Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Gunnisonwaaierhoen
Gunnisonwaaierhoen | Centrocercus minimus
Gunnison Sage-Grouse | Gallo de las Artemisas Chico
Het gunnisonwaaierhoen is de kleinere, sterk geïsoleerde tegenhanger van het waaierhoen, beperkt tot het Gunnisonbekken in het zuidwesten van Colorado en een klein aangrenzend deel van Utah. Buiten dat bekken leven alleen nog enkele kleine, geïsoleerde groepjes. Pas in 2000 werd hij, op grond van verschillen in formaat, staarttekening en baltsgedrag, als aparte soort van het veel wijder verspreide waaierhoen onderscheiden.
Geluid
De balts verloopt net als bij het waaierhoen via twee gele keelzakken die worden opgeblazen en met een plonzend geluid weer leeglopen, maar bij het gunnisonwaaierhoen gebeurt dat sneller en heftiger, met een extra, hoger zwiepgeluid van de borstveren dat bij de grotere soort ontbreekt. Ook de staartveren worden tijdens de balts sneller heen en weer bewogen, wat een ratelend bijgeluid geeft. Buiten de balts is de soort stil, met hoogstens een laag contactgeluid tussen koppelleden.
Opname: Andrew Spencer — CC BY-NC-SA 4.0 · Gold Basin Creek, Gunnison Co., Colorado, United States · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje lijkt sterk op dat van het waaierhoen — grote, spitse staartveren die tijdens de balts tot een waaier worden opgezet, een witte borstkraag, een zwarte buikvlek en twee gele luchtzakken — maar is merkbaar kleiner en lichter, met fijnere, dichter opeenstaande witte banden op de staartveren. Het vrouwtje is egaal grijsbruin gevlekt en nauwelijks te onderscheiden van het vrouwtje waaierhoen behalve door formaat. Beide geslachten hebben bevederde poten en een gedrongen lichaam van kleiner formaat dan bij de zustersoort. In vlucht is de vogel, net als het waaierhoen, zwaar en laag vliegend, maar duidelijk lichter van bouw.
Verwarringssoorten
Het waaierhoen (Centrocercus urophasianus) is de enige soort waarmee verwarring mogelijk is, en het verschil is vooral een kwestie van formaat: het gunnisonwaaierhoen is aanmerkelijk kleiner en lichter, met een duidelijk fijner staartbandenpatroon. Tijdens de balts is het onderscheid nog scherper te horen — het gunnisonwaaierhoen zwiept sneller met de borstveren en voegt de extra, hogere zwiepnoot toe. Omdat de twee soorten vrijwel nergens samen voorkomen — het waaierhoen ontbreekt in het Gunnisonbekken zelf — is de locatie op zichzelf al een sterke aanwijzing.
Leefgebied
Salie-steppe met Artemisia als vrijwel enige struik, in de hoogvlakte van het Gunnisonbekken op ruim 2000 meter, omringd door bergketens die het gebied van de rest van het salieareaal in het westen isoleren. De vogel is, net als het waaierhoen, volledig afhankelijk van aaneengesloten salievegetatie voor voedsel, dekking en balts, maar heeft door de kleine oppervlakte van zijn areaal geen enkele marge voor verlies van habitat. Akkerbouw, verstedelijking rond de stad Gunnison en wegenaanleg hebben het al kleine areaal verder versnipperd.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel, beperkt tot het Gunnisonbekken in Gunnison en Saguache County in het zuidwesten van Colorado, met enkele kleine, geïsoleerde populaties elders in westelijk Colorado en het uiterste zuidoosten van Utah. Hij trekt niet en verplaatst zich hoogstens over enkele kilometers tussen zomer- en winterterrein binnen hetzelfde bekken. Het areaal is sinds de negentiende eeuw sterk gekrompen en uiteengevallen in geïsoleerde stukjes, en de totale populatie wordt geschat op enkele duizenden vogels.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Baltsplekken in het Gunnisonbekken zijn kwetsbaar en vaak alleen via een vergunning of een begeleide vroege-ochtend-excursie te bezoeken; informeer bij het bezoekerscentrum in Gunnison naar de regels voordat je gaat. Blijf sowieso ver van de balts af en gebruik een verrekijker of telescoop, want elke verstoring kan de vogels wegjagen van een van de weinige plekken die ze nog hebben.
Staat van instandhouding
Bedreigd (EN) volgens de IUCN, met een totale populatie van enkele duizenden vogels in een areaal dat nog geen tien procent van dat van het waaierhoen beslaat. Verlies en versnippering van salie-steppe door landbouw, verstedelijking en wegenaanleg vormen de belangrijkste bedreiging voor een soort die door haar kleine, geïsoleerde areaal weinig veerkracht heeft.
Wetenschappelijke naam
Centrocercus minimus | Young; Braun; Oyler-McCance; Hupp; Quinn, 2000
Young, Braun, Oyler-McCance, Hupp en Quinn beschreven de soort in 2000 rechtstreeks in het geslacht Centrocercus, zodat er — anders dan bij de meeste andere soorten in deze gids — geen haakjes om auteurs en jaartal staan: er is nooit een geslachtswissel geweest om uit te leggen. minimus is Latijn voor 'kleinste', naar het duidelijk geringere formaat ten opzichte van het waaierhoen, de eigenschap waarmee de soort destijds voor het eerst werd onderscheiden. De typelocatie ligt ongeveer 23 kilometer ten zuidoosten van Gunnison, in Gunnison County, Colorado.

