Alle soorten › Zangvogels › Kardinaalachtigen › Grijze kardinaal
Grijze kardinaal | Cardinalis sinuatus
Pyrrhuloxia | Cardenal pardo
De grijze kardinaal heeft de kuif en de bouw van de rode kardinaal, maar is grijs, met rood alleen op het gezicht, de kuifpunt, een baan over de borst, de vleugelrand en de staart. De snavel is anders: kort, hoog en sterk gebogen, en in de broedtijd bleekgeel. Het is de kardinaal van het doornstruweel van het zuidwesten, die het overneemt waar het voor de rode kardinaal te droog wordt.
Geluid
De zang is een reeks heldere, wat metalige fluittonen, kwink-kwink-kwink of een oplopend wiet-wiet-wiet, ijler en dunner dan het volle fluiten van de rode kardinaal en in kortere reeksen. Beide geslachten zingen; in het voorjaar zingt het mannetje van een kale tak boven het struweel, vaak al vóór zonsopgang. De roep is een scherp tsjip, hoger en droger dan dat van de rode kardinaal. Waar de twee soorten door elkaar zitten is het geluid meestal het snelste onderscheid.
Opname: Scott Crabtree — CC BY-NC-SA 4.0 · Sabino Canyon NRA, Catalina Foothills, Pima County, Arizona, United States · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje is grijs, met een rode kuifpunt, een rood gezicht en een rode baan over keel, borst en buik, en met rood in de vleugelrand en de staart. Het vrouwtje is grijsbruin met een geelbruine onderkant en alleen wat rood op kuif, vleugels en staart. De kuif is lang, dun en spits en wordt vaker rechtop gedragen dan bij de rode kardinaal; de staart is lang. De snavel beslist: kort, hoog, sterk gebogen en in de broedtijd bleekgeel, waar de rode kardinaal een langere, recht aflopende oranjerode snavel heeft. Jonge vogels lijken op het vrouwtje maar hebben een grauwe snavel, en in de winter wordt ook die van de oude vogels doffer.
Verwarringssoorten
Het vrouwtje van de rode kardinaal is de vaste vergissing: dat is warm olijfbruin in plaats van grijs, en heeft een langere, recht aflopende oranjerode snavel zonder de sterke bocht. Bij de mannetjes is er geen twijfel, want dat van de rode kardinaal is geheel scharlaken. Het vrouwtje van de zwarte zijdevliegenvanger is ook grijs en gekuifd, maar slanker, met een dun snaveltje, een rood oog en in de vlucht witte vlekken in de vleugel. Tegen de lucht helpt de kuif niet: kijk dan naar de bovenrand van de snavel en naar hoeveel rood er in de staart zit.
Leefgebied
Doornstruweel van de hete laagvlakte: mesquite (doornige peulstruik van het zuidwesten, vormt dichte bosjes), netelboom, acacia en cholla-cactus, en vooral de dichtere mesquitegordels langs droge beddingen. In Texas is dat het struweel van de Rio Grande, in Arizona en New Mexico de mesquitevlakten en de overgang naar de woestijn. Kale, boomloze vlakten en besproeid akkerland mijdt hij, en hoger in de bergen houdt hij op. In de winter komt hij in troepjes tot aan de randen van de woestijnsteden, ook naar voer.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel van zuidoostelijk Arizona, Zuid-New Mexico en West- en Zuid-Texas, en zuidwaarts door het droge noorden en midden van Mexico. Trekken doet hij niet, maar buiten de broedtijd zwerft hij in troepjes en verschijnt hij een eind buiten het broedgebied, vooral in droge jaren. In het zuidwesten van de Verenigde Staten schuift de grens met de rode kardinaal heen en weer met het water: waar irrigatie en beplanting het struweel groener maken wint de rode kardinaal terrein, en waar het droog en doornig blijft de grijze.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem in de winter langs een droge bedding met hoge mesquite: dan zitten er troepjes van tien tot twintig, vaak samen met gorzen, en zijn ze luidruchtig. In maart en april is hij vooral te horen: het mannetje fluit vóór zonsopgang van een kale tak boven het struweel en blijft daar een half uur zitten. Zit hij tegen het licht, kijk dan naar de bovenrand van de snavel — die bocht heeft geen andere vogel van dit formaat in de woestijn.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC), en over het geheel genomen stabiel. Waar het lage doornstruweel wordt omgezet in akkerland of wordt volgebouwd verdwijnt hij; in het dal van de Beneden-Rio Grande is dat het duidelijkst te zien. Op begraasd land houdt hij stand zolang de mesquite blijft staan, en hij verdwijnt zodra die wordt opgeruimd om het gras terug te krijgen.
Wetenschappelijke naam
Cardinalis sinuatus | Bonaparte, 1838
Bonaparte beschreef de soort in 1838 als Cardinalis sinuatus, in hetzelfde jaar waarin hij het geslacht Cardinalis invoerde; auteur en jaartal staan zonder haakjes, omdat de soort weer in het geslacht staat waarin ze beschreven is. sinuatus is Latijn voor 'gebogen', van sinuare, 'buigen', naar de bocht in de snijrand van de snavel. De Engelse naam Pyrrhuloxia is een oude geslachtsnaam die als naam is blijven hangen: een samentrekking van Pyrrhula, de goudvink, en het Griekse loxos, 'scheef', dat ook in Loxia, de kruisbek, zit — beide verwijzen naar de vorm van de snavel. Als typelocatie staat 'western parts of Mexico' opgegeven.



