Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Geelgroene vireo

Geelgroene vireo | Vireo flavoviridis

Yellow-green Vireo | Vireo verdiamarillo

De geelgroene vireo is de tropische tegenhanger van de roodoogvireo: even groot, even traag foeragerend, maar geler van onder en zonder de scherpe zwarte omlijsting van de kruin. Hij broedt van Sonora en Tamaulipas zuidwaarts en raakt de Verenigde Staten alleen in het dal van de benedenloop van de Rio Grande.

Geelgroene vireo (Vireo flavoviridis)
Foto: DickDaniels — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit korte, herhaalde frasen van twee tot vier noten, met korte pauzes ertussen, en wordt gedurende de ochtend lange tijd volgehouden. De frasen zijn korter en volgen elkaar sneller op dan bij de roodoogvireo, en klinken schokkeriger doordat de noten dichter opeen staan. De roep is een nasaal, gerekt njaaah. In het winterkwartier zingt hij zelden, zodat hij daar vooral op de roep opvalt.

Luister: ZangXC1071251

Opname: Noah Khanti Steinberg — CC BY-NC-SA 4.0 · Key Biscayne, Miami-Dade County, Florida, United States · xeno-canto

Herkenning

Bovenzijde olijfgroen, kruin dofgrijs met een olijf aangelopen rand die niet scherp is afgetekend. Boven het oog loopt een witte wenkbrauwstreep, van snavel tot oog een donkere teugelstreep. De onderzijde is wit met duidelijk geel op de borstzijden, de flanken en de onderstaartdekveren; bij veel vogels loopt het geel als een brede band over de zijborst door. De iris is roodbruin, de snavel zwaar en licht gehaakt. Jonge vogels zijn doffer, hebben een bruine iris en minder geel.

Verwarrings­soorten

De roodoogvireo is het enige echte probleem. Bij die soort is de grijze kruin scherp begrensd door een zwarte zijstreep boven de witte wenkbrauw; bij de geelgroene vireo ontbreekt die zwarte rand en loopt de kruinkleur geleidelijk over in het olijf van de rug. De onderzijde van de roodoogvireo is schoon wit, met geel hoogstens op de onderstaartdekveren, terwijl de geelgroene vireo geel over borstzijden en flanken heeft. Ook de bovenzijde is bij de geelgroene vireo geler groen. Een deel van de vogels is ook in de hand niet met zekerheid op naam te brengen. De zang helpt: kortere frasen, sneller tempo. De baardvireo heeft een zwarte baardstreep en mist het uitgebreide geel; de philadelphiavireo is veel kleiner, heeft geel tot in de keel en een veel kleinere snavel.

Leefgebied

Kroon en middenetage van licht bos, bosranden, riviergeleidend bos, tuinen en plantages, van zeeniveau tot ongeveer 1500 meter. In Texas gaat het om ooibos langs de Rio Grande met plataan, populier, wilg, es en netelboom, vrijwel op zeeniveau. Hij zoekt traag door het blad naar rupsen en kevers en eet daarnaast kleine vruchten, waaronder bessen van maretak en gumbo-limbo.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

De soort is zomervogel in vrijwel het hele areaal: broedvogels keren van begin februari tot maart terug en het merendeel vertrekt half oktober weer. Het broedgebied loopt langs beide Mexicaanse zijden — de Pacifische helling vanaf Sonora en Sinaloa en de Golfhelling vanaf Tamaulipas — over de Transmexicaanse Vulkaangordel zuidwaarts door Midden-Amerika tot Centraal-Panama. Overwinterd wordt in het westelijke Amazonebekken en langs de noordelijke en oostelijke Andes. In Texas is hij een schaarse zomervogel in de benedenloop van de Rio Grande, met broedgevallen onder meer bij Laguna Atascosa, en een onregelmatige doortrekker langs de kust; voorjaarswaarnemingen vallen tussen 6 en 14 mei, najaarswaarnemingen tussen 3 juli en 13 oktober. De soort overwintert niet in Texas.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem in Texas tussen half mei en half juli in het ooibos van het Rio Grande-dal en let eerst op het geluid: korte, snel herhaalde frasen wijzen op deze soort, langere en tragere op de roodoogvireo. Kijk daarna van opzij naar de kruinrand — ontbreekt de zwarte lijn boven de wenkbrauwstreep, dan is het de geelgroene vireo.

Staat van instandhouding

De IUCN rekent de soort tot de categorie niet bedreigd (LC); het areaal is groot en de soort is over grote delen daarvan algemeen. De noordrand van het areaal is verschoven: in Texas zijn broedgevallen vastgesteld verder landinwaarts dan de oudere verzamelplaatsen: na een nestvondst in Cameron County in 1943 volgden latere gevallen die noordelijker en verder landinwaarts liggen. In het Rio Grande-dal is het verlies van ooibos de bepalende factor voor de aantallen.

Wetenschappelijke naam

Vireo flavoviridis | (Cassin, 1851)

Cassin beschreef de soort in 1851 als Vireosylvia flavoviridis; omdat ze later naar Vireo is verplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Vireo is een Latijns woord voor een groene trekvogel, van virere 'groen zijn'. De soortnaam is samengesteld uit flavus 'geel' en viridis 'groen', naar het verenkleed. De typelocatie was oorspronkelijk opgegeven als Panama en San Juan de Nicaragua; Zimmer beperkte die in 1941 tot San Juan de Nicaragua. De soort is lange tijd als ondersoort van de roodoogvireo behandeld.