Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Kanarie

Kanarie | Serinus canaria

Atlantic Canary | Serín canario

De kanarie is de wilde stamvorm van de kooikanarie: een kleine vink van de Canarische Eilanden, Madeira en de Azoren, grijsgroen en gestreept in plaats van egaal geel. In het gidsgebied komt hij alleen voor als ingevoerde vogel, met één standhoudende populatie op het Midway-atol in de noordwestelijke Hawaïaanse eilanden.

Kanarie (Serinus canaria)
Foto: Juan Emilio — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een lange, doorlopende reeks van heldere, hoge trillers, rollers en snelle piepnotities, zonder duidelijk begin of einde, en lijkt op die van de Europese kanarie en de citroensijs. Eén strofe kan een halve minuut aanhouden. De roep is een dun, opgewekt tsiet of een korte huppelende triller, vaak vanuit een groepje in een struik. Kooivormen zingen in aanleg hetzelfde lied, maar bij sommige gefokte stammen is het door selectie dieper en langzamer geworden.

Luister: ZangXC1156694

Opname: Radek Grochowski — CC BY-NC-SA 4.0 · Ribeira Seca (near Fajã dos Cubres), Calheta, Açores, Portugal · xeno-canto

Herkenning

De wilde vogel is groengeel op voorhoofd, gezicht, keel en borst, met een grijzige nek en een grijsgroene, donker gestreepte rug; de stuit is dofgeel, de buik en de onderstaartdekveren zijn witachtig met streepjes op de flanken. Het vrouwtje is doffer, met meer grijs op kop en borst en minder geel op de onderdelen. De snavel is kort en kegelvormig, de staart gevorkt. Ontsnapte kooivogels zien er anders uit: helder kanariegeel, oranje, wit of bont, vaak zonder enige streping.

Verwarrings­soorten

Op Midway is de kanarie de enige kleine geelgroene zangvogel; de andere landvogels daar zijn huismus en treurmaina, naast steltlopers; geen van alle geel. Op het vasteland gaat het vrijwel altijd om een ontsnapte kooivogel, en dan is de verwarring eerder met de goudsijs in winterkleed of met een zanger: de kanarie heeft een kortere, dikkere kegelsnavel, een gevorkte staart en een zwaardere, gedrongen bouw, en beweegt zich in de bosjes in plaats van in de kruinen.

Leefgebied

In het oorspronkelijke areaal halfopen terrein tot hoog in de bergen: laurierbos, dennenbos met ondergroei, terraslandbouw, boomgaarden en tuinen. Op Midway houdt hij zich op in de aanplant van casuarina's en sierstruiken rond de voormalige basis, in grasvelden met zaaddragende kruiden en in de tuinen. Zaad van kruiden en grassen is het hoofdvoedsel, aangevuld met knoppen, klein fruit en in het broedseizoen insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Van huis uit beperkt tot de westelijke Canarische Eilanden, Madeira en de Azoren. In 1911 werden kanaries losgelaten op Sand Island in het Midway-atol, waar de soort zich vestigde en tot op heden broedt; het is de enige populatie in dit gidsgebied die zichzelf in stand houdt. Een introductie op Bermuda in 1930 hield het tot in de jaren zestig en verdween daarna. Op de belangrijkste Hawaïaanse eilanden en op het Noord-Amerikaanse vasteland gaat het steeds om losse ontsnapte kooivogels, zonder gevestigde broedpopulatie; ook uit Puerto Rico zijn zulke meldingen bekend.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Midway is alleen met vergunning te bezoeken; de vogels zijn er dan in de bebouwde kern van Sand Island tussen de casuarina's te vinden, waar ze het hele jaar zingen. Elders in het gidsgebied bepaal je eerst of het om een gekweekte vorm gaat: een egaal gele of witte vogel zonder streping is een ontsnapte kooivogel. Let bij een twijfelgeval op de gevorkte staart en de korte snavel.

Staat van instandhouding

Wereldwijd staat de soort als niet bedreigd (LC) te boek, met enkele honderdduizenden vogels in het oorspronkelijke areaal en een stabiele trend. De populatie op Midway is klein en geïsoleerd; onderzoek aan ziekten op het atol stelde bij de ingevoerde zangvogels onder meer vogelpokken vast. Bij het beheer van Midway ligt de nadruk op de zeevogelkolonies en op het weren van ratten en muizen; de kanarie wordt er niet bestreden.

Wetenschappelijke naam

Serinus canaria | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Fringilla Canaria; omdat ze later in Serinus is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Serinus werd in 1816 ingevoerd door Carl Ludwig Koch, naar het Franse serin voor deze groep vinken. De soortnaam canaria verwijst naar de Canarische Eilanden, die hun naam ontlenen aan het Latijnse canariae insulae 'hondeneilanden', naar de grote honden die de eilandbewoners er zouden hebben gehouden. De vogel is dus naar de eilanden genoemd en niet andersom; de kleuraanduiding kanariegeel gaat terug op de gekweekte vorm.