Alle soorten › Zangvogels › Brilvogels › Japanse brilvogel

Japanse brilvogel | Zosterops japonicus

Warbling White-eye | Anteojitos japonés

In elke tuin, elk park en elke bosrand van Hawaï zit hij, en meestal met tien tegelijk: een groen vogeltje van tien centimeter met een witte ring om het oog. In 1929 werden op Oʻahu de eerste vogels losgelaten; hij is nu een van de talrijkste landvogels van de archipel, van de kust tot aan de boomgrens op ruim drieduizend meter.

Japanse brilvogel (Zosterops japonicus)
Foto: Laitche — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het geluid dat men de hele dag hoort is een ijl, klaaglijk tsjieee dat aan het eind iets opgaat, waarmee de leden van een troepje elkaar volgen; wie het eenmaal kent hoort het overal. De zang is een hoog, snel en aaneengeregen gekwetter van dunne tonen, twee tot vier seconden lang, meestal vanaf een hoge tak en vooral van februari tot juni. Bij het opvliegen klinkt een kort, droog tsjip. In Japan heet de vogel 'mejiro', 'witoog', en werd hij eeuwenlang juist om die zang als kooivogel gehouden.

Luister: RoepXC1180511

Opname: Bo Shunqi 薄顺奇 — CC BY-NC-SA 4.0 · Shanghai Zoo, Shanghai Shi, China · xeno-canto

Herkenning

Tien tot ruim elf centimeter en acht tot veertien gram: op de honingkruipers na de kleinste landvogel van de eilanden. Kruin, rug en staart zijn geelgroen, de keel en de onderstaartdekveren helder geel, de buik vuilwit en de flanken warm beigebruin. Tussen snavel en oog ligt een klein zwart streepje, dat de witte ring nog scherper maakt; de poten zijn blauwgrijs. Man en vrouw zijn niet te onderscheiden; jonge vogels zijn doffer, met een smallere en minder gesloten ring. Het silhouet is kort en bol, met een korte staart, en bij het zoeken naar voedsel hangt de vogel even vaak ondersteboven als dat hij rechtop zit.

Verwarrings­soorten

De hawaii-ʻamakihi (Chlorodrepanis virens) is de enige echte verwarringssoort: ook geelgroen en ongeveer even groot, maar met een duidelijk gebogen snavel, een zwart masker rond het oog en zonder witte ring; zijn roep is een korte, nasale tswiet. De Japanse struikzanger houdt zich in hetzelfde struweel op, maar is bruin, groter en blijft in de onderste laag. In het kroondak van inheems bos schuiven troepjes brilvogels en ʻamakihi door elkaar heen; het geroep scheidt ze eerder dan het verenkleed. Jonge honingkruipers zijn groener op de rug en hebben nooit die scherp afgetekende witte ring.

Leefgebied

Van bloeiende straatbomen en tuinen in Honolulu tot ʻohiʻa- en koabos hoog op de vulkanen: er is nauwelijks begroeid terrein op de eilanden waar hij ontbreekt. Hij werkt in de buitenste twijgen en in de bloesem, en gebruikt uitheemse aanplant net zo goed als inheems bos. Het bereik loopt van zeeniveau tot ongeveer 3100 meter, tot waar de laatste bomen staan. Alleen kale lava, open grasland en de hoogste kraterhellingen blijven leeg.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Zijn eigen gebied ligt in Japan, Korea, Taiwan en het zuiden van China, buiten het gidsgebied; op de kaart staat alleen Hawaï. Vanaf 1929 zette het landbouwbureau vogels uit op Oʻahu, en tot 1937 volgden meer uitzettingen, waaronder tweehonderdtweeënvijftig vogels op het eiland Hawaï in juni 1937. Daarna ging het snel: Kauaʻi in de vroege jaren dertig, Lanaʻi omstreeks 1933, Niʻihau in 1947, Molokaʻi uiterlijk 1948, Maui vanaf de jaren vijftig, en ook op Kahoʻolawe is hij inmiddels een van de talrijkste vogels. Voor het eiland Hawaï werd voor 1977–1979 een aantal van ongeveer 1,3 miljoen vogels in de getelde bosgebieden berekend, voor Kauaʻi rond 1970 tweehonderdzesenvijftigduizend. Sinds de jaren tachtig lopen de aantallen op verscheidene eilanden terug.

HawaïNiihauKauaiOahuLanaiMolokaiKahoolaweMauiHawaii
  • Jaarrond
Kaartje van de archipel zelf: op de kaart van Noord-Amerika zou deze vogel een stipje linksonder zijn, en juist bij eilandsoorten gaat het om de vraag op wélke eilanden hij zit. De eilanden waar hij ontbreekt staan er grijs bij. Per eiland gemeten aan de waarnemingen van GBIF: het aantal waarnemingen van de soort gedeeld door alle vogelwaarnemingen daar, per seizoen, net als op de gewone kaart. Op Niihau en Kahoolawe wordt zo weinig gekeken dat de meting daar zwijgt en de standaardwerken het zeggen. Eilandcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga bij een bloeiende boom staan — een koraalboom, een bloeiende eucalyptus, een bottelborstel in een tuin — en wacht tot een troepje binnenvalt; het blijft zelden langer dan een minuut. Het bruikbaarste teken is niet het beeld maar het geluid: dat ijle geroep dat langzaam door de kruinen schuift. In elk park van Honolulu lukt het binnen een kwartier.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC), en op de eilanden verreweg de talrijkste vogel van het bos, al zijn de aantallen sinds de jaren tachtig op Oʻahu, Kauaʻi en het eiland Hawaï gedaald. Hij wordt er niet beheerd en niet bestreden. Onderzoek op de eilanden brengt hem in verband met de verspreiding van zaden van uitheemse planten, met de overdracht van vogelmalaria, en met concurrentie om nectar en insecten met inheemse honingkruipers.

Wetenschappelijke naam

Zosterops japonicus | Temminck; Schlegel, 1845

Temminck en Schlegel beschreven de soort in 1845 in de Fauna Japonica als Zosterops japonicus; die naam is sindsdien onveranderd, en daarom staan auteur en jaartal niet tussen haakjes. Het geslacht Zosterops werd in 1827 ingevoerd door Vigors en Horsfield, uit het Griekse zoster, 'gordel', en ops, 'oog' — de ring om het oog. japonicus betekent 'van Japan'. Mees beperkte de typelocatie in 1957 tot Decima bij Nagasaki: Dejima, het kunstmatige eiland waar de Nederlandse handelspost lag en vanwaar het materiaal voor dat boek naar Leiden werd verscheept.