Alle soorten › Koekoeksvogels › Koekoeken › Mangrovekoekoek

Mangrovekoekoek | Coccyzus minor

Mangrove Cuckoo | Cuclillo de Manglar

De mangrovekoekoek is de enige koekoek van Noord-Amerika die het hele jaar in de mangrove blijft, en in de Verenigde Staten komt hij alleen in het zuiden van Florida voor. Een zwart oogmasker en een warm okerkleurige buik onderscheiden hem van zijn verwanten. Waarnemers krijgen hem zelden te zien: hij zit stil in het bladerdak en verplaatst zich zonder geluid.

Mangrovekoekoek (Coccyzus minor)
Foto: http://www.birdphotos.com — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een trage reeks van harde, nasale gaw-gaw-gaw-gaw-tonen die aan het eind lager en langzamer worden, alsof er lucht uit loopt. Hij klinkt zwaarder en keliger dan het kloppende geluid van de geelsnavelkoekoek en heeft niet diens houten aanslag. Roepen gebeurt vooral in het vroege voorjaar, wanneer de mannetjes hun gebied afbakenen, en vrijwel altijd vanuit dicht loof; buiten die periode kan een vogel weken zwijgen. Een zacht, ratelend krrr hoor je alleen dicht bij het nest.

Luister: ZangXC998930

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · Mayagüez, Isla de Mona e Islote Monito, Mayagüez, Puerto Rico · xeno-canto

Herkenning

Slank en langgestaart, bruin van boven en van onderen roomwit dat naar achteren toe duidelijk oker of geelbruin wordt op buik en onderstaartdekveren. Dwars over het oog loopt een zwarte streep die als een masker tot achter de oorstreek doorloopt; de oogring is geel tot grijzig. De snavel is grotendeels zwart met een geel basisdeel aan de ondersnavel. De onderstaart is fel zwart-wit geblokt, met brede witte einden aan de staartveren. In de vleugel ontbreekt roodbruin, en de vlucht is laag, recht en kort, meestal van de ene struik naar de volgende.

Verwarrings­soorten

De geelsnavelkoekoek is de belangrijkste verwarringssoort: die heeft zuiver witte onderdelen zonder oker, geen zwart masker, en laat in de vleugel een roodbruin vlak zien dat de mangrovekoekoek mist. De zwartsnavelkoekoek heeft een geheel donkere snavel, een rode oogring en van onderen alleen smalle witte staarttopjes. In Florida overlappen alle drie in de trektijd, zodat gezicht en buikkleur samen moeten worden bekeken en niet één van beide alleen.

Leefgebied

Mangrove van rode en zwarte wortelboom is zijn kerngebied, met daarnaast kuststruweel en de tropische hardhoutbosjes van de Keys en de zuidpunt van het vasteland. Verder zuidwaarts gebruikt hij ook droog bos, tweede opslag, boomgaarden en tuinen, ook ver van water; hij is minder aan zout water gebonden dan zijn naam suggereert. Wat hij nodig heeft is een gesloten, ondoorzichtig bladerdak op geringe hoogte waarin hij ongezien kan foerageren. Open terrein en hoog gesloten regenwoud mijdt hij.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel van Zuid-Florida door de hele Caraïbische eilandenreeks, langs beide kusten van Mexico en Midden-Amerika, en verder tot aan de Atlantische kust van Zuid-Amerika bij de monding van de Amazone. Hij trekt niet over grote afstand; in Florida is hij het hele jaar aanwezig maar in het voorjaar en de vroege zomer veel opvallender, omdat hij dan roept. Buiten Florida verschijnt hij hoogst zelden langs de Golfkust en in Texas. In Florida is het areaal in de twintigste eeuw kleiner geworden met het verdwijnen van mangrove, al breidt hij zich langs de kust plaatselijk weer noordwaarts uit.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Vaar of loop in maart, april of mei door de mangrovekanalen van de Everglades of langs de wegen van de Florida Keys en blijf staan om te luisteren; buiten dat roepseizoen zijn de kansen klein. Antwoordt een vogel, zoek dan niet naar beweging maar naar een lange horizontale streep in het halfdonker van het bladerdak, meestal op twee tot vier meter hoogte. Geduld werkt hier beter dan lopen.

Staat van instandhouding

De soort is niet bedreigd (LC); de wereldpopulatie wordt op ongeveer tweehonderdduizend vogels geschat, wat voor een wijdverbreide soort weinig is; de beperkte verspreiding plaatst hem op de aandachtslijst. In Florida gaat hij achteruit door verlies en versnippering van mangrove en kusthardhout langs de bebouwde kust. Daartegenover staat dat hij hersteld bos en zelfs kleine stedelijke stukken bos opnieuw weet te bezetten.

Wetenschappelijke naam

Coccyzus minor | (Gmelin, 1788)

Gmelin beschreef de soort in 1788 als Cuculus minor; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Coccyzus voerde Vieillot in 1816 in, naar het Griekse kokkuzo ('roepen als een koekoek'). De soortnaam is Latijn voor 'kleiner', gegeven omdat de vogel kleiner is dan de koekoeken waarmee Gmelin hem vergeleek. Het beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, naar een afbeelding van Daubenton.