Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Afrikaanse havikarend

Afrikaanse havikarend | Aquila spilogaster

African Hawk-Eagle | Águila-azor Africana

De Afrikaanse havikarend is een krachtige, middelgrote arend van het bosveld, van boven zwartbruin en van onderen wit met smalle zwarte streepjes. Paren jagen vaak samen en slaan met grote snelheid parelhoenders, frankolijnen, hazen en klipdassen; in vlucht verraden de witte ‘vensters’ in de handpennen de soort al van ver.

Afrikaanse havikarend (Aquila spilogaster)
Foto: Chris Eason — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een melodieus, fluitend kluu-kluu-kluu-klu-kluuu, vooral tijdens de baltsvlucht en rond het nest; verder een scherp kiek van beide partners.

Luister: RoepXC267752

Opname: Andrew Spencer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

60–65 cm, spanwijdte 130–160 cm. Volwassen vogels zijn van boven donker zwartbruin, van onderen wit met smalle zwarte lengtestrepen op borst en flanken; de broek is gestreept tot wit. In de vlucht is de ondervleugel wit met zwarte vlekken op de dekveren, een brede zwarte achterrand en opvallend witte, ongevlekte handpenbases, die ook van boven als lichte vlekken zichtbaar zijn. De grijze staart heeft een brede zwarte eindband. Poten volledig bevederd, tenen geel. Het vrouwtje is groter en zwaarder gestreept. Jonge vogels zijn van onderen roodbruin met fijne donkere streepjes, van boven bruin, met een fijn gebandeerde staart zonder eindband.

Verwarrings­soorten

De Ayres' havikarend Hieraaetus ayresii is kleiner, van onderen zwaar zwart gedruppeld in plaats van gestreept en heeft een dicht gebandeerde ondervleugel zonder witte handpenvensters. De vechtarend Polemaetus bellicosus is veel groter, met een donkere kop en borst en een donkere ondervleugel. De Cassins kuifarend Aquila africana, alleen in het uiterste noorden van Angola, heeft een zwarte ondervleugel. Jonge vogels kunnen lijken op de lichte vorm van de Wahlbergs arend Hieraaetus wahlbergi, die een langere, recht afgesneden staart en recht afgesneden vleugels heeft.

Leefgebied

Vrij open tot vrij dicht bosveld, vaak in heuvelachtig terrein met hoge bomen langs droge rivierbeddingen; mopaneveld, gemengd bosveld en acaciasavanne. Jaagt vanaf een verborgen zitplaats in een boomkruin of in snelle glijvlucht laag boven het veld. Het nest is een grote takkenhorst hoog in een boom, vaak in een vork van een grote acacia of een baobab.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Wijdverspreid in het noorden en oosten van het gebied: Angola, Zambia, Malawi, Mozambique, Zimbabwe, het noorden en oosten van Botswana, het noorden en midden van Namibië en het noordoosten van Zuid-Afrika (Limpopo, Mpumalanga-laagveld, Noordwest, het noorden van KwaZoeloe-Natal), en schaars in Eswatini. Ontbreekt in het droge westen, op het hoogveld en in de Kaap. Verder in savannes in grote delen van Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal tot Ethiopië en Somalië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het Krugerpark en de mopanestreek langs de Limpopo zijn goede gebieden. Let op twee vogels die samen laag over het bosveld jagen, of op een arend die met de witte handpenvensters en de zwarte staartband boven de bomen cirkelt. Bij drinkplaatsen wachten paren soms op parelhoenders en frankolijnen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd op de Rode Lijst, maar zoals veel grote roofvogels buiten beschermde gebieden achteruitgegaan door vergiftiging, vervolging door pluimveehouders, verlies van hoge nestbomen en aanvaringen met elektriciteitsleidingen. In Zuid-Afrika vrijwel beperkt tot wildreservaten en grote boerderijen.

Wetenschappelijke naam

Aquila spilogaster | (Bonaparte, 1850)

Bonaparte beschreef de soort in 1850 als Spizaëtus spilogaster; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aquila werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Aquila is Latijn voor 'arend', mogelijk van aquilus 'donker van kleur'. spilogaster komt van het Griekse spilos, 'vlek', en gastēr, 'buik' — naar de donker gestreepte witte onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Ethiopië.