Alle soorten › Zangvogels › Mezen › Harlekijnmees

Harlekijnmees | Baeolophus wollweberi

Bridled Titmouse | Carbonero embridado

De harlekijnmees is de enige mees van Noord-Amerika met een zwart-wit getekend gezicht en een spitse kuif. Hij is standvogel van het eiken- en dennen-eikenbos van de bergen van Arizona, New Mexico en Mexico, en de enige Noord-Amerikaanse vertegenwoordiger van zijn familie waarbij helpers aan het nest regel zijn.

Harlekijnmees (Baeolophus wollweberi)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit vier tot vijf snel herhaalde pieta-frasen, sneller en harder van klank dan de zang van de grotere mezen. Hij dient voor territoriumverdediging en partnerwerving en is het hele jaar te horen, met een piek in het vroege voorjaar. De gewone roep is een lage, snelle, nasale ratel in de trant van een Amerikaanse mees. In gemengde foerageertroepen fungeert de soort als waarschuwer: bij een roofvogel of slang geeft hij een scherpe, harde reeks waarop ook mezen, goudhaantjes, boomklevers en vireo's reageren.

Luister: ZangXC1001157

Opname: Barry Edmonston — CC BY-NC-SA 4.0 · Bahuichivo, Bocoyna Municipality, Chihuahua, Mexico · xeno-canto

Herkenning

Een kleine grijze mees met een spitse kuif en een wit gezicht waar een zwarte teugelstreep door het oog loopt, achter de oorstreek in een boog omhoog buigt en aansluit op een zwarte band langs de zijkant van de kruin; daaronder loopt een zwarte keelvlek. De kuif zelf is zwart omrand met een grijs middenveld. De bovendelen zijn olijfgrijs, de onderdelen bleek grijswit, de vleugels ongetekend. De vogel foerageert vaak ondersteboven aan de dunste eikentwijgen. Beide geslachten zien er gelijk uit.

Verwarrings­soorten

Geen andere Noord-Amerikaanse mees heeft die gezichtstekening, dus verwarring blijft beperkt tot slechte omstandigheden. Bij tegenlicht of alleen silhouet kan de zwartkruinmees van Texas in aanmerking komen, maar die heeft een effen bleek gezicht zonder streep en overlapt in areaal nauwelijks. De Gambels mees heeft een witte wenkbrauwstreep maar geen kuif en een zwarte kruin in plaats van een grijze. De Europese kuifmees heeft een vergelijkbare kuif en gezichtstekening, maar die gelijkenis is uiterlijk: genetisch staat de harlekijnmees dichter bij de andere Amerikaanse mezen van het geslacht Baeolophus.

Leefgebied

Eikenbos, dennen-eikenbos en jeneverbes-eikenbos in de bergen, overwegend tussen 1200 en 2700 meter, en oeverbos met sycamore (Amerikaanse plataan van beek- en rivierdalen) en walnoot in de canyons daaronder. In Mexico ook open eikensavanne. Broedt in holten: oude spechtenholen, natuurlijke rottingsholtes en nestkasten. Buiten het broedseizoen zwerven groepjes van vijf tot vijftien vogels rond, vaak samen met mezen, goudhaantjes, boomklevers, zangers, vireo's en tangara's. Het voedsel bestaat uit insecten en spinnen, aangevuld met eikels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel zonder trek. In de Verenigde Staten beperkt tot het bergland van Midden- en Zuidoost-Arizona en Zuidwest-New Mexico, met de Huachuca-, Santa Rita-, Chiricahua- en Santa Catalina-bergen als kerngebied. In Mexico loopt het areaal langs beide Sierra Madres zuidwaarts: Sonora, Chihuahua, Sinaloa, Durango, Zacatecas, Nuevo León, Tamaulipas, Jalisco, Colima, Michoacán, Puebla, Veracruz, Guerrero en Oaxaca. Vier ondersoorten worden onderscheiden. In de winter dalen sommige vogels enkele honderden meters af naar lager gelegen canyons.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Zoek in de canyons van Zuidoost-Arizona, zoals Madera Canyon of Cave Creek, naar een gemengde troep die door de eiken trekt; de harlekijnmees is meestal de eerste die roept. Ga af op het geluid en kijk dan naar boven: hij hangt vaak ondersteboven aan het uiteinde van een twijg, waardoor de gezichtstekening zichtbaar is. De soort is het hele jaar aanwezig, maar in maart en april het luidruchtigst.

Staat van instandhouding

De IUCN rekent de soort tot niet bedreigd (LC). In de Verenigde Staten is het bestand klein maar stabiel; de soort profiteert van het behoud van oude eiken met holten en gebruikt nestkasten. In Mexico is de belangrijkste druk het verdwijnen van eikenbos door kap, houtskoolwinning en omzetting naar landbouw, waardoor de soort plaatselijk is verdwenen. Omdat het areaal uit gescheiden bergbossen bestaat, zijn lokale populaties weinig met elkaar verbonden; toenemende bosbranden in de bergen van het zuidwesten zijn daarbij een aandachtspunt. De oudste geringde vogel werd ten minste zes jaar en zeven maanden oud.

Wetenschappelijke naam

Baeolophus wollweberi | (Bonaparte, 1850)

Charles Lucien Bonaparte beschreef de soort in 1850 als Lophophanes wollweberi, naar materiaal uit de deelstaat Zacatecas; omdat ze later naar Baeolophus is verplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Baeolophus komt van het Griekse baios 'klein' en lophos 'kuif'. De soortnaam eert Wollweber, een Duitse verzamelaar die in Mexico materiaal bijeenbracht dat bij Bonaparte terechtkwam; over zijn leven is verder weinig bekend, zelfs zijn voornaam staat niet vast. De Nederlandse naam verwijst naar het zwart-wit getekende gezicht, de Engelse naam naar de tekening als een hoofdstel of teugel.