Alle soorten › Hoppen en neushoornvogels › Neushoornvogels › Bradfields tok

Bradfields tok | Lophoceros bradfieldi

Bradfield's Hornbill | Toco de Bradfield

Bradfields tok is een vrijwel endemische neushoornvogel van het Kalahari-zandveld in het hart van zuidelijk Afrika, bruin met een witte buik en een oranje snavel. Hij leeft in paren en losse groepen in mopane- en Zambezi-teakbos en roept met de snavel steil omhoog.

Bradfields tok (Lophoceros bradfieldi)
Foto: Christiaan Viljoen — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks hoge, klagelijke fluittonen, tjie-oe tjie-oe tjie-oe, geroepen met de kop en snavel omhoog, vaak van een hoge uitkijkpost; ook een zacht gekakel.

Luister: RoepXC1034259

Opname: András Schmidt — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 54 cm. Kop, hals en bovendelen zijn grijsbruin, de kop iets lichter, de borst bruin en de buik wit. De lange staart is donkerbruin, de buitenste pennen hebben witte punten. De snavel is oranje met een lichte basis en slechts een lage richel op de bovensnavel in plaats van een helm; bij het vrouwtje is hij kleiner. De iris is geel. Jonge vogels hebben een kortere, lichtere snavel. Vliegt met diepe golvingen.

Verwarrings­soorten

De gekroonde tok (Lophoceros alboterminatus) is donkerder roetbruin, met een rode snavel met een hoge helm; hij leeft in het oostelijke bos en overlapt nauwelijks. De grijze tok (Lophoceros nasutus) is kleiner, grijzer, met een witte wenkbrauwstreep en een donkere snavel. Monteiro's tok (Tockus monteiri) en de geelsnaveltok (Tockus leucomelas) zijn zwart-wit gevlekt.

Leefgebied

Droog loofbos op Kalahari-zand, vooral mopane-, Zambezi-teak- (Baikiaea) en gemengd bos, ook beboste duinen en rivierbos in de droge savanne. Eet vruchten, zaden, insecten en kleine gewervelden, zowel in de bomen als op de grond. In de droge tijd trekken groepen rond naar vruchtdragende bomen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Vrijwel endemisch in het gebied: het noordoosten van Namibië (van het Otavi-bergland tot Kavango en de Zambezi-regio), het noorden van Botswana, het westen en noordwesten van Zimbabwe, het zuidwesten van Zambia en het zuidoosten van Angola.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Te vinden in Hwange en rond de Victoriawatervallen, in Chobe en in de parken van de Zambezi-regio van Namibië, zoals Mahango. Luister naar de fluitreeks en zoek de vogel in de kruinen van hoge mopane- en teakbomen; in de droge winter komen groepen samen bij vruchtdragende bomen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en binnen het beperkte areaal plaatselijk vrij algemeen. De soort hangt af van droog loofbos op Kalahari-zand; houtkap van Zambezi-teak en vaker optredende branden kunnen het leefgebied aantasten.

Wetenschappelijke naam

Lophoceros bradfieldi | (Roberts, 1930)

Roberts beschreef de soort in 1930 als Rhyncaceros bradfieldi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Lophoceros werd in 1833 ingevoerd door Hemprich & Ehrenberg. Lophoceros komt van het Griekse lophos, 'kam, kuif', en keras, 'hoorn' — naar de kamvormige verhoging (casque) op de snavel. bradfieldi eert de Zuid-Afrikaanse natuuronderzoeker Rupert Dudley Bradfield (1882–1949), die als boer in Namibië vogels verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Waterberg, Namibië.