Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Augurbuizerd

Augurbuizerd | Buteo augur

Augur Buzzard | Busardo Augur Oriental

De augurbuizerd is de grote, zwart-witte buizerd van de hooglanden van Oost-Afrika, die in het gebied de granietheuvels van Zimbabwe, de bergen van Malawi en de rotsige hooglanden van Namibië en Angola bewoont. Hij hangt graag in de wind boven een helling en is met zijn helder witte onderkant en roodbruine staart van ver herkenbaar.

Augurbuizerd (Buteo augur)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een harde, schorre, kraaiachtige roep, a-kow a-kow a-kow, en tijdens de baltsvlucht een langer, hoger a-waaa a-waaa. Vaak te horen wanneer een paar samen boven het territorium cirkelt.

Luister: RoepXC267749

Opname: Andrew Spencer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

48–60 cm, spanwijdte 120–150 cm. Een forse buizerd met brede vleugels en een korte, roodbruine staart met een smalle zwarte eindband. Volwassen vogels zijn van boven leikleurig zwart, met grijs en zwart gebandeerde armpennen die in de vlucht een lichte vleugelvlek vormen. De onderkant is helderwit; het vrouwtje heeft vaak een zwarte keel, het mannetje een witte. De ondervleugel is wit met zwarte vleugelpunten, een smalle zwarte achterrand en een kleine donkere carpaalvlek. Een donkere vorm, die in het noorden van het areaal vaker voorkomt maar in het gebied zeldzaam is, is van onderen geheel zwart. Jonge vogels zijn bruin met een roomkleurige tot lichtbruine, licht gestreepte onderkant en een bruine, fijn gebandeerde staart.

Verwarrings­soorten

De jakhalsbuizerd Buteo rufofuscus heeft een kastanjebruine borst, een zwart en wit gebandeerde buik en zwarte ondervleugeldekveren; de twee soorten ontmoeten elkaar in Namibië, waar de lichte vorm van de jakhalsbuizerd tot verwarring kan leiden. De buizerd Buteo buteo is kleiner en bruiner, zonder het contrasterende zwart-wit. De Afrikaanse roodstaartbuizerd Buteo auguralis is kleiner, met een roodbruine nek en een donkere borstband. Jonge augurbuizerds lijken op jonge steppebuizerds, maar zijn zwaarder en breedvleugeliger.

Leefgebied

Rotsige heuvels, granietkoppies, berghellingen en kliffen met open grasland of bosveld, van ongeveer 1000 m tot hoog in de bergen; ook cultuurland en plantages in de hooglanden. Jaagt vanaf een rots, boom of paal, of biddend in de wind, op knaagdieren, hagedissen, slangen, jonge vogels en grote insecten. Nestelt op een richel van een klif of in een boom op een helling.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In Zimbabwe wijdverspreid in de hooglanden, vooral in de Matobo-heuvels, de oostelijke hooglanden en op de granietkoppies van het centrale plateau; verder in Malawi, het oosten en noorden van Zambia, het westen van Mozambique, het westen en zuidwesten van Angola en het noordwesten en midden van Namibië (van de Kaokoveld tot de Khomas- en Erongo-hooglanden). In Zuid-Afrika en Botswana hooguit een dwaalgast. Verder van Ethiopië en Somalië via Oost-Afrika zuidwaarts.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De Matobo-heuvels in Zimbabwe zijn de klassieke plek: zoek op de kale granietkoppen naar een zwart-witte buizerd die boven de rand in de wind hangt, vaak in hetzelfde gebied als de zwarte arend. In Namibië is hij goed te vinden in de Erongo-bergen en rond de Spitzkoppe.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd op de Rode Lijst en in geschikt leefgebied vrij algemeen. Profiteert plaatselijk van het openkappen van bos in de hooglanden, maar lijdt onder elektrocutie aan hoogspanningsmasten en vergiftiging.

Wetenschappelijke naam

Buteo augur | (Rüppell, 1836)

Rüppell beschreef de soort in 1836 als Falco (Buteo) Augur; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Buteo werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Buteo is het Latijnse woord voor een buizerd. augur is Latijn voor 'wichelaar, waarzegger' — naar de Romeinse priesters die voortekens uit de vlucht van vogels afleidden. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Ethiopië.