Alle soorten › Hoppen en neushoornvogels › Neushoornvogels

Neushoornvogels | Bucerotidae

Hornbills | Cálaos

Middelgrote tot zeer grote vogels met een lange, naar beneden gebogen snavel die bij veel soorten wordt gedekt door een hoornen opzetstuk, de helm, die van een lage kiel tot een holle kam kan reiken en door luchtholtes licht blijft. De kop is smal, zodat de vogel de eigen snavelpunt kan zien; de eerste twee halswervels zijn vergroeid en nekspieren en sleutelbeenderen zijn versterkt om het gewicht van de snavel te dragen, en de oogleden dragen lange, stijve wimpers. De snavelpunt werkt als een pincet: voedsel wordt ertussen geklemd, met een korte kopworp in de lucht gegooid en zo naar de keel gebracht, omdat de tong te kort is om het naar binnen te werken. Bij de boombewonende soorten metselt het vrouwtje zich in een holte in met een mengsel van modder, uitwerpselen en vruchtvlees tot alleen een smalle verticale spleet overblijft, waardoor het mannetje haar en later de jongen voert; ze blijft daar weken tot maanden en ruit bij een deel van de geslachten in die tijd slag- en staartpennen in een keer. De hoornraven wijken hiervan af: die metselen niet dicht, zoeken hun voedsel lopend op de grond en broeden in groepsverband met helpers. De vlucht is zwaar en bij de grotere soorten luid ruisend, doordat de vleugeldekveren de bovenarm niet volledig afdekken en de lucht tussen de slagpennen door slaat.

Inheemse soorten 15 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Bucorvus 1 soort

Lophoceros 5 soorten

Tockus 4 soorten

Bycanistes 4 soorten

Ceratogymna 1 soort