Alle soorten › Zangvogels › Rietzangers › Hawaiikarekiet
Hawaiikarekiet | Acrocephalus familiaris
Millerbird | Carricero familiar
De hawaiikarekiet dankt zijn Engelse naam aan zijn voedsel: hij eet nachtvlinders, in het Engels millers, en werkt er zes tot tien per dag weg. Zijn hele wereld is Nihoa, een steile rots van nog geen zeventig hectare, tweehonderdveertig kilometer ten noordwesten van Kauaʻi. Sinds 2011 is er een tweede groep op Laysan — het eiland waar de soort honderd jaar eerder juist verdween.
Geluid
Het mannetje zingt vanaf de top van een struik, luid en ver dragend voor zo'n klein vogeltje: een ratelende babbel van ruwe en volle noten, in korte frasen die twee- of driemaal achtereen worden herhaald. Buiten die zangposten blijft hij in de dekking, en dan zijn het vooral korte, harde roepjes die hem verraden. Er is op Nihoa weinig dat ermee concurreert: behalve de zee, de wind en de zeevogelkolonies zijn er maar twee landvogels, en de andere — de nihoavink (Telespiza ultima) — zingt hoog en kanarieachtig. Wie op het eiland werkt hoort de karekiet daardoor voortdurend en ziet hem zelden lang achtereen.
Opname: Eric VanderWerf — CC BY-NC-SA 3.0 · Nihoa Island, Hawaii, United States · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer dertien centimeter: van boven donker olijfbruin met grijzige veerranden, van onderen grijswit met een okerbruine waas op de flanken. De snavel is dun en zwartachtig, de poten zijn donkergrijs, en boven het oog staat hooguit een vage lichte streep — verdere tekening is er niet. Mannetje en vrouwtje zien er gelijk uit; het vrouwtje is gemiddeld iets kleiner. De staart is lang en wordt vaak licht geheven, de vleugels zijn kort en rond: hij vliegt laag en kort van struik naar struik en nooit ver over open terrein.
Verwarringssoorten
Op Nihoa is de enige andere landvogel de nihoavink, op Laysan de laysanvink (Telespiza cantans); beide zijn veel groter, met een zware bleke zaadsnavel en geel in het verenkleed, en beide hippen open en bloot over de grond, terwijl de karekiet in de struik blijft. Verder is er niets om hem mee te verwarren: wat er nog vliegt is zeevogel en van een andere orde van grootte. De vraag op deze eilanden is dan ook nooit welke soort het is, maar hoeveel het er zijn.
Leefgebied
Lage, dichte struiken op de terrassen en in de geulen van Nihoa — vooral aweoweo (Chenopodium oahuense) en ilima (Sida fallax), met daartussen de laatste palmen van de soort Pritchardia remota. Van het eiland is maar dertig tot veertig hectare als leefgebied bruikbaar. Hij zoekt zijn voedsel van bladeren, stengels, strooisel en de kale grond eronder, en houdt zijn leven lang een territorium van ongeveer een kwart hectare aan. Op Laysan gebruikt hij het struweel van Scaevola taccada en het pollengras rond het zoutmeer. Riet groeit er op geen van beide eilanden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
De soort komt alleen voor op Nihoa en Laysan, allebei in de noordwestelijke keten van de Hawaï-eilanden en allebei gesloten natuurgebied. Die eilanden liggen ver buiten de acht grote eilanden en staan daarom niet op het eilandkaartje van deze gids; op de hoofdkaart is alleen de staat Hawaï gekleurd. Op Laysan verdween de vogel rond 1923, nadat ingevoerde konijnen de begroeiing van het eiland hadden kaalgevreten. In september 2011 werden vierentwintig vogels per schip van Nihoa naar Laysan gebracht en in augustus 2012 nog eens zesentwintig; ze broedden er in het eerste jaar.
- Jaarrond
Waar en wanneer kijken
Dit is de enige vogel in deze gids die niet te gaan bekijken is: Nihoa en Laysan liggen in het Papahanaumokuakea-monument, en aan land gaan mag alleen met een vergunning voor onderzoek of beheer. Kom je er ooit met een werkploeg, zoek dan vroeg in de ochtend op de begroeide terrassen, laag in het aweoweo-struweel, en blijf stilstaan: de vogel is tam en komt uit zichzelf naar een roerloze waarnemer toe. De rest van ons kijkt naar de tellingen.
Staat van instandhouding
Bedreigd (EN). De hele soort werd in 2019 geschat op 1.907 vogels, met een marge van 1.291 tot 2.766, verdeeld over de twee eilanden, en op allebei nemen de aantallen toe; die tweede groep was in 2023 de reden om de soort van 'ernstig bedreigd' naar 'bedreigd' te zetten. Het gevaar is niet vervolging maar samenballing: twee kleine eilanden en verder niets — één brand kan Nihoa kaal zetten, zoals in 1885 gebeurde toen een gezelschap dat er aan land was gegaan de begroeiing per ongeluk in brand stak, en een orkaan of een lange droogte doet hetzelfde. Tussen 1999 en 2003 vraten uitbraken van de ingevoerde sprinkhaan Schistocerca nitens de vegetatie tot op de grond weg, en zou er ooit een rat aan land komen dan is het afgelopen; daarom geldt voor alles wat aan wal gaat een strenge quarantaine.
Wetenschappelijke naam
Acrocephalus familiaris | (Rothschild, 1892)
Rothschild beschreef de soort in 1892 als Tatare familiaris, naar vogels die Henry Palmer voor hem op Laysan had verzameld; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Acrocephalus werd in 1811 ingevoerd door de beide Naumanns, uit het Griekse akros, 'spits, bovenst', en kephale, 'kop'. familiaris is Latijn voor 'vertrouwd, van het huis', naar de tamheid van de vogels op Laysan. De typelocatie is daarmee Laysan — het eiland waar de soort verdween en waar ze in 2011 is teruggebracht.


