Alle soorten › Duikers › Duikers › Pacifische parelduiker

Pacifische parelduiker | Gavia pacifica

Pacific Loon | Colimbo del Pacífico

De Pacifische parelduiker is de talrijkste duiker van de westkust van Noord-Amerika, na de roodkeelduiker de kleinste, met een slanke, spitse snavel en een zilvergrijze kruin die in broedkleed als gemat metaal glanst. In het najaar en de lente trekt hij in dichte, langgerekte linten langs de kust, soms duizenden per uur op één punt.

Pacifische parelduiker (Gavia pacifica)
Foto: USFWSAlaska — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

Op de broedmeren klinkt een langgerekte, klagende jodel, oe-loe-lie, die net als bij andere duikers ver over het water draagt. Daarnaast maakt hij een reeks krassende, kraaiachtige geluiden en zacht gierend, snorrend en kakelend rumoer rond het nest. Buiten het broedseizoen is de soort overwegend stil; in gemengde groepen op zee klinkt af en toe een kort, scherp ark.

Luister: ZangXC433999

Opname: Logan McLeod — CC BY-NC-SA 4.0 · Yukon, Unorganized (near Beaver Creek), Yukon, Yukon Territory, Canada · xeno-canto

Herkenning

In broedkleed heeft de Pacifische parelduiker een gladde, zilvergrijze kruin en achterhals, een zwarte keel met een fijne verticale streping aan de zijkant en een rug met scherpe witte lijnen. In winterkleed is hij van boven donker grijsbruin met weinig lichte veerranden en van onderen wit, met vaak een donkere streep die als een halsketting over de voorhals loopt. De snavel is recht en spits, slanker dan bij de ijsduiker. Jonge vogels lijken op winterse volwassenen maar met een schubachtiger getekende rug.

Verwarrings­soorten

De parelduiker is vrijwel identiek maar iets forser gebouwd, met een dikkere snavel en, in broedkleed, een donkerder grijze kruin en bredere witte halsstreping; buiten het broedseizoen zijn de twee soorten in het veld nauwelijks te scheiden. De ijsduiker is aanzienlijk groter met een zwaardere, rechtere snavel. De roodkeelduiker is kleiner en slanker met een dunne, iets opgewipte snavel en houdt de kop en snavel vaak omhoog gericht.

Leefgebied

Hij broedt op tundra- en taigameren die groot genoeg zijn om op te stijgen, meestal met een lage, open oever. Buiten het broedseizoen zoekt hij ondiepe kustwateren, baaien en zeestraten met een zandige in plaats van rotsige bodem, waar hij scholen kleine vis opjaagt. Grote riviermondingen en beschutte zeestraten vormen belangrijke pleisterplaatsen tijdens de trek.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Hij broedt van de kust van oostelijk Siberië tot in noordelijk Noord-Amerika, oostwaarts door het Canadese noorden tot Baffin-eiland en de James Bay. In de winter trekt vrijwel de hele populatie naar de Grote Oceaan, van Alaska tot in het zuiden van Neder-Californië. De voorjaars- en najaarstrek langs de westkust is een van de grootste vogelspektakels van het continent, met duizenden vogels per dag langs vaste kaappunten.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in oktober of november naar een uitstekende kaap aan de Pacifische kust, zoals Point Reyes of Cape Flattery, en tel de linten duikers die vlak boven het water naar het zuiden trekken; op een goede dag passeren er duizenden per uur. Let in de winter op de donkere halsstreep om hem van andere duikers van vergelijkbaar formaat te onderscheiden.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie wordt geschat op ruim achthonderdduizend vogels en geldt als niet bedreigd (LC). Tussen 1979 en 1996 nam de soort merkbaar af, maar de trend is sindsdien niet goed gevolgd. Verstrikking in kieuwnetten en de aanleg van olie- en gasinfrastructuur op de toendra vormen de belangrijkste risico's.

Wetenschappelijke naam

Gavia pacifica | (Lawrence, 1858)

De Amerikaanse ornitholoog George Newbold Lawrence beschreef de soort in 1858 als Colymbus pacificus; ze is sindsdien in het geslacht Gavia geplaatst, vandaar de haakjes om auteur en jaartal. De soortaanduiding pacificus verwijst naar de Grote Oceaan, waar de typelocatie ligt: San Diego, Californië, later door Grinnell in 1932 vastgelegd op die stad.