Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Zwarte arend
Zwarte arend | Aquila verreauxii
Verreaux's Eagle | Águila de Verreaux
De zwarte arend is de grote, gitzwarte arend van de kliffen en rotsige heuvels van zuidelijk en oostelijk Afrika. Hij is sterk gespecialiseerd in klipdassen, en waar die talrijk zijn, zoals in de Matobo-heuvels in Zimbabwe, leeft een van de dichtste arendpopulaties ter wereld.
Geluid
Meestal zwijgzaam. Bij het nest en in de balts een melodieus, gerekt wie-oe of een kort blaffend kiep; het paar roept soms tijdens duikvluchten met golvende achtbanen boven de kliffen.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
75–96 cm, spanwijdte 181–219 cm. Volwassen vogels zijn diep zwart met een witte V op de rug die doorloopt tot een witte stuit, alleen goed zichtbaar in de vlucht of wanneer de vleugels hangen. De snavel is zwaar, de washuid, de ring rond het oog en de poten zijn geel. In de vlucht is het silhouet uniek: de vleugels zijn smal aan de basis, verbreden zich sterk in de arm en lopen uit in lange ‘vingers’, als een peddel, met een witachtig venster aan de basis van de handpennen. De staart is vrij lang en wigvormig. Jonge vogels zijn bruin gevlekt met een roestbruine kruin en nek, een donker gezicht en lichtere, geschubde broek en worden in ongeveer vier jaar zwart.
Verwarringssoorten
Een volwassen vogel is niet te verwarren. De bateleur Terathopius ecaudatus is ook zwart maar heeft een bijna onzichtbare korte staart, een rood gezicht en poten en witte ondervleugeldekveren. De donkere vorm van de Wahlbergs arend Hieraaetus wahlbergi is veel kleiner en bruin. De jakhalsbuizerd Buteo rufofuscus is kleiner, met een roestrode staart. Jonge vogels lijken op de savannearend Aquila rapax, maar hebben een donker masker, een roestkleurige kruin en al de typische peddelvormige vleugels.
Leefgebied
Bergen, kliffen, kloven en rotsige heuvels (koppies) met veel klipdassen, van fynbos in het zuidwesten tot de Drakensberg en de rotsige heuvels van de savanne. Klipdassen vormen vaak meer dan 90 procent van het voedsel; verder worden tortelduiven, frankolijnen, jonge antilopen, hazen en aas gegeten. Het nest is een groot takkenplatform op een richel in een klif.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In zuidelijk Afrika wijdverbreid waar kliffen en klipdassen zijn: bergachtige delen van Zuid-Afrika, van de Kaapse Plooiberge tot de Drakensberg, de Magaliesberg en de Waterberg, Lesotho en Eswatini, het westelijke escarpment en de rotsheuvels van Namibië, het oosten van Botswana (Tswapong, Tuli), Zimbabwe (vooral Matobo), het westen van Mozambique, Malawi, delen van Zambia en het westen van Angola. Verder in Oost-Afrika tot Ethiopië, Soedan en Somalië, en daarbuiten plaatselijk in Arabië en de Sinaï.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De Matobo-heuvels in Zimbabwe, de Magaliesberg en de Walter Sisulu Botanische Tuin bij Johannesburg zijn beroemde plekken, waar een paar al tientallen jaren op dezelfde klif broedt. Kijk bij warme middagen langs de rand van een klif: de arenden glijden laag over de rotsen en verrassen de klipdassen. In de vlucht is het peddelvormige vleugelsilhouet al van grote afstand herkenbaar.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd op de wereldwijde Rode Lijst, maar in Zuid-Afrika als kwetsbaar beoordeeld. Buiten beschermde gebieden gaat de soort achteruit door afname van klipdassen, vervolging door veehouders, vergiftiging, elektrocutie en aanvaringen met windturbines, die in de berggebieden van de Oost- en West-Kaap een groeiend probleem vormen.
Wetenschappelijke naam
Aquila verreauxii | Lesson, 1831
Lesson beschreef de soort in 1831 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Aquila werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Aquila is Latijn voor 'arend', mogelijk van aquilus 'donker van kleur'. verreauxii eert de Franse natuuronderzoeker en natuurhistorisch handelaar Jules Verreaux (1807–1873), die jaren in Zuid-Afrika verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit het binnenland van de Kaap, Zuid-Afrika.


