Alle soorten › Stormvogelachtigen › Albatrossen › Atlantische geelneusalbatros

Atlantische geelneusalbatros | Thalassarche chlororhynchos

Atlantic Yellow-Nosed Albatross | Albatros Clororrinco Atlántico

De Atlantische geelneusalbatros is de kleinste en slankste albatros van de wateren rond zuidelijk Afrika: een mollymawk met een grijs gewassen kop en een zwarte snavel met een smalle gele rug. Hij broedt op Tristan da Cunha en Gough, midden in de Zuid-Atlantische Oceaan, en foerageert tot boven het plat van Namibië en West-Kaap.

Atlantische geelneusalbatros (Thalassarche chlororhynchos)
Foto: Hector Bottai — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee meestal zwijgzaam; bij trawlers en om afval kwetterende, keelachtige kreten en een droog kek-kek. In de kolonie een schor, balkend waa-waa met snavelgeklepper tijdens de balts.

Luister: RoepXC937103

Opname: Guilherme Melo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

71–82 cm, spanwijdte rond 2 m. Klein en slank gebouwd, met lange smalle vleugels. Kop en hals zijn bij volwassen vogels licht blauwgrijs gewassen met een wit voorhoofd en een donkere driehoekige vlek voor het oog; mantel, bovenvleugel en staart zijn zwartachtig, romp en onderdelen wit. De ondervleugel is wit met een smalle, scherp afgetekende zwarte voorrand en achterrand. De snavel is glanzend zwart met een felgele bovenrand (culminicorn) die in een oranjerode punt eindigt; de gele band loopt aan de basis spits toe. Jonge vogels hebben een witte kop en een geheel zwarte snavel. De vlucht is licht en wendbaar, met veel zweven op stijve vleugels.

Verwarrings­soorten

De Indische geelneusalbatros (Thalassarche carteri) heeft bij volwassen vogels een vrijwel witte kop met hooguit een lichtgrijze wang, en de gele snavelrug eindigt aan de basis stomp afgerond in plaats van spits; jonge vogels zijn in het veld nauwelijks te scheiden. De grijskopalbatros (Thalassarche chrysostoma) is forser, heeft een donkerder grijze kop en gele banden langs zowel boven- als onderrand van de snavel, en een bredere zwarte voorrand op de ondervleugel. De wenkbrauwalbatros (Thalassarche melanophris) is groter, met een geheel oranjegele snavel bij volwassen vogels en een veel bredere zwarte rand op de ondervleugel.

Leefgebied

Open oceaan, vooral warmere subtropische wateren en de rand van het continentaal plat, waar hij in de Benguelastroom vaak bij trawlers en langlijnschepen komt. Vangt pijlinktvis, vis en kreeftachtigen aan het oppervlak en duikt soms kort onder. Broedt in losse kolonies op begroeide hellingen en plateaus van Tristan da Cunha en Gough.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Algemeen op zee voor de westkust van Zuid-Afrika en Namibië, noordwaarts tot voor Angola; langs de zuidkust minder talrijk en voor KwaZulu-Natal en Mozambique schaars. Vrijwel nooit vanaf land te zien, behalve na stormen bij Kaap de Goede Hoop. Broedt alleen in de Tristan da Cunha-groep en op Gough; zwerft buiten de broedtijd over de Zuid-Atlantische Oceaan tot voor Brazilië en Argentinië, met dwaalgasten tot in de Noord-Atlantische Oceaan.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Pelagische tochten vanuit Kaapstad naar de trawlers voorbij het plat bieden de beste kans, het hele jaar maar vooral van mei tot september. Let bij elke kleine, slanke mollymawk op de kopkleur en de vorm van de gele snavelrug aan de basis: spits bij deze soort, afgerond bij de Indische geelneusalbatros. Goede foto's van de snavel beslechten twijfelgevallen.

Staat van instandhouding

Bedreigd. De populatie neemt af door bijvangst in de langlijnvisserij in de Zuid-Atlantische Oceaan en door predatie van kuikens door ingevoerde huismuizen op Gough. Het uitroeien van muizen op Gough en betere maatregelen tegen bijvangst, zoals vogelschriklijnen en verzwaarde lijnen, moeten de achteruitgang keren.

Wetenschappelijke naam

Thalassarche chlororhynchos | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Diomedea chlororhynchos; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thalassarche werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach. Thalassarche komt van het Griekse thalassa, 'zee', en arkhos, 'heerser' — 'heerser over de zee', naar deze meesterlijke zweefvliegers van de open oceaan. chlororhynchos komt van het Griekse khlōros, 'geelgroen', en rhunkhos, 'snavel' — naar de gele streep op de bovenkant van de zwarte snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaap de Goede Hoop.