Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Waaierhoen
Waaierhoen | Centrocercus urophasianus
Greater Sage-Grouse | Gallo de las Artemisas Grande
Het waaierhoen is het grootste hoen van Noord-Amerika en tegelijk de vogel die het strengst aan één plant gebonden is: hij eet, schuilt en broedt vrijwel uitsluitend in sagebrush-steppe (grijsgroen alsemstruweel van het droge westelijke binnenland) met Artemisia-struiken. Het mannetje is aanzienlijk groter dan het vrouwtje en draagt tijdens de balts twee gele luchtzakken op de borst die worden opgeblazen tot ballonnen. Zonder aaneengesloten sagebrush kan de soort niet overleven, ook niet in gebied dat er verder geschikt uitziet.
Geluid
Op de balts, een traditionele open plek te midden van de sagebrush, blaast het mannetje de twee gele keelzakken om de beurt op en laat ze met een diepe, plonzende plop-plop weer leeglopen, begeleid door het zwiepen van stijve borstveren tegen elkaar — geen roep uit de keel, maar een combinatie van luchtzak- en vederengeluid. Tientallen mannetjes kunnen tegelijk op zo'n plek staan te baltsen, wat een dof, borrelend koor over de steppe laat rollen dat bij windstil weer honderden meters draagt. Buiten de balts is de soort stil en laat hij hoogstens een laag, kloekend geluid horen bij onraad.
Opname: Nick Komar — CC BY-NC-SA 4.0 · Coalmont, Jackson County, Colorado, United States · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje is groot en gedrongen, met een lange, spitse staart van stekelige veren die tijdens de balts rechtop wordt gezet tot een waaier, een witte borstkraag, een zwarte buikvlek en twee gele, kale luchtzakken op de anders donzige, witte borst. Het vrouwtje is aanzienlijk kleiner en egaal grijsbruin gevlekt, zonder de kenmerken van het mannetje, en lijkt sterk op het vrouwtje van het gunnisonwaaierhoen. Beide geslachten hebben bevederde poten en een klein, rond hoofd op een dikke hals. In vlucht is de vogel zwaar en traag opstijgend, met een lage, rechte vlucht over de sagebrush.
Verwarringssoorten
Het gunnisonwaaierhoen (Centrocercus minimus) is duidelijk kleiner en heeft fijnere, dichter opeenstaande witte banden op de staartveren; het mannetje zwiept tijdens de balts sneller en heftiger met de borstveren en voegt een extra, hoger zwiepgeluid toe dat bij het waaierhoen ontbreekt. Beide soorten komen vrijwel nergens in hetzelfde gebied voor — het gunnisonwaaierhoen is beperkt tot het Gunnisonbekken van Colorado en aangrenzend Utah, ver van het merendeel van de waaierhoenpopulaties. Op basis van formaat alleen is het onderscheid meestal al te maken: het waaierhoen is merkbaar het grotere en zwaardere van de twee.
Leefgebied
Uitgestrekte, aaneengesloten sagebrush-steppe met Artemisia als dominante struik, op de hoogvlakten en in de dalen van het Grote Bekken en de noordelijke Rocky Mountains. De vogel heeft grote, onverstoorde oppervlakten nodig: baltsplekken, nestplekken en winterterrein liggen soms tientallen kilometers uiteen, en alle drie moeten met sagebrush verbonden blijven. Gebied waar de sagebrush is verwijderd voor akkerbouw, geëgaliseerd na een brand of vervangen door uitheems gras, wordt niet meer gebruikt, ook niet als de rest van het landschap ongewijzigd is.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel in het westen van de Verenigde Staten, van Washington, Oregon en Californië oostwaarts door Nevada, Idaho, Utah, Colorado, Wyoming en Montana tot in het westen van South Dakota, met een klein areaal in het zuiden van Alberta en Saskatchewan in Canada. Hij trekt niet, al kunnen vogels tussen zomer- en winterhabitat binnen hetzelfde sagebrush-landschap tientallen kilometers verschuiven. Het areaal is sinds de negentiende eeuw ruwweg gehalveerd door ontginning, brand en de aanleg van wegen en energie-infrastructuur in de sagebrush-steppe, en in North Dakota, waar hij vroeger ruimer voorkwam, is de soort bijna verdwenen.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Bezoek een bekende balts vóór zonsopgang tussen maart en mei, blijf op afstand in de auto of achter een schuilscherm, en gebruik een verrekijker: de vogels zijn gevoelig voor verstoring en een balts die wordt opgejaagd, wordt vaak niet meer gebruikt. Plaatselijke natuurbeheerders kunnen vaak de dichtstbijzijnde toegankelijke balts aanwijzen.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar (VU) volgens de IUCN, met een populatie die de afgelopen decennia met tientallen procenten is afgenomen door verlies en versnippering van sagebrush-steppe aan landbouw, energiewinning, brand en de opmars van uitheemse grassen. De soort staat al jaren op de lijst van kandidaten voor federale bescherming in de Verenigde Staten.
Wetenschappelijke naam
Centrocercus urophasianus | (Bonaparte, 1827)
Bonaparte beschreef de soort in 1827 als Tetrao urophasianus, bij de auerhoenders; sindsdien is hij in het geslacht Centrocercus geplaatst, vandaar de haakjes om auteur en jaar. Centrocercus is Grieks voor 'stekelstaart', naar de spitse, stijve staartveren; urophasianus betekent 'staartfazant', een verwijzing naar diezelfde lange staart. De typelocatie omvat de streken ten westen van de Mississippi, in het bijzonder langs de Missouri.

