Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Afrikaanse reuzenijsvogel

Afrikaanse reuzenijsvogel | Megaceryle maxima

Giant Kingfisher | Martín Gigante Africano

De Afrikaanse reuzenijsvogel is de grootste ijsvogel van Afrika: een zware, leigrijze en wit gespikkelde vogel met een rommelige kuif, een enorme zwarte dolksnavel en veel kastanjebruin op borst of buik. Hij is gebonden aan beboste waterkanten en vist vanaf een hoge, beschutte tak.

Afrikaanse reuzenijsvogel (Megaceryle maxima)
Foto: Derek Keats from Johannesburg, South Africa — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, hard en krassend kah-kah-kah of kek-kek-kek, vaak in de vlucht langs de rivier; verder een zacht grommend krrk en bij paren een lange, schetterende roepreeks.

Luister: ZangXC1065290

Opname: isaac kilusu — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 45 cm. De bovendelen zijn donker leigrijs, dicht bezet met kleine witte stippen; de rafelige kuif is donker, de keel wit. De snavel is zwaar, lang en zwart. Het mannetje heeft een roestbruine borst en een witte, zwart gebandeerde buik; het vrouwtje juist een wit met zwart gespikkelde borst en een roestbruine buik en ondervleugel. Jonge mannetjes hebben al een roestige borst met zwarte spikkels, jonge vrouwtjes een bleker gespikkelde borst. In de vlucht zware, trage vleugelslagen.

Verwarrings­soorten

Door de grootte met geen andere ijsvogel te verwarren. De bonte ijsvogel (Ceryle rudis) is veel kleiner en uitsluitend zwart-wit, zonder kastanjebruin, en bidt vaak boven open water, wat de reuzenijsvogel zelden doet.

Leefgebied

Rivieren en beken met beboste oevers, zowel in het laagland als in heuvelland, verder dammen, meren, lagunes, estuaria en rustige kustwateren, zelfs visvijvers en tuinvijvers. Zit op een hoge, beschaduwde tak, duikt schuin in het water en vangt vooral vis en krabben, ook kikkers. Het nest ligt aan het eind van een lange gang in een steile oeverwand.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Over het grootste deel van het gebied bij geschikt water: in Zuid-Afrika vooral in het oosten, zuiden en de West-Kaap, langs de Oranjerivier tot ver naar het westen, verder in Lesotho, Eswatini, Zimbabwe, Mozambique, Malawi, Zambia, Angola, het noorden en oosten van Botswana en het noorden van Namibië. Ontbreekt in de droogste streken zonder permanent water. Verder over het grootste deel van Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal tot Ethiopië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Let langs een beboste rivier op de harde krassende roep; de vogel vliegt meestal laag stroomopwaarts weg en landt op een grote tak boven het water. Hij zit vaak lang stil, deels verscholen in het bladerdek. Ook bij visvijvers en dammen in voorsteden van bijvoorbeeld Kaapstad, Johannesburg en Harare regelmatig te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in het grootste deel van het gebied vrij algemeen, al is de dichtheid overal laag. Plaatselijk heeft de soort te lijden van het verlies van oeverbos, verslibbing van rivieren en vervuiling; aanleg van dammen heeft elders nieuw leefgebied opgeleverd.

Wetenschappelijke naam

Megaceryle maxima | (Pallas, 1769)

Pallas beschreef de soort in 1769 als Alcedo maxima; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Megaceryle werd in 1848 ingevoerd door Kaup. Megaceryle combineert het Griekse megas 'groot' met de geslachtsnaam Ceryle, en onderscheidt zo de grote ijsvogels van de kleinere. maxima is Latijn voor 'grootste' — het is de grootste ijsvogel van Afrika. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaap de Goede Hoop.