Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Cassins kuifarend

Cassins kuifarend | Aquila africana

Cassin's Hawk-Eagle | Águila-azor Congoleña

De Cassins kuifarend is een slanke, weinig bekende arend van het equatoriale regenwoud, die vooral boven het bladerdak zweeft en in het bos zelf jaagt. Binnen het gebied van deze gids bereikt hij alleen de uiterste noordrand van Angola, waar het Congolese regenwoud begint.

Cassins kuifarend (Aquila africana)
Foto: Tomas Albrecht 01 — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Weinig gedocumenteerd. In de baltsvlucht boven het bos een hoog, schel kwiee-ow of een reeks fluitende kie-kie-kie-roepen, meestal hoog in de lucht.

Luister: RoepXC45571

Opname: Mike Nelson — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

50–61 cm, spanwijdte 103–113 cm. Van boven zwartachtig met een klein, soms nauwelijks zichtbaar kuifje. Van onderen wit, met zwarte vlekken en strepen die beperkt blijven tot de zijkanten van de borst en de flanken; de bevederde poten zijn wit of licht gevlekt. In de vlucht vallen de korte, brede, zwarte ondervleugeldekveren op tegen de witte romp, terwijl de slagpennen grijs en gebandeerd zijn. De staart is vrij lang, grijs met enkele smalle donkere banden en een bredere eindband. De iris is lichtbruin tot geel. Jonge vogels zijn van boven bruin met lichte randen, en van onderen wit tot roomkleurig met een rossig waas op kop en borst en fijne donkere strepen op de flanken.

Verwarrings­soorten

De Ayres' havikarend Hieraaetus ayresii heeft zwaar gevlekte onderdelen en een gevlekte in plaats van zwarte ondervleugel. De Afrikaanse havikarend Aquila spilogaster is groter, heeft fijn gestreepte onderdelen, witte handpenbases en een brede zwarte eindband op de staart, en leeft in open savanne. Een jonge kroonarend Stephanoaetus coronatus is veel groter, met een witte kop en rood gevlekte ondervleugels. De Afrikaanse zwarte kuifarend Lophaetus occipitalis is geheel donker met een lange kuif.

Leefgebied

Groenblijvend laagland- en galerijbos en oude secundaire bossen, met open plekken en bosranden; mijdt open savanne. Jaagt vanaf een verborgen zitpost in het bladerdak op vogels, zoals duiven en papegaaien, en op eekhoorns en ander klein boomzoogdier. Zweeft in de ochtend boven het bladerdak.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in het uiterste noorden van Angola, in het regenwoud en galerijbos van de provincies Cabinda, Zaire, Uíge en Lunda-Norte; zeer schaars en slecht bekend, met weinig recente waarnemingen. Niet bekend uit de rest van het gebied. Buiten het gebied in het regenwoud van West- en Centraal-Afrika, van Sierra Leone en Liberia tot de Democratische Republiek Congo, Oeganda en het westen van Kenia.

Hoe en wanneer kijken

Een kans op deze soort bestaat alleen bij bezoek aan het bos in het noorden van Angola, bijvoorbeeld in Cabinda of het Uíge-gebied. Zoek in de late ochtend vanaf een uitkijkpunt over het bladerdak naar zwevende roofvogels: de combinatie van witte romp en zwarte ondervleugeldekveren is kenmerkend. Elke waarneming in Angola is waardevol en de moeite van documentatie waard.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd op de Rode Lijst dankzij het grote areaal, maar overal schaars en moeilijk te zien. De soort is afhankelijk van hoog, aaneengesloten bos, zodat houtkap en omzetting in landbouwgrond in het noorden van Angola haar lokale voortbestaan bedreigen.

Wetenschappelijke naam

Aquila africana | (Cassin, 1865)

Cassin beschreef de soort in 1865 als Limnaetus africanus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aquila werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Aquila is Latijn voor 'arend', mogelijk van aquilus 'donker van kleur'. africana is Latijn voor 'Afrikaans', naar het werelddeel waar de soort voorkomt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de rivier Ogabi, Gabon.