Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Breedsnavelkolibrie
Breedsnavelkolibrie | Cynanthus latirostris
Broad-billed Hummingbird | Colibrí piquiancho común
De breedsnavelkolibrie is grotendeels een Mexicaanse vogel die in de zomer de beekcanyons van zuidoost Arizona en zuidwest New Mexico bereikt. Het mannetje is smaragdgroen met een saffierblauwe keel en een koraalrode, zwart gepunte snavel, en voert zijn balts uit als een slinger die vlak voor het vrouwtje heen en weer zwaait.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
De roep is een kort, afgeknepen tsje-dit, sterk gelijkend op dat van het Amerikaanse vuurgoudhaantje, en het is meestal het eerste teken van zijn aanwezigheid in dicht oevergroen. Baltsende mannetjes geven vanaf een tak een reeks korte tsjip-noten, monotoon herhaald. Tijdens de slingerdans zelf trillen de vleugels zo dat er een hoog, zoemend zing ontstaat — een mechanisch geluid, geen stem. Buiten de balts is het een zwijgzame vogel die vooral bij ruzies om een bloemenveld van zich laat horen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Het mannetje is diep groen met een blauwe keel die zonder scherpe grens in het groen van de borst overgaat, zodat er geen afgetekende keelvlek te zien is; de onderstaartdekveren zijn wit en de brede, in het midden gevorkte staart is blauwzwart. Het blauw en groen zijn interferentiekleuren uit de veerstructuur: valt het licht verkeerd, dan is de hele vogel dofzwart en blijft alleen de rode snavel over. Het vrouwtje is goudgroen boven en effen grijs onder, met een schone witte streep achter het oog en witte punten aan de buitenste staartpennen; haar snavel is doffer en donkerder dan die van het mannetje. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, maar jonge mannetjes krijgen gaandeweg blauwgroene veren in de keel. Met ruim drie gram is het een kleine kolibrie met een naar verhouding lange, rechte snavel.
Verwarringssoorten
Het vrouwtje is het lastigst. Het vrouwtje van de witoorsaffierkolibrie heeft een veel bredere en fellere witte oorstreep op een zwart masker en een gespikkelde, niet effen onderzijde, en een kortere snavel. Het vrouwtje van de violetkruinkolibrie is zuiver wit van onder, zonder groene spikkels en zonder duidelijke oogstreep. Mannetjes zijn in goed licht door de combinatie van rode snavel en blauwe keel niet met iets anders te verwarren. Ondanks de gelijkende naam is er geen enkele kans op verwarring met de breedstaartkolibrie, een bergvogel met een rozerode keel en sjirpende vleugels.
Leefgebied
In de Verenigde Staten beekcanyons onder ongeveer tweeduizend meter, met Arizona-plataan, populier, wilg en mesquite, en met agave, woestijnkamperfoelie en ocotillo als drachtplanten. Na het broeden trekken vogels omhoog naar bergweiden tot bijna drieduizend meter, achter de bloei aan. In Mexico zit hij van droog doornbos en tropisch loofbos tot galerijbos langs rivieren en tot in tuinen en dorpsranden. Gesloten hoog naaldbos wordt gemeden; hij heeft licht, water en bloemen nodig.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel over een groot deel van noordelijk en centraal Mexico, van Sonora en Chihuahua tot Tamaulipas, Veracruz en Oaxaca. In de Verenigde Staten alleen als broedvogel: in zuidoost Arizona en zuidwest New Mexico van maart tot september, en zelden in het uiterste zuidwesten van Texas. Van de wereldpopulatie broedt maar een klein deel ten noorden van de grens. In het najaar duiken af en toe dwaalgasten ver naar het oosten op, tot aan de Golfkust.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem van april tot augustus in een canyon met hoge platanen langs een permanente beek, of gewoon bij de voederflessen van een bezoekerscentrum in zuidoost Arizona. Let op de rode snavel: die blijft zichtbaar als de keel door de lichtval zwart oogt, en is bij een zittende vogel het snelste kenmerk. Zie je een mannetje vlak voor een zittend vrouwtje in een vlakke boog heen en weer slingeren, dan kijk je naar de balts.
Staat van instandhouding
Partners in Flight schat de wereldpopulatie op 2,2 miljoen vogels, waarvan zo'n tweehonderdduizend in de Verenigde Staten; de trend is niet bekend en de soort geldt als weinig zorgelijk. De Amerikaanse populatie hangt wel volledig af van canyons met stromend water, en die zijn gevoelig voor grondwateronttrekking en droogvallende beken. Voederflessen in zuidoost Arizona houden een deel van de vogels langer in het gebied dan vroeger.
Wetenschappelijke naam
Cynanthus latirostris | Swainson, 1827
Swainson beschreef de soort in 1827 als Cynanthus latirostris, en omdat de soort nog altijd in dat geslacht staat, blijven auteur en jaartal zonder haakjes. latirostris is Latijn voor 'breedsnavelig', van latus 'breed' en rostrum 'snavel'. Het geslacht Cynanthus is gevormd uit Grieks kyanos 'donkerblauw' en anthos 'bloem'. Als typelocatie gold aanvankelijk het hoogland van Mexico, maar dat werd onbetrouwbaar geacht omdat de soort daar vermoedelijk niet voorkomt; Moore wees later het Dal van Mexico bij Mexico-Stad aan.




