Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Kaapse bergbuizerd
Kaapse bergbuizerd | Buteo trizonatus
Forest Buzzard | Busardo del Cabo
De Kaapse bergbuizerd is een kleine, endemische buizerd van de bossen van Zuid-Afrika en Eswatini. Hij broedt in inheems bos en in dennen- en eucalyptusplantages langs de oostelijke escarpment en de zuidkust, en is in de zuidelijke zomer vaak lastig te onderscheiden van de veel talrijkere steppebuizerd, die dan in hetzelfde gebied overwintert.
Geluid
Een hoog, klagend en miauwend pieeeoo, hoger en scherper dan dat van de jakhalsbuizerd, vooral bij het cirkelen boven het bos tijdens de broedtijd (augustus–december).
Opname: Lynette Rudman — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
41–48 cm, spanwijdte 102–117 cm. Een kleine, compacte buizerd. Volwassen vogels zijn van boven donkerbruin. De onderkant is wit met grote, druppelvormige donkerbruine vlekken op borst en flanken; een brede, vrijwel ongevlekte witte band over de onderborst en een wit onderlichaam zijn kenmerkend. De keel is wit met een donkere middenstreep. De staart is grijsbruin tot roodbruin getint met fijne donkere banden en een smalle, donkere eindband. In de vlucht is de ondervleugel wit met een kleine donkere carpaalvlek en zwarte vleugelpunten. Jonge vogels zijn van onderen wit met smalle bruine lengtestrepen en een fijn gebandeerde bruine staart.
Verwarringssoorten
De buizerd Buteo buteo, vooral de steppebuizerd (vulpinus), is van oktober tot maart in hetzelfde gebied aanwezig en lijkt erg op de Kaapse bergbuizerd. Hij is gemiddeld groter en langvleugeliger, van onderen meestal roestbruin tot donker met een lichte borstband en minder wit, en zit vaker in open land op palen langs de weg. Jonge steppebuizerds zijn het lastigst en verschillen vooral door de meer gestreepte dan gevlekte onderkant en het ontbreken van de heldere witte buik. De jonge jakhalsbuizerd Buteo rufofuscus is groter en roestbruin van onderen. De Afrikaanse havik Aerospiza tachiro heeft korte, ronde vleugels en een lange staart.
Leefgebied
Montaan en gematigd inheems bos en bosranden, vaak in combinatie met dennen- en eucalyptusplantages, waarin hij ook broedt; langs de zuidkust ook in kustbos. Jaagt vanaf een zitplaats aan de bosrand of in een open plek op knaagdieren, kikkers, reptielen, vogels en grote insecten. Nestelt hoog in een boom, vaak in een den of eucalyptus.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Endemisch voor het gebied: van de bergen in het oosten van Limpopo (Soutpansberg, Magoebaskloof) en de escarpment van Mpumalanga zuidwaarts door Eswatini en de middengebieden en Drakensberg van KwaZulu-Natal, via de Amatola-bergen in de Oost-Kaap tot de bossen van de Tuinroute en het Kaapse Schiereiland in de West-Kaap. Buiten de broedtijd trekken jonge en sommige volwassen vogels naar de West-Kaap.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het beste tijdens de broedtijd (augustus–december) in de bossen rond Knysna en de Tsitsikamma, op de Kaapse Schiereiland-plantages (bijvoorbeeld Tokai) en in Magoebaskloof. Let op de witte buik en de druppelvormige vlekken; in de winter (mei–september) is de steppebuizerd afwezig en is een buizerd aan de bosrand vrijwel altijd deze soort.
Staat van instandhouding
Gevoelig op de Rode Lijst, met een kleine wereldpopulatie en een beperkt areaal. Het verlies van inheems bos wordt deels gecompenseerd door plantages, maar het omvormen of kappen van plantages, verstoring van nesten en aanvaringen met windturbines vormen risico's.
Wetenschappelijke naam
Buteo trizonatus | Rudebeck, 1957
Rudebeck beschreef de soort in 1957 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Buteo werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Buteo is het Latijnse woord voor een buizerd. trizonatus is Latijn voor 'met drie banden', van tri-, 'drie', en zonatus, 'gebandeerd'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Knysna, Kaapprovincie.

