Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Nachtzwaluw
Nachtzwaluw | Caprimulgus europaeus
Eurasian Nightjar | Chotacabras europeo | Ziegenmelker | תחמס אירופי | Engoulevent d'Europe
Een vogel van de schemering: overdag zit hij met zijn schorskleurige verenkleed op een tak of de grond, na zonsondergang vliegt hij geluidloos boven de heide. Het snorrende gezang draagt honderden meters ver door de zomernacht.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Een aanhoudende mechanische ratel, een houten errrrrrrrr dat minutenlang doorloopt en om de paar seconden van toonhoogte wisselt, alsof iemand een gasbrander open- en dichtdraait. Begint zo'n twintig minuten na zonsondergang, houdt aan tot ver na middernacht en klinkt opnieuw voor het ochtendgloren. Bij het opvliegen breekt het gezang af in een nasaal koe-ik, vaak met hoorbaar vleugelklappen.
Opname: ChristianSW — CC0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Langvleugelig en langstaartig, met een platte kop, grote zwarte ogen en een minuscule snavel boven een grote bek. Het verenkleed is grijsbruin met fijne kriebeltekening en camoufleert volmaakt. Het mannetje heeft witte vlekken op de handpennen en witte staarthoeken, bij het vrouwtje ontbreken die. In vlucht valt de valkachtige, wiegende en volstrekt geluidloze slag op.
Verwarringssoorten
In silhouet kan een torenvalk of koekoek verwarren, maar de nachtzwaluw vliegt met stotende, onregelmatige slagen en scherpe wendingen, alsof hij zwevend van richting verandert. In Zuid-Europa is de Moorse nachtzwaluw de echte valstrik: bleker, zandkleuriger, met wit in de handpennen bij beide geslachten en een heel ander, kloppend geluid.
Leefgebied
Droge, warme, halfopen terreinen: heidevelden met verspreide vliegdennen, jonge aanplant, kapvlaktes, stuifzand en de randen van naaldbos op zandgrond. Broedt zonder nest op de kale bodem tussen heide of strooisel. Jaagt op nachtvlinders en kevers boven open plekken, langs bosranden en boven vee in het open veld.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van vrijwel heel Europa tot in Scandinavië, overwinterend in zuidelijk Afrika. In Iberië broedt hij in het noorden en het midden; naar het zuiden toe wordt hij vervangen door de Moorse nachtzwaluw.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Ga tussen half mei en eind juli op een windstille, zwoele avond naar een heideveld en wacht op een open plek tot ongeveer een halfuur na zonsondergang. Blijf staan en luister; het snorren verraadt de zangpost. Vaak komt het mannetje daarna klappend en zwenkend rond je hoofd vliegen.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). Plaatselijk is de soort na een diep dal in de jaren tachtig weer toegenomen dankzij heideherstel en grootschalige bosomvorming. Elders in West-Europa staat de soort onder druk door verruiging en vermesting van heide, het verlies van grote nachtvlinders, nachtelijke recreatie en aanrijdingen op onverlichte boswegen.
Wetenschappelijke naam
Caprimulgus europaeus | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Caprimulgus voerde hij in datzelfde werk in. Caprimulgus is Latijn, van capra 'geit' en mulgere 'melken', naar het oude volksgeloof dat nachtzwaluwen 's nachts geiten leegzogen. europaeus is Latijn voor 'Europees'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.



