Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Kraanvogels

Kraanvogels | Gruidae

Cranes | Grullas

Grote vogels met lange hals en lange poten die, anders dan reigers, met gestrekte hals vliegen; de verlengde binnenste armpennen hangen als een pluim over de staart en zijn bij sommige soorten tot slepende, haarfijne veren uitgegroeid. Bij de soorten van het geslacht Grus is de luchtpijp verlengd en in het borstbeen opgerold, wat de ver dragende trompettoon verklaart die een paar vaak in duet uitbrengt; de kroonkraanvogels missen die lus en laten in plaats daarvan een blazende, toeterende roep horen, versterkt door een rode keelzak. De snavel is recht en middellang: ze foerageren lopend over grasland, vlei, akker en ondergelopen vlakte, graven knollen en wortels op en pikken daarnaast zaad, insecten en kleine gewervelden. De achterteen is bij de meeste soorten klein en hoog ingeplant, zodat ze niet in bomen kunnen zitten; alleen de kroonkraanvogels hebben een lange, laag geplaatste achterteen en overnachten in boomtoppen. Het legsel bestaat uit één tot drie eieren op een hoop plantaardig materiaal in of naast ondiep water, en het jong blijft de eerste maanden bij de ouders.

Inheemse soorten 3 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Balearica 1 soort

Grus 2 soorten