Alle soorten › Spechtachtigen › Afrikaanse baardvogels › Dubbeltandbaardvogel
Dubbeltandbaardvogel | Pogonornis bidentatus
Double-Toothed Barbet | Barbudo Bidentado
De dubbeltandbaardvogel is een grote, bontgekleurde baardvogel van bosranden in Centraal-Afrika, glanzend zwart met een karmijnrood gezicht en borst. De naam verwijst naar de twee tandjes aan elke kant van de ivoorkleurige bovensnavel; in het gebied is het een randsoort van het noorden van Angola.
Geluid
Vrij stil. Een kort, nasaal tsjek of kwek, een zacht rollend gebrom en snavelgeklepper, soms als kort duet van het paar.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
Ongeveer 23 cm, met een zware, bleek ivoorkleurige snavel met twee duidelijke tandjes langs de snijrand. Kruin, nek, rug, vleugels en staart zijn glanzend blauwzwart; wangen, keel, borst en buik diep karmijnrood, met een smalle rode vleugelstreep over de dekveren en een witte vlek op de flanken. Rond het oog ligt een naakte, geelachtige huidring. Het vrouwtje heeft zwarte vlekjes op de flanken; jonge vogels zijn doffer, met bruinzwarte bovendelen en minder rood.
Verwarringssoorten
De roodbuikbaardvogel (Pogonornis minor) is kleiner, heeft alleen rood op voorhoofd en voorkruin en een witte of bruinige keel en borst. De zwarthalsbaardvogel (Lybius torquatus) heeft een rood gezicht met zwarte halsband, een zwarte snavel en een grijsbruine rug, en komt in het noorden van Angola niet voor. De combinatie van zwarte bovendelen, rode borst en witte flankvlek is in het gebied kenmerkend.
Leefgebied
Bosranden, open plekken in regenwoud, galerijbos, secundair bos, aanplant en dorpstuinen met vruchtdragende bomen, van laagland tot in de heuvels. Eet vooral vruchten, met name vijgen, en insecten. Broedt in een zelf uitgehakte holte in dood hout, vaak in een open plek of bij menselijke bewoning.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied alleen in het noorden van Angola, van Cabinda en Uíge oostwaarts tot de Lunda-provincies; in Zambia hooguit schaars in het uiterste noordwesten. Daarbuiten wijdverspreid van Guinee oostwaarts door Centraal-Afrika tot Ethiopië, Kenia en het noordwesten van Tanzania.
Hoe en wanneer kijken
Zoek in het noorden van Angola langs bosranden en in dorpstuinen bij vruchtdragende vijgen en oliepalmen, waar de vogel vaak vrij en rustig in de kroon zit. De rode borst valt van ver op; let op de lichte snavel met tandjes.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd en buiten het gebied wijdverspreid en algemeen. Profiteert van open plekken, secundair bos en tuinen; binnen het gebied weinig bekend door de beperkte waarneemdichtheid in Noord-Angola.
Wetenschappelijke naam
Pogonornis bidentatus | (Shaw, 1799)
Shaw beschreef de soort in 1799 als Bucco bidentatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pogonornis werd in 1828 ingevoerd door Billberg. Pogonornis komt van het Griekse pōgōn, 'baard', en ornis, 'vogel' — 'baardvogel', naar de borstels rond de zware snavel. bidentatus is Latijn voor 'met twee tanden' — naar de twee inkepingen in de bovensnavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit 'Barbarije' (Noord-Afrika; vermoedelijk onjuist).

