Alle soorten › Zangvogels › Monarchen
Monarchen | Monarchidae
Monarch flycatchers | Monarcas
Kleine tot middelgrote, beweeglijke insecteneters van bos, bosrand en rivierbegeleidend geboomte. De snavel is breed en plat, met een wijde muil en stijve borstelveren langs de mondhoeken die helpen vliegende prooi te vangen. Monarchen jagen actief. Ze vliegen vanaf een zitplaats kort uit, pikken insecten van bladeren of vangen ze in een snelle, fladderende luchtjacht, en waaieren daarbij vaak met staart en vleugels. Bij de paradijsmonarchen (Terpsiphone) draagt het mannetje een kuif, een glanzend blauwe oogring en snavel en sterk verlengde middelste staartpennen, die bij de Afrikaanse Paradijsmonarch de lichaamslengte ruim overtreffen. Binnen één soort komen roestbruine, witte en tussenvormen voor. Trochocercus is korter gestaart en leeft verborgener, in dichter bos. Het nest is een klein, compact kommetje op een dunne horizontale vork, stevig omwonden met spinrag en aan de buitenkant bekleed met korstmos, zodat het wegvalt tegen de tak. Beide ouders broeden, ook het mannetje met zijn lange staart die over de rand van het nest hangt. De roep is een schel, raspend gekrijs. De zang is een korte, heldere fluittriller.
Inheemse soorten 6 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.
Terpsiphone 4 soorten
-

Roodbuikparadijsmonarch
Terpsiphone rufiventer
Subtropisch laagland- en kustbos
Rivier- en oeverbos
-

Gabonparadijsmonarch
Terpsiphone rufocinerea
Rivier- en oeverbos
Subtropisch laagland- en kustbos
-

Afrikaanse paradijsmonarch
Terpsiphone viridis
Rivier- en oeverbos
Gemengd bosveld
Tuinen en bebouwing
-

Bates' paradijsmonarch
Terpsiphone batesi
Subtropisch laagland- en kustbos
Rivier- en oeverbos


