Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Gilaspecht

Gilaspecht | Melanerpes uropygialis

Gila Woodpecker | Carpintero del desierto

De gilaspecht is de specht van de Sonorawoestijn: een middelgrote, luidruchtige vogel met een fijn zwart-wit gebandeerde rug en een effen grijsbruine kop en onderkant, die zijn nestholte bij voorkeur in een saguaro uithakt. Hij hoort tot de vogels die in dit landschap het hele jaar opvallen, en de holtes die hij achterlaat zijn woning voor een reeks andere woestijnbewoners, van de cactusuil tot de cayennetiran.

Gilaspecht (Melanerpes uropygialis)
Foto: Vickie J Anderson, http://www.wildlifeimagesupclose.com — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het meest gehoorde geluid is een rollend, wat schor tsjurrr, dat hij vanaf de top van een cactus of een paal laat horen en dat in de ochtend van alle kanten klinkt. Daarnaast geeft hij een scherp, snel herhaald jip-jip-jip en, vooral in het voorjaar, een klagend kie-oe, kie-oe, kie-oe. Het trommelen is lang en gelijkmatig van tempo en klinkt het best op dode takken en houten palen, die het geluid ver laten dragen.

Luister: ZangXC1148217

Opname: Pat Goltz — CC BY-NC-SA 4.0 · Sweetwater Wetlands Park (near Tucson), Pima County, Arizona, United States · xeno-canto

Herkenning

Een middelgrote specht van 20 tot 24 centimeter met een fijn zwart-wit gebandeerde rug, stuit en vleugels, afstekend tegen een effen grijsbruine kop, hals en onderkant; de buik is vaak vaalgeel getint. Het mannetje draagt midden op de kruin een klein, rond rood kapje, dat het vrouwtje mist. In vlucht lichten witte vlekken aan de basis van de handpennen op als een smalle witte halvemaan op de donkere vleugel, en zijn de middelste staartveren zwart-wit gebandeerd. Jonge vogels lijken op de volwassen vogels maar zijn doffer.

Verwarrings­soorten

De goudvoorhoofdspecht, die de gilaspecht in Mexico nadert, heeft een geeloranje nek en gele neusveertjes, en de middelste staartveren zijn bij hem zwart in plaats van gebandeerd. De roodbuikspecht van het oosten heeft een vergelijkbare rug, maar altijd een rode nek, en bij het mannetje is de hele kruin rood. De ladderspecht is duidelijk kleiner, met een zwart-wit gestreepte kop. De Californische grondspecht deelt de saguaro's, maar is bruin met een zwarte borstband, een gevlekte buik en een witte stuit zonder banden.

Leefgebied

Laag woestijnland met zuilcactussen, vooral de saguaro in Arizona en Sonora en de cardón in Baja California, en daarnaast galerijbos met populier, wilg en mesquite langs rivieren en droge beddingen (arroyo's). Hij blijft meestal beneden ongeveer duizend meter. In dorpen en steden voelt hij zich goed thuis: tuinen met palmen en fruitbomen, voederplekken, straatbomen en parken in plaatsen als Phoenix en Tucson horen tot zijn vaste terrein.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel van het uiterste zuidoosten van Californië langs de benedenloop van de Colorado, het uiterste zuiden van Nevada, het grootste deel van zuidelijk Arizona en het zuidwesten van New Mexico. In Mexico beslaat het areaal Baja California, Sonora en Sinaloa en reikt het zuidwaarts tot in het westen van centraal Mexico. Er worden drie ondersoorten onderscheiden: de nominaatvorm op het vasteland, cardonensis in het noorden en brewsteri in het zuiden van Baja California. In Californië is de soort sterk teruggelopen en nog maar plaatselijk aanwezig.

  • Jaarrond
  • Winter
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Loop in de vroege ochtend door een saguarobos of een woestijnwijk rond Tucson en luister naar het rollende tsjurrr: de vogel zit dan vaak boven op een cactusarm of een lantaarnpaal. Let ook op de holtes in de saguaro's. De cactus omsluit elke uitgehakte holte met een harde, kurkachtige wand, de zogeheten 'boot', die nog tientallen jaren blijft bestaan nadat de cactus is afgestorven en die je in de woestijn soms los op de grond vindt.

Staat van instandhouding

De IUCN rekent de soort tot niet bedreigd (LC). Partners in Flight schat de wereldpopulatie op ongeveer 1,5 miljoen broedvogels, maar de aantallen lopen terug: zet de huidige daling door, dan verliest de soort tegen 2068 nog eens de helft. Oorzaken zijn het verlies van woestijnland en galerijbos aan landbouw en bebouwing en concurrentie om nestholtes met de ingevoerde spreeuw. In Californië staat hij op de staatslijst als bedreigd; in Arizona is hij nog algemeen.

Wetenschappelijke naam

Melanerpes uropygialis | (Baird, 1854)

Spencer Fullerton Baird beschreef de soort in 1854 als Centurus uropygialis, naar een exemplaar van de Bill Williams Fork van de Colorado, destijds New Mexico Territory en nu Arizona. Omdat de soort later naar Melanerpes is overgebracht, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Melanerpes komt van het Griekse melas 'zwart' en herpēs 'kruiper'; uropygialis verwijst naar de stuit (uropygium). De Nederlandse en Engelse naam verwijzen naar de Gila, de rivier die door het hart van het areaal stroomt.