Alle soorten › Zandhoenderachtigen › Zandhoenders › Dubbelbandzandhoen

Dubbelbandzandhoen | Pterocles bicinctus

Double-Banded Sandgrouse | Ganga Bicinta

Het dubbelbandzandhoen is het zandhoen van het bosveld, dat overdag onzichtbaar tussen het strooisel zit en pas na zonsondergang in groepjes naar het water komt. Het mannetje draagt een opvallende zwart-witte tekening op het voorhoofd.

Dubbelbandzandhoen (Pterocles bicinctus)
Foto: Bernard DUPONT — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, fluitend tsjwie-tsjie-tsjie en in vlucht een reeks tjilpende tonen, zoiets als wie-tsjie-tsjoe-tsjip-tsjip. Bij de drinkplaats klinkt ook een zacht gekoer en gekakel.

Luister: ZangXC1059314

Opname: Yoann Blanchon — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 24 tot 26 cm lang en rond 240 gram zwaar; compact, met een korte, afgeronde staart. Het mannetje heeft een wit voorhoofd met een zwarte band erachter en een zwart-witte tekening boven het oog, een effen bruingele borst die van onderen begrensd wordt door een smalle witte en een zwarte band, en een fijn zwart-wit gebandeerde buik. De bovendelen zijn zandbruin met fijne bandering en lichte vlekken. Het vrouwtje mist de kop- en borsttekening en is over het hele lichaam dicht zwart en geelbruin gebandeerd. Jonge vogels lijken op het vrouwtje.

Verwarrings­soorten

Het Namakwazandhoen (Pterocles namaqua) heeft een lange, spitse staart, een donkere buik en een witte en kastanjebruine borstband, en drinkt 's ochtends. Het bont zandhoen (Pterocles burchelli) heeft eveneens een ronde staart maar is kaneelkleurig met grote witte vlekken en drinkt ook in de ochtend. Het geelkeelzandhoen (Pterocles gutturalis) is veel groter, met een gele keel en zwarte halsband. De voorhoofdstekening van het mannetje en het drinken in de schemering zijn kenmerkend.

Leefgebied

Mopaneveld, gemengd bosveld en acaciasavanne met een open ondergroei en kale plekken, vaak op stenige of zanderige bodem; mijdt zowel dicht bos als open vlakten. Voedt zich met zaden en broedt in een kuiltje, vaak in de schaduw van een struik of graspol.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Grotendeels beperkt tot zuidelijk Afrika: het noorden en midden van Namibië, het grootste deel van Botswana, Zimbabwe, het zuiden van Zambia, het zuiden van Mozambique en het noordoosten van Zuid-Afrika (Limpopo, het laagveld van Mpumalanga met het Krugerpark, en Noordwest). Buiten het gebied reikt de soort alleen tot het zuidwesten van Angola. Zij is vrijwel een endeem van de regio.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Ga in de schemering bij een drinkplaats zitten, bijvoorbeeld in Kruger, Hwange of Etosha: de groepjes komen vlak na zonsondergang binnen, vaak met een zacht fluitend geroep. Een schijnwerper of zaklamp is soms nodig om ze goed te zien. Overdag stuit je er meestal pas op als ze vlak voor de auto opvliegen van een bosveldweg.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is algemeen en wijdverbreid in het bosveld, en profiteert plaatselijk van kunstmatige drinkplaatsen. Buiten beschermde gebieden wordt ze bejaagd, en omzetting van bosveld in landbouwgrond kost leefgebied, maar een duidelijke achteruitgang is niet vastgesteld.

Wetenschappelijke naam

Pterocles bicinctus | Temminck, 1815

Temminck beschreef de soort in 1815 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Pterocles voerde hij in datzelfde werk in. Pterocles komt van het Griekse pteron, 'vleugel', en -kles, 'roem' — 'beroemd om zijn vleugels', naar de snelle, uithoudingsvlucht waarmee zandhoenders dagelijks kilometers ver naar drinkplaatsen vliegen. bicinctus is Latijn voor 'met twee banden' — naar de zwarte en witte borstband van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Visrivier, Groot-Namakwaland, Namibië.