Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Zwartbuikpijlstormvogel
Zwartbuikpijlstormvogel | Puffinus opisthomelas
Black-vented Shearwater | Pardela culinegra
De zwartbuikpijlstormvogel is een kleine, donkere pijlstormvogel die zich, anders dan de meeste van zijn verwanten, dicht onder de Amerikaanse westkust ophoudt: hij blijft doorgaans binnen een paar tientallen kilometers van het strand, boven de continentale plaat. Hij broedt vrijwel geheel op een handvol eilanden voor Neder-Californië en is in de koudere maanden een vertrouwde verschijning voor de kust van zuidelijk en centraal Californië.
Geluid
Aan de kolonie is de zwartbuikpijlstormvogel, zoals de meeste pijlstormvogels, uitsluitend 's nachts te horen: uit de holen onder de struiken klinkt een schor, kakelend geroep waarmee partners en buren elkaar herkennen in het donker. Overdag, en op zee, is de soort stil. Aan de Amerikaanse kust, waar hij alleen als niet-broedende zwerver wordt gezien, is dan ook nooit een geluid van hem opgetekend — wat een waarnemer hier hoort is hoogstens het geklots van het water bij het opstijgen.
Opname: Justyn Stahl — CC BY-NC-SA 4.0 · Los Angeles County, California, United States · xeno-canto
Herkenning
Een kleine, gedrongen pijlstormvogel, donkerbruin tot zwart van boven en wit van onder, met donkere onderstaartdekveren, een vrij vage grens op de flank en een vleugelonderzijde die overwegend wit is met een smalle donkere rand. Snavel en poten zijn grijs tot vleeskleurig. Mannetje, vrouwtje en jonge vogel zijn niet van elkaar te onderscheiden. De vlucht is laag boven het water, met snelle, wat stijve vleugelslagen die overgaan in korte glijfases — minder de lange, dragende glijvlucht van de grotere pijlstormvogels.
Verwarringssoorten
De grauwe pijlstormvogel (Ardenna grisea) is groter en overal vrijwel egaal donkerbruin, zonder de scherpe grens tussen boven- en onderdelen die de zwartbuikpijlstormvogel juist kenmerkt. De Chileense grote pijlstormvogel (A. creatopus) is eveneens groter, met een dikke, roze snavel en een minder felle overgang tussen donkere rug en lichte onderdelen. Vergeleken met deze twee is de zwartbuikpijlstormvogel merkbaar kleiner en compacter, met snellere vleugelslagen.
Leefgebied
Binnen dit gebied is de zwartbuikpijlstormvogel vooral een vogel van de ondiepe continentale plaat, waar scholen ansjovis en sardien hem dicht onder de kust houden — vaak niet meer dan een kwartier varen uit de haven. Voor het broeden zoekt hij lage, vaak rotsachtige eilanden met struikvegetatie, waar hij in een zelfgegraven hol of een spleet tussen de rotsen nestelt. Open oceaanwater ver van de kust, zoals de meeste van zijn verwanten juist opzoeken, mijdt hij grotendeels.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
De zwartbuikpijlstormvogel broedt vrijwel uitsluitend op eilanden voor de westkust van Neder-Californië: ruim vijfennegentig procent van de wereldpopulatie broedt op Isla Natividad, met kleinere kolonies op Isla Guadalupe en de San Benito-eilanden. Na het broedseizoen verspreiden vooral jonge vogels zich noordwaarts langs de kust; van september tot april is de soort een regelmatige, soms talrijke gast langs centraal en zuidelijk Californië, met incidentele meldingen tot in Brits-Columbia. Zuidwaarts blijft hij dicht bij de Mexicaanse kolonies en de Golf van Californië.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek de zwartbuikpijlstormvogel van eind zomer tot in het voorjaar op een korte boottocht vanaf de Zuid-Californische kust, bijvoorbeeld vanuit San Diego of Dana Point, waar hij dicht onder de kust met visserboten meevaart. Let op de scherpe grens tussen de donkere bovendelen en de witte onderkant: bij de grauwe en de Chileense grote pijlstormvogel, waarmee hij het vaakst wordt verward, ontbreekt die juist.
Staat van instandhouding
De wereldpopulatie telt tussen de twee- en driehonderdduizend vogels en is stabiel; de soort geldt als gevoelig (NT). Verwilderde katten doodden op Isla Natividad ooit meer dan duizend vogels per maand; sinds de katten daar volledig zijn verwijderd en ook van Isla Guadalupe worden verdreven, is het broedsucces sterk verbeterd. Olievervuiling, visserijnetten en het beperkte aantal broedeilanden blijven de belangrijkste resterende risico's.
Wetenschappelijke naam
Puffinus opisthomelas | Coues, 1864
Elliott Coues beschreef de soort in 1864 als Puffinus opisthomelas, op basis van een exemplaar van Cabo San Lucas aan de zuidpunt van Neder-Californië; ze staat sindsdien onveranderd in het geslacht Puffinus, dat Brisson al in 1760 invoerde, dus zonder haakjes om auteur en jaartal. De soortnaam opisthomelas is Grieks voor 'zwart van achteren', naar de donkere onderstaart en stuit die de soort van lichtere verwanten onderscheidt. De typelocatie Cabo San Lucas ligt zelf ver van de eigenlijke broedeilanden, die pas later werden ontdekt.

