Alle soorten › Zangvogels › Kwikstaarten en piepers › Citroenkwikstaart
Citroenkwikstaart | Motacilla citreola
Citrine Wagtail | Lavandera Cetrina
De citroenkwikstaart broedt van Oost-Europa tot Centraal-Azië en overwintert vooral in Zuid-Azië. In zuidelijk Afrika is hij een uiterst zeldzame dwaalgast met een handvol gedocumenteerde waarnemingen, meestal bij zuiveringsvijvers en zoetwateroevers.
Geluid
Een rauw, schurend tsrriep, harder en droger dan de ijle roep van de gele kwikstaart; handig om een vogel tussen gele kwikstaarten of in de vlucht te herkennen.
Opname: Daan van der Hoeven — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
16 tot 18 cm. Het mannetje in broedkleed heeft een citroengele kop en onderdelen, een zwarte halsband in de nek, een grijze rug en brede witte vleugelstrepen. Vrouwtjes en vogels in winterkleed hebben een grijze rug, een gele wenkbrauw die om de donkere oorstreek heen doorloopt, en een gele keel. Eerstejaars, het kleed dat hier het meest te verwachten is, zijn grijs en wit zonder geel: een bleke wenkbrauw die rond de oorstreek doorloopt, een lichte teugel, witte onderstaartdekveren en twee brede witte vleugelstrepen. De poten zijn zwart.
Verwarringssoorten
Grijze eerstejaars gele kwikstaarten (Motacilla flava) hebben een olijfgrijze rug, smallere vleugelstrepen, een donkere teugel, geen omlijnde oorstreek en een gelige zweem op de onderstaart. De witte kwikstaart (Motacilla alba) heeft een wit gezicht met zwarte kruin of nek en een zwarte borstband. De Kaapse kwikstaart (Motacilla capensis) is bruingrijs, met een borstband en zonder brede vleugelstrepen.
Leefgebied
Oevers van zoet water, zuiveringsvijvers, moerasranden en natte weiden; in het gebied vaak in gezelschap van gele kwikstaarten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied enkele gedocumenteerde waarnemingen in Zuid-Afrika, onder meer bij de zuiveringsvijvers van Strandfontein bij Kaapstad (2015) en bij Cape Recife bij Gqeberha (2018), en een vogel in het grensgebied van KwaZulu-Natal en Eswatini (2019); losse, niet nader gedocumenteerde meldingen uit Zambia en Malawi. Broedt van Oost-Europa tot Mongolië en de Himalaya en overwintert vooral op het Indisch Subcontinent en in Zuidoost-Azië; zeldzaam in Oost-Afrika.
Hoe en wanneer kijken
Loop bij kwikstaartgroepen op waterzuiveringen de grijze eerstejaars goed na en luister naar de rauwe roep. Documenteer een waarneming met foto's en zo mogelijk een geluidsopname en meld haar bij de zeldzaamhedencommissie van het betreffende land.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Groot areaal dat zich in Europa naar het westen uitbreidt.
Wetenschappelijke naam
Motacilla citreola | Pallas, 1776
Pallas beschreef de soort in 1776 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Motacilla werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Motacilla was bij de Romeinen de naam van de kwikstaart; het is eigenlijk een verkleinvorm van motare 'heen en weer bewegen', maar sinds de middeleeuwen werd -cilla ten onrechte als 'staart' opgevat. citreola is Latijn voor 'citroengeel', naar de kop en de onderdelen van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit oostelijk Siberië.
