Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Parelhalstortel
Parelhalstortel | Spilopelia chinensis
Spotted Dove | Tórtola Moteada
De parelhalstortel is een Aziatische duif die al meer dan een eeuw in Noord-Amerika leeft: rond 1917 losgelaten in Los Angeles en in de negentiende eeuw ingevoerd op Hawaï. In de tuinen van Hawaï is hij een van de gewoonste vogels; in Californië is hij na een lange bloei sterk teruggelopen. Herkennen doe je hem aan de brede zwarte halsvlek vol witte stippen.
Geluid
De roep is een laag, rollend gekoer van drie lettergrepen, koe-koe-koeoeoe, waarvan de laatste noot uitzakt. Daarnaast klinkt een ruwere, gerolde versie, kroe-kroek-kroekroe, met een wisselend aantal slotnoten. Op Hawaï hoor je het het hele jaar door uit tuinen, langs wegen en vanaf daken. Het geluid draagt verder dan de vogel zich laat zien, want hij roept vaak vanuit dicht bladerdek.
Opname: Sam Hambly — CC BY-NC-SA 4.0 · Gateway at Bang Sue (near Bangkok), Bang Sue, Krung Thep Maha Nakhon, Thailand · xeno-canto
Herkenning
Een stevig gebouwde duif met een lange staart die in rust recht afgesneden lijkt en in de vlucht als een waaier opengaat. De kop is grijs, de onderdelen zijn roze tot mauve en de bovendelen bruin met lichte veerranden. Het kenmerk is de halsvlek: een breed zwart veld op de zijkant en de achterkant van de hals, dicht bezet met witte stippen. In de vlucht vallen de witte hoeken van de staart op. Man en vrouw zien er gelijk uit; jonge vogels zijn doffer en missen de halsvlek nog.
Verwarringssoorten
De Turkse tortel (Streptopelia decaocto) is bleker en grijzer, draagt een smalle zwarte halve halsband zonder stippen en heeft een kortere, recht afgesneden staart. De treurduif is slanker en warmer bruin, met een spits toelopende staart met witte randen en zwarte stippen op de vleugel. Op Hawaï is de zebraduif (Geopelia striata) veel kleiner en over borst en flanken fijn dwars gestreept. De witte stippen op het zwarte halsveld zijn op elke afstand het beslissende kenmerk.
Leefgebied
Hij is een vogel van bewoond land: tuinen, parken, gazons met bomen, oude woonstraten en de bosjes van eucalyptus en populier langs beken in het Californische kustbekken. Op Hawaï gebruikt hij daarnaast wegbermen, akkers, weiland en open bos, van de kust tot in de laagste bergen. Gesloten bos en droge woestijn mijdt hij. Hij zoekt zijn voedsel lopend op de grond en eet vooral zaden en kleine vruchten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
In Noord-Amerika komt hij op twee plaatsen voor, allebei door toedoen van de mens. Op Hawaï is hij in de negentiende eeuw ingevoerd en nu op alle grote eilanden algemeen; hij broedt er het hele jaar door en wordt er plaatselijk bejaagd. In Californië gaat alles terug op vogels die rond 1917 in het gebied van Los Angeles zijn losgelaten; van daaruit breidde hij zich uit tot Santa Barbara en Bakersfield in het noorden en San Diego in het zuiden. Sinds het einde van de twintigste eeuw zijn de aantallen daar sterk gedaald en is hij uit een deel van dat gebied verdwenen.
- Jaarrond
Waar en wanneer kijken
Op Hawaï hoef je niet te zoeken: hij loopt over elk gazon en elke parkeerplaats, en van dichtbij zie je dat de witte stippen los van elkaar staan. In Californië is de kans het grootst in oudere woonwijken van het bekken van Los Angeles, met hoge bomen en veel gazon. Luister daar eerst naar het rollende gekoer, want de vogel wordt vaker gehoord dan gezien.
Staat van instandhouding
Wereldwijd is de soort niet bedreigd (LC). Als ingevoerde vogel telt hij niet mee in de bescherming van de inheemse vogels; op Hawaï is hij talrijk en het aantal stabiel, en daar wordt hij als wild bejaagd. De Californische stand is sinds de jaren negentig ineengestort, en er is geen sluitende verklaring voor gevonden. In diezelfde jaren heeft de Turkse tortel Californië bezet; of die twee met elkaar te maken hebben, is niet aangetoond.
Wetenschappelijke naam
Spilopelia chinensis | (Scopoli, 1786)
Scopoli beschreef de soort in 1786 als Columba chinensis, naar een vogel uit China; omdat de soort sindsdien van geslacht is verwisseld, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Spilopelia is gevormd uit het Griekse spilos, 'vlek', en peleia, 'duif' — een naam die de gestippelde halsvlek weergeeft. Als typelocatie geldt China, later beperkt tot Kanton. Scopoli publiceerde de naam in zijn Deliciae Florae et Faunae Insubricae.



