Alle soorten › Zangvogels › Wevers › Fluweelwever
Fluweelwever | Ploceus nigerrimus
Vieillot's Black Weaver | Tejedor de Vieillot
De fluweelwever is een wever van West- en Centraal-Afrika die in het gebied de zuidrand van zijn verspreiding bereikt in het noorden van Angola. Het mannetje is geheel diepzwart met een opvallend geel oog; het vrouwtje is olijfgroen en gestreept. Hij broedt in luidruchtige kolonies in bomen en palmen, vaak in dorpen en vaak samen met de grote textorwever.
Geluid
Een hard, snel en schurend gekwetter, afgewisseld met sissende en krassende tonen, een tsjik-tsjik-zzzrrr. Mannetjes zingen met trillende vleugels onder het nest. De kolonie maakt een aanhoudend lawaai dat op grote afstand hoorbaar is.
Opname: Bernard BOUSQUET — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
15–17 cm; een forse wever met een zware, kegelvormige snavel. Het mannetje is het hele jaar geheel zwart met een lichte glans, zonder gele of bruine tekening; het oog is helder geel en de snavel zwart. Het vrouwtje is olijfgroen tot olijfbruin van boven met donkere streping, geelachtig olijf op keel en borst en vaalgeel tot grijsachtig op de buik, met een hoornkleurige snavel en een donkerder oog. Jonge vogels lijken op het vrouwtje. Een zwart mannetje met een geel oog tussen de nesten van een kolonie is kenmerkend.
Verwarringssoorten
De zwarte vuurwever (Euplectes gierowii) heeft bij het mannetje een oranjerode nek en borstband en een donker oog, en leeft in hoog gras in plaats van in bomen. De kuifprachtwever (Malimbus malimbicus) en de roodkopprachtwever (Malimbus rubricollis) zijn ook zwart, maar hebben rood op de kop. Vrouwtjes lijken op vrouwtjes van de grote textorwever (Ploceus cucullatus), die geler van onderen zijn en een lichtere, minder olijfkleurige borst hebben; in gemengde kolonies helpen de mannetjes bij de determinatie.
Leefgebied
Randen van regenwoud en galerijbos, open plekken, secundair bos, oliepalmaanplant, akkers en dorpen. Broedt in kolonies, vaak in hoge bomen of palmen bij huizen of boven water, soms met honderden nesten. Eet zaden, vruchten en insecten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied alleen in het noorden van Angola, van Cabinda en de Congostroom tot het noordelijke binnenland; meldingen uit het uiterste noordwesten van Zambia zijn schaars. Daarbuiten van Sierra Leone door de bosgordel van West- en Centraal-Afrika tot Oeganda en het westen van Kenia.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek in dorpen en bij rivierbos in het noorden van Angola naar hoge bomen of palmen vol nesten; de fluweelwever deelt kolonies vaak met de grote textorwever. De gele ogen van de zwarte mannetjes zijn goed te zien als de vogels zingend onder het nest hangen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd; algemeen in grote delen van het areaal en profiteert van bosranden, palmaanplant en nederzettingen. Kan plaatselijk schade aan gewassen veroorzaken.
Wetenschappelijke naam
Ploceus nigerrimus | Vieillot, 1819
Vieillot beschreef de soort in 1819 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Ploceus werd in 1816 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Ploceus komt van het Griekse plokeus, 'vlechter, wever', naar het bolvormige, strak gevlochten nest waar wevers hun naam aan danken. nigerrimus is Latijn voor 'gitzwart', de overtreffende trap van niger, 'zwart' — naar het volledig zwarte mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit voormalig koninkrijk Kongo (niet nader bepaald).


