Alle soorten › Spechtachtigen › Afrikaanse baardvogels › Groene ketellapper

Groene ketellapper | Pogoniulus simplex

Green Tinkerbird | Barbudito Sencillo

De groene ketellapper is de meest ongetekende ketellapper: een klein olijfgroen vogeltje met een gele stuit, dat verspreid en zeldzaam in de kustbossen van Oost-Afrika leeft. In het gebied komt hij alleen zeer plaatselijk voor in Mozambique en het zuiden van Malawi.

Groene ketellapper (Pogoniulus simplex)
Foto: Carlo — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Versnellende, trillende frasen, pu-pu-pu-prrrrr, die lang worden herhaald, en daarnaast een tragere reeks fluitende toe-toe-toe-tonen; bij het nest korte zachte roepjes.

Luister: DuetXC1062823

Opname: Louis A. Hansen — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 9–10 cm, klein en gedrongen, met een korte, spitse snavel die zwart is met een lichtere basis. De bovendelen zijn egaal olijfgroen, met een helder goudgele stuit en twee smalle gele vleugelstrepen; de vleugelpennen hebben gelige randen. De onderdelen zijn bleek grijsolijf, iets geler op de buik. Het gezicht heeft geen strepen of vlekken. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer met een lichtere snavel.

Verwarrings­soorten

De witsnorketellapper (Pogoniulus leucomystax) heeft een duidelijke witte snorstreep en leeft in bergbos, niet in het laagland. De geelstuitketellapper (Pogoniulus bilineatus) heeft een zwarte rug en kop met twee witte gezichtsstrepen. Kleine groenige zangers kunnen erop lijken, maar missen de dikke ketellappersnavel en de gele stuit. Het ontbreken van elke kop- of rugtekening is het beste kenmerk.

Leefgebied

Dichte, verwarde ondergroei en kronen van kust- en laaglandbos, secundair bos, gedegradeerde bosresten en dichte struwelen, van zeeniveau tot ongeveer 1.700 m; soms in aangrenzend open bos. Eet bessen, vooral van maretakken, en insecten. Nestelt in een zelf uitgehakte holte in een dode tak.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Zeer plaatselijk: het noordelijke kustlaagland van Mozambique, een geïsoleerde populatie in het zuiden van Mozambique die in 2013 na ruim vijftig jaar werd teruggevonden, en enkele bosjes in het zuidoosten van Malawi ten oosten van de Rift. Buiten het gebied in de kustzone van Kenia en Tanzania, met inbegrip van Zanzibar.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Een van de lastigste ketellappers van het gebied. Leer de versnellende tril vooraf, want de vogel zit verborgen in dicht gebladerte; zoek in kustbos in het noorden van Mozambique of bij bekende plekken in het zuiden van Malawi. Controleer elke ketellapper zonder gezichtsstrepen goed.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar in het gebied zeldzaam en slecht bekend. De kustbossen waarin hij leeft worden sterk versnipperd door kap en landbouw, en de zuidelijke populatie in Mozambique is klein en kwetsbaar.

Wetenschappelijke naam

Pogoniulus simplex | (Fischer & Reichenow, 1884)

Fischer & Reichenow beschreef de soort in 1884 als Barbatula simplex; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pogoniulus werd in 1842 ingevoerd door De Lafresnaye. Pogoniulus is een verkleinvorm van Pogonias, van het Griekse pōgōnias, 'gebaard' — dus 'baardvogeltje', passend bij deze kleinste baardvogels. simplex is Latijn voor 'eenvoudig' — naar het vrij ongetekende, groenige verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Pangani-rivier, Tanzania.