Alle soortenHoenderachtigenFazantachtigen › Kraaghoen

Kraaghoen | Bonasa umbellus

Ruffed Grouse | Grévol Engolado

Het kraaghoen is de hoenderachtige van het jonge loof- en gemengde bos van het oosten en noorden, met een gedrongen lichaam, een korte kuif en een lange, waaiervormige staart met een brede donkere band aan het eind. Zijn 'zang' is geen geluid uit de keel maar een trommelend geluid van de vleugels, dat in het voorjaar door het bos dreunt zonder dat de vogel zelf te zien is. Hij komt voor in twee kleurvormen, roodbruin en grijs, die in dezelfde bossen naast elkaar voorkomen.

Kraaghoen (Bonasa umbellus)
Foto: Mdf — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje staat op een liggende boomstam en versnelt een reeks doffe, holle vleugelslagen tot een snel trommelend geluid — het 'drummen' — dat begint als losse tikken en binnen een halve minuut overgaat in een ononderbroken bromtoon, vergelijkbaar met een op gang komende buitenboordmotor in de verte. Het geluid draagt honderden meters ver door het bos en wordt gebruikt om een territorium af te bakenen en een vrouwtje te lokken, niet als roep in de gewone zin. Verder laat de soort een laag, kloekend contactgeluid horen, en bij verstoring een sissend geluid terwijl de kraagveren worden opgezet.

Luister: RoffelXC132868

Opname: Jonathon Jongsma — CC BY-SA 3.0 · Lake Bemidji State Park, Beltrami, Minnesota, United States · xeno-canto

Herkenning

Het mannetje heeft een brede, zwarte kraag van veren aan weerszijden van de hals die hij tijdens het drummen en bij dreiging opzet tot een volledige halskraag, en een waaiervormige staart met een brede, donkere band vlak voor de rand. Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar heeft een kleinere kraag en een staartband die in het midden vaak onderbroken is. Beide geslachten zijn verder fijn getekend bruin en grijs, een tekening die op de bosbodem tussen dood blad nauwelijks opvalt. Verstoord vliegt de vogel met een explosieve, luide vleugelslag recht omhoog tussen de bomen door, om na een kort stuk weer te landen en stil te zitten.

Verwarrings­soorten

In het noorden van het areaal overlapt hij met het bossneeuwhoen (Canachites canadensis), dat kleiner en donkerder is, een rode oogring bij het mannetje heeft en zich ophoudt in naaldbos in plaats van het loof- en gemengde bos van het kraaghoen; het bossneeuwhoen mist bovendien de duidelijke halskraag en de brede donkere staartband. In de bergen van het westen komt hij samen voor met het blauw sneeuwhoen, dat aanmerkelijk groter is, effener grijsbruin en zonder kraag. Het kraaghoen is verder aan zijn dichter geveerde, iets langere staart met scherpe bandtekening te onderscheiden van beide soorten.

Leefgebied

Jong tot middeloud loofbos en gemengd bos met een dichte struiklaag, met een sterke voorkeur voor opslag van ratelpopulier en berk, waarvan de knoppen 's winters het belangrijkste voedsel vormen. Hij mijdt zowel open terrein als oud, opengekapt bos zonder struiklaag, en heeft dekking op grondniveau nodig om het nest en de kuikens te verbergen. In het noorden van zijn areaal duikt hij bij strenge kou 's nachts in losse sneeuw om te overnachten, wat isolatie tegen de kou biedt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel over vrijwel heel het beboste Canada en in een brede strook van de noordoostelijke en noordelijke Verenigde Staten, met een uitloper zuidwaarts door de Appalachen tot in het noorden van Georgia en Alabama, en westwaarts door de boreale en montane bossen tot in Alaska, British Columbia en de noordelijke Rocky Mountains. Hij trekt niet. In het gebied ten zuiden van de Grote Meren en in het middenwesten is hij door ontbossing en bosverjonging in de twintigste eeuw uit grote delen van zijn vroegere areaal verdwenen en resteren nu alleen geïsoleerde populaties, terwijl de kern van het areaal in Canada en het noorden stabiel is gebleven.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in april vroeg in de ochtend naar jong loofbos met veel ratelpopulier en luister naar het drummen, dat op een paar honderd meter afstand nog goed te horen is; nader daarna langzaam, want een mannetje keert telkens naar dezelfde liggende stam terug. In de winter is de soort het makkelijkst te vinden waar aspenknoppen in de toppen van jonge bomen worden gegeten, te herkennen aan afgeknabbelde twijguiteinden op de sneeuw.

Staat van instandhouding

Wijdverspreid en plaatselijk nog talrijk, met aantallen die van nature in een cyclus van ongeveer tien jaar op en neer gaan, vooral in het noorden van het areaal. In het zuiden en westen van de Grote Meren-regio is de soort door het verdwijnen van jong bos en door versnippering van het bosareaal aanzienlijk afgenomen ten opzichte van honderd jaar geleden.

Wetenschappelijke naam

Bonasa umbellus | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Tetrao umbellus, bij de sneeuwhoenders en auerhoenders; sindsdien is hij in het geslacht Bonasa geplaatst, vandaar de haakjes om auteur en jaar. Dat geslacht is ontleend aan het Latijnse bonasus, een wilde os of bizon, naar het dreunende trommelgeluid dat aan het geloei van zo'n dier doet denken. umbellus is Latijn voor 'kleine zonnescherm', naar de kraag van veren die het mannetje rond de hals kan opzetten. De typelocatie is Pennsylvania.