Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Witvleugeltreurduif

Witvleugeltreurduif | Zenaida asiatica

White-winged Dove | Paloma Alas Blancas

De witvleugeltreurduif is een forse grijsbruine duif met een scherpe witte streep langs de gevouwen vleugel, die bij het opvliegen opengaat tot een brede witte sikkel. Hij hoort van oorsprong bij het saguarocactusland en het doornbos van het zuidwesten, maar broedt nu in groten getale in de steden van Texas en langs de Golfkust. In San Antonio alleen al werden rond de eeuwwisseling meer dan een miljoen vogels geteld.

Witvleugeltreurduif (Zenaida asiatica)
Foto: Ereenegee — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een ritmisch, hoempend gekoer dat in Engelse veldgidsen wordt weergegeven als who-cooks-for-you: voller, lager en rollender dan het klagende koeren van de treurduif. Daarnaast klinkt een herhaald pep-peer-poe-oe, dat vanaf een draad, een dakrand of een boomtop wordt gegeven. Waar de vogels dicht opeen broeden zingen tientallen mannetjes door elkaar en wordt het een aanhoudend gebrom over de hele wijk. De zang begint in het voorjaar en houdt tot laat in de zomer aan.

Luister: ZangXC1106379

Opname: Bill Pyle — CC BY-NC-SA 4.0 · Rancho Primavera, Cabo Corrientes, Jalisco, MX, Mexico · xeno-canto

Herkenning

Een grote, stevig gebouwde duif, grijsbruin van boven en iets lichter van onderen, met een afgeronde staart die een zwarte band en brede witte punten draagt. Langs de rand van de gevouwen vleugel loopt een scherpe witte streep, die in de vlucht opengaat tot een breed wit vlak over de arm. Over de wang loopt een kort zwart streepje, en het oranjerode oog is omgeven door een ring van kale blauwe huid. Man en vrouw zijn gelijk; het mannetje toont wat meer paarse glans op kop en hals. Jonge vogels zijn valer, hebben minder blauw rond het oog en een bruiner oog.

Verwarrings­soorten

De treurduif is slanker en kleiner, heeft een spits toelopende staart met witte randen, losse zwarte vlekken op de vleugel en nergens een witte vleugelstreep. De Turkse tortel is bleker, draagt een zwarte halve halsband en heeft een vierkante staart zonder wit vleugelveld. Verreaux' duif is even groot maar heeft een effen vleugel, een bleekgeel oog en witte staarthoeken in plaats van een witte vleugelband. De rotsduif is gedrongener, korter van staart en toont in de vlucht een witte stuit, geen witte vleugelband.

Leefgebied

Van oorsprong woestijn met saguaro's (de grote zuilcactus van de Sonorawoestijn), bos van mesquite (doornige peulstruik van het zuidwesten, vormt dichte bosjes) langs droge rivierbeddingen en dicht doornstruweel, waar hij zich met cactusvruchten, zaden en nectar voedt. In de laatste decennia is hij vooral een vogel van steden en dorpen geworden: tuinen met hoge bomen, parken, kerkhoven, citrusboomgaarden en drinkplaatsen. Anders dan de treurduif zoekt hij zijn voedsel vaak in de begroeiing zelf, aan zaadhoofden en vruchten, en minder op de kale grond. Water in de buurt is in het droge deel van het areaal een voorwaarde.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedvogel van het zuiden van Californië, Nevada, Arizona, New Mexico en Oklahoma, standvogel in Zuid-Texas, Louisiana en Florida, in heel Mexico, in Midden-Amerika tot Nicaragua en verder, en op de Bahama's, Cuba, Jamaica, Hispaniola, de Caymaneilanden, de Turks- en Caicoseilanden en Puerto Rico. De noordelijke broedvogels vertrekken in september en oktober naar Mexico en Midden-Amerika en keren tussen maart en mei terug; ongeveer een derde van de Texaanse vogels blijft tegenwoordig overwinteren. Sinds het midden van de twintigste eeuw is het areaal sterk naar het noorden en oosten opgeschoven, tot in Oklahoma, Kansas, Arkansas, Louisiana en de staten aan de Golf, grotendeels langs de steden. Na de broedtijd zwerven de vogels ver en onregelmatig over het continent.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Sta vanaf maart in een buitenwijk van San Antonio, Tucson of Phoenix bij zonsopgang stil en luister naar het hoempende koeren vanaf de daken en draden; het is dan het meest gehoorde vogelgeluid van de straat. Vliegt er een op, dan opent de witte vleugelband zich tot een sikkel die de soort op elke afstand vastlegt. Zoek in de winter langs stadsranden en bij drinkbakken, waar de overwinterende vogels zich verzamelen.

Staat van instandhouding

De soort geldt als niet bedreigd (LC). Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de wereldwijde broedpopulatie op veertien miljoen vogels, met een toename tussen 1966 en 2019. De Amerikaanse aantallen bereikten in 1968 een hoogtepunt en zakten daarna scherp weg toen de broedbosjes langs de benedenloop van de Rio Grande werden gerooid; het herstel kwam van vogels die zich in steden vestigden. De soort wordt in verscheidene staten en in Mexico bejaagd, zonder dat dat de aantallen omlaag brengt.

Wetenschappelijke naam

Zenaida asiatica | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Columba asiatica; Bonaparte plaatste haar in 1838 in het geslacht Zenaida, dat hij naar zijn echtgenote Zénaïde Bonaparte noemde — vandaar de haakjes om auteur en jaartal. De soortnaam asiatica betekent 'Aziatisch' en berust op een vergissing: Linnaeus schreef als herkomst 'In Indiis' en dacht daarbij aan Oost-Indië. Het beschreven exemplaar kwam in werkelijkheid uit de West, van Jamaica, en daarheen is de typelocatie later verbeterd. De naam bleef staan, want een soortnaam wordt niet gewijzigd omdat hij misleidend is.