Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Mangrovezanger

Mangrovezanger | Setophaga petechia

Mangrove Yellow (Yellow) Warbler | Reinita de manglar

De mangrovezanger is de standvogelvariant van de gele zanger: dezelfde bouw en dezelfde gele romp, maar bij het mannetje met een roodbruine kap of een geheel roodbruine kop. Hij blijft het hele jaar in de mangrove van de tropische kusten en van de Caraïbische eilanden, met de Florida Keys als noordgrens in de Verenigde Staten.

Mangrovezanger (Setophaga petechia)
Foto: Greg Schechter — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang lijkt op die van de gele zanger, maar is doorgaans lager, trager en met minder sterk stijgend slot; in het Caraïbische gebied zingen de mannetjes een kortere strofe van vier tot zes tonen. De roep is een vol, laag tsjip, zwaarder dan bij de gele zanger. Anders dan bij trekkende zangers wordt hier het hele jaar door gezongen, met een piek aan het begin van het regenseizoen.

Luister: ZangXC1035687

Opname: Bobby Wilcox — CC BY-NC-SA 4.0 · Reserva Natural Estatal Arroyo Moreno, Mexico · xeno-canto

Herkenning

De vorm is die van de gele zanger: klein, kortstaartig, met een licht snaveltje en gele staartvlekken. Het verschil zit in de kop van het mannetje. In de erithachorides-groep van de Mexicaanse en Midden-Amerikaanse kusten is de hele kop kastanjerood, scherp afgesneden tegen het gele lichaam; in de gundlachi- en cruciana-vormen van Cuba, de Bahama's, de Florida Keys en Puerto Rico is alleen de kruin roodbruin en de rest van de kop geel. Vrouwtjes zijn doffer olijfgeel, vaak met een grijze waas over kop en rug, en missen de roodbruine kop.

Verwarrings­soorten

De gele zanger, die alleen als doortrekker en wintergast in hetzelfde gebied komt, heeft een volledig gele kop en hooguit roodbruine streepjes op de borst, nooit een aaneengesloten roodbruine kruin of kop. Vrouwtjes en jonge vogels van beide soorten zijn in het veld vaak niet met zekerheid te scheiden; leefgebied en seizoen helpen dan het meest, want de mangrovezanger zit het hele jaar in de mangrove en de gele zanger passeert vooral in het najaar en de winter. Het suikerdiefje heeft een gebogen snavel en een witte wenkbrauwstreep.

Leefgebied

Rode en zwarte mangrove langs beschutte kusten, lagunes en riviermondingen, vaak tot in de smalle gordel die bij vloed onder water staat. Ook aangrenzend struweel met zeedruif, kustbos en tuinen vlak achter de mangrove. Hij foerageert laag, vaak binnen twee meter boven het slik en de wortelbogen, en verlaat de kustzone zelden. Op de eilanden reikt hij plaatselijk verder landinwaarts in droog kustbos.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel langs beide kusten van Mexico, van Sonora en Neder-Californië Sur zuidwaarts en van Tamaulipas door tot het Yucatán-schiereiland, verder langs de kusten van Belize, Guatemala, Honduras, El Salvador en Nicaragua en zuidwaarts tot in Colombia, Venezuela en de Galápagos. In het Caraïbische gebied broedt hij op Cuba, de Bahama's, de Caymaneilanden, Jamaica, Hispaniola, Puerto Rico en de Kleine Antillen. In de Verenigde Staten beperkt het areaal zich tot de mangrove van de Florida Keys. Trek is er nauwelijks; enkele vogels zwerven na het broedseizoen over korte afstand.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem vanaf een kanoroute of een steiger door de mangrove, in het eerste uur na zonsopgang: hij zingt dan vanaf een kale tak boven het bladerdak van de rode mangrove. Let bij een gele zanger in de mangrove op de scheiding tussen kop en lichaam — een onderbroken kleurgrens in de hals betekent een mannetje van deze soort.

Staat van instandhouding

Op de Rode Lijst staat de soort, samen met de gele zanger waarmee ze tot voor kort als één soort gold, als niet bedreigd (LC). De Barbadiaanse ondersoort petechia heeft sinds 1970 in de Verenigde Staten een beschermde status en heeft een klein areaal. De belangrijkste druk is het kappen en opspuiten van mangrove voor garnalenkweek, haven en toerisme; die ingreep vernietigt in één keer het hele leefgebied van een lokale populatie, die daarna niet vanzelf terugkomt. Herstelde mangrove wordt wel opnieuw bezet.

Wetenschappelijke naam

Setophaga petechia | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Motacilla petechia; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Setophaga werd in 1827 ingevoerd door William Swainson, uit het Griekse sēs, sētos 'mot' en -phagos 'etend'. De soortnaam petechia komt van het Italiaanse petecchia, een klein rood vlekje op de huid, naar de roodbruine streping op de borst. De typelocatie werd later vastgelegd op Barbados. De Nederlandse naam volgt het leefgebied, dat de soort vrijwel nergens verlaat.