Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Witoorsaffierkolibrie
Witoorsaffierkolibrie | Basilinna leucotis
White-eared Hummingbird | Colibrí orejiblanco
De witoorsaffierkolibrie is een gedrongen kolibrie van het dennen-eikenbos in de bergen van Mexico en Midden-Amerika, waar hij vaak de talrijkste kolibrie is. Zijn kenmerk is een dikke witte oorstreep op een zwart gezicht; die streep is gewoon wit en blijft dus zichtbaar in elk licht, terwijl de rest van zijn kleuren van de lichtinval afhangt.
Geluid
Hij zingt een eenvoudig en een samengesteld lied. Het eenvoudige is een eentonige reeks korte, wat wisselende noten, soms één noot eindeloos herhaald, soms twee noten afgewisseld; het samengestelde loopt tot een seconde of vijftien en mengt korte tikken met langere rasperige noten in hoog tempo. De roep bestaat uit hoge tikjes, tot vijf per seconde, en een lager tsjip dat sterk op het geluid van een eekhoorn of grondeekhoorn lijkt. Van de vleugels komt alleen het gewone gonzen van de kolibrievlucht; er is geen luide mechanische duikvlucht zoals bij de Selasphorus-soorten.
Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · Mex, Jalisco, Volcano de Colima, Mexico · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje heeft een metaalviolet voorhoofd en kin, een violetblauwe bovenkeel en een smaragdgroene onderkeel, een zwart gezicht en een brede witte streep die vanaf achter het oog naar de nek loopt; de bovendelen zijn helder groen en de snavel is rood met een zwarte punt. Al dat violet en groen is een interferentiekleur uit de veerstructuur en geen verfstof: in schaduw of tegenlicht lijkt de hele kop dofzwart en blijft alleen de witte streep over. Het vrouwtje heeft een bruine kruin, dezelfde witte oorstreep, witachtige onderdelen met bronsgroene spikkels en een grotendeels donkere snavel met rood alleen aan de basis. Jonge mannetjes lijken op het vrouwtje — let op de bruinige kruin — maar tonen al wat rood aan de snavelbasis en losse glanzende veren in de keel. De bouw is stevig met een middellange, licht gebogen snavel.
Verwarringssoorten
Het vrouwtje van de breedsnavelkolibrie heeft een veel dunnere witte oogstreep, effen grijze onderdelen zonder spikkels en een langere snavel; de witoorsaffierkolibrie heeft een dikke streep met een donkere wang eronder en een duidelijk gespikkelde onderzijde. De berylkolibrie is groter, roestbruin in vleugel en staart, en mist de witte oorstreep helemaal. In slecht licht kan een mannetje op elke donkere groene kolibrie lijken, maar de witte oorstreep is er altijd en maakt de soort in Arizona meteen herkenbaar. Vrouwtjes van de kleine Selasphorus-soorten zijn kleiner, met roest op de flanken en zonder zwart masker.
Leefgebied
Bergbos van den, den-eik en den met wintergroene loofbomen, tussen ongeveer twaalfhonderd en drieëneenhalfduizend meter, met een voorkeur voor open plekken, kapvlakten en bosranden. Hij foerageert laag tot halfhoog, vaak langs bloemrijke wegbermen en op struiken in de zon. Laaglandwoestijn en tropisch laaglandbos worden gemeden; hij is gebonden aan de koele hoogte. Doordat hij randen en open plekken gebruikt, redt hij zich beter in versnipperd bos dan soorten van gesloten binnenbos.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel van de Mexicaanse hooglanden, van Sonora en Chihuahua in de Sierra Madre Occidental en van Nuevo León en Tamaulipas in de Sierra Madre Oriental, zuidwaarts over de vulkaangordel en Oaxaca naar Chiapas, Guatemala, El Salvador, Honduras en het noorden van Nicaragua. In de zomer bereiken kleine aantallen de Huachuca- en Chiricahua-bergen van zuidoost Arizona, waar ook is gebroed. Binnen het areaal verplaatsen vogels zich seizoensgebonden hoger en lager langs de hellingen. Dwaalgasten zijn ver buiten het areaal opgedoken, tot in Alabama, Michigan en Mississippi.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
In Arizona is juli en augustus de tijd: laat een voederfles in een bergcanyon een uur onbewaakt en controleer elke kolibrie op een witte oorstreep. In Mexico werkt een berm met bloeiende struiken op tweeduizend meter beter dan het bos zelf. Ga op het geluid af: het eentonige metalen getik draagt verder dan de vogel zichtbaar is, en klinkt langer door dan je van een kolibrie verwacht.
Staat van instandhouding
Van vrij algemeen tot algemeen in het grootste deel van het areaal, met een stabiele populatie en de status van niet bedreigd (LC). Omdat hij bosranden en open plekken gebruikt, is hij minder gevoelig voor versnippering dan veel andere bergvogels. Het verlies van dennen-eikenbos in de Mexicaanse hooglanden door kap en omzetting in landbouw is de voornaamste druk op lange termijn.
Wetenschappelijke naam
Basilinna leucotis | (Vieillot, 1818)
Vieillot beschreef de soort in 1818 als Trochilus leucotis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. leucotis is Grieks voor 'witoor', van leukos 'wit' en ous 'oor' — precies het kenmerk waaraan de soort in het veld te herkennen is. De geslachtsnaam Basilinna is Grieks voor 'koningin'. Als typelocatie stond aanvankelijk Brazilië vermeld, wat een vergissing was; Griscom wees later Orizaba in Veracruz aan.




