cameron Parish, Louisiana, United States · xeno-canto
Herkenning
Een slanke, bleke stern met lange puntige vleugels en een diep gevorkte staart die in rust ver voorbij de vleugelpunten uitsteekt. In broedkleed: zwarte kap, oranje snavel met zwarte punt, oranje poten, en — anders dan bij alle verwante sterns — zilverwitte handpennen die lichter zijn dan de rest van de bovenvleugel. De staart is in het midden grijs en aan de buitenzijde wit, precies omgekeerd aan die van de visdief. Buiten de broedtijd is de kop wit met één losse, zwarte, kommavormige vlek rond oog en oorstreek; dat masker is kenmerkend. Jonge vogels hebben een zandkleurige waas op de rug, een kortere staart en hetzelfde oogmasker.
Verwarringssoorten
De visdief (Sterna hirundo) lijkt het meest op deze soort: die heeft in broedkleed een donkere wig in de buitenste handpennen waar Forsters stern juist zilverwit is, en een staart die buiten grijs en binnen wit is in plaats van andersom. In winterkleed loopt bij de visdief het zwart van de kap door tot in de nek en draagt zij een donkere schouderstreep, terwijl Forsters stern een schone witte nek heeft en alleen dat zwarte oogmasker. De noordse stern (S. paradisaea) heeft een geheel rode snavel zonder zwarte punt, korte poten en grijze onderdelen. In het binnenland van het westen is Forsters stern in de zomer meestal de enige middelgrote stern, en aan de kust in december vrijwel zeker de enige.
Sterns vergelijken: snavel, poten, kop en staart naast elkaar
Leefgebied
Zoetwatermoerassen met riet en zegge, brakke lagunes en zoute kwelders; het nest is een matje van plantenresten op een aangespoelde hoop, een oude muskusrattenburcht of een drijvend vlot. Buiten de broedtijd verschuift hij naar de kust: estuaria, riviermondingen, zeegaten en beschutte baaien, en landinwaarts naar grote meren en stuwmeren. Hij heeft ondiep, rustig water met veel kleine vis nodig en mijdt de open oceaan. Anders dan de visdief broedt hij vrijwel nooit op kaal zand.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt in twee gescheiden gebieden: in de binnenlandse moerassen van de prairie, van Alberta en Manitoba zuidwaarts tot Colorado en westwaarts tot Californië, Oregon en Washington, met een uitloper langs de Grote Meren; en in de kwelders van de Atlantische kust van New York tot North Carolina en langs de Golfkust tot Tamaulipas. Overwintert langs de kusten van Californië, de Golf van Mexico en het zuidoosten, en verder tot beide kusten van Mexico, Cuba, de Bahama's en Belize. Daarmee overwintert hij noordelijker dan enige andere Noord-Amerikaanse stern. In het binnenland is hij op doortrek bij vrijwel elk groter water te vinden.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Loop in september of oktober een kwelder of een groot stuwmeer af en zoek de stern met de zwarte oorvlek: alle andere middelgrote sterns hebben dan nog een donkere kruin of een donkere schouderstreep. Let bij het jagen op de manier van vliegen — Forsters stern hangt lager en langzamer boven het water dan de visdief en pikt vaak van het oppervlak in plaats van te duiken. In de winter is elke middelgrote stern boven een Amerikaanse baai eerst een Forsters stern tot het tegendeel blijkt.
Staat van instandhouding
De wereldpopulatie wordt geschat op ongeveer 98.000 broedvogels; de soort geldt als niet bedreigd (LC), maar de aantallen hangen scherp samen met de waterstand in de moerassen. Verlies en verdroging van binnenlandse wetlands en de stijgende zeespiegel in de kwelders zijn de twee grootste bedreigingen; in Illinois en Wisconsin staat hij op de deelstaatlijst als bedreigd. Als jager op vis in ondiep water hoopt hij kwik, PCB's en selenium op, wat in vervuilde gebieden tot mislukte broedsels leidt. Kunstmatige nestvlotten worden met succes gebruikt.
Wetenschappelijke naam
Sterna forsteri | Nuttall, 1834
Thomas Nuttall beschreef de soort in 1834 als Sterna forsteri; het geslacht is sindsdien niet veranderd, en daarom staan auteur en jaartal zonder haakjes. Sterna gaat terug op het Oudengelse stearn, 'stern'. De soortnaam eert Johann Reinhold Forster, de Duitse natuuronderzoeker die met Cook meevoer en als eerste opmerkte dat deze Amerikaanse vogels van de visdief verschilden. Het beschreven exemplaar kwam van de oevers van de Saskatchewan, tussen Cumberland House en Lake Winnipeg.




