Alle soorten › Steltloperachtigen › Krokodilwachters › Krokodilwachter

Krokodilwachter | Pluvianus aegyptius

Egyptian Plover | Pluvial

De krokodilwachter is een kleine, opvallend getekende plevierachtige van zandbanken in grote tropische rivieren, zwart, blauwgrijs en roomkleurig met een zwarte kap en zwarte borstband. Binnen het gebied komt hij alleen in het uiterste noorden van Angola voor en is hij een van de meest gezochte soorten van de regio.

Krokodilwachter (Pluvianus aegyptius)
Foto: Farid AMADOU BAHLEMAN — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, scherp tjie-tjie-tjie of krie-krie-krie, vaak in vlucht, en zacht contactgekwetter bij het foerageren.

Luister: RoepXC209954

Opname: Andrew Spencer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–21 cm. Kap, oogstreep, mantel en een smalle borstband zijn glanzend zwart; een brede witte wenkbrauw loopt van de snavel tot in de nek. Vleugeldekveren en staart zijn blauwgrijs, keel en onderdelen roomwit met een zalmkleurige tot oranjeachtige buik. In de vlucht toont de vleugel een opvallend patroon: een brede witte band over de zwarte slagpennen met een zwarte achterrand. De korte snavel is zwart, de poten zijn blauwgrijs. De geslachten zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met roestbruine veerzomen.

Verwarrings­soorten

In de verspreiding binnen het gebied geen echte verwarring. De bontbekplevier Charadrius hiaticula en de herdersplevier Anarhynchus pecuarius zijn bruin van boven en missen de blauwgrijze vleugel en de zwarte mantel. Vorkstaartplevieren, zoals de rotsvorkstaartplevier Glareola nuchalis van dezelfde rivieren, zijn slanker, langvleugelig en donker gekleurd.

Leefgebied

Brede, zandige rivieren met open zandbanken en eilandjes die bij lage waterstand droogvallen. Foerageert lopend en rennend op insecten, larven en kleine weekdieren langs de waterlijn. Het nest is een kuiltje in het zand; de ouders begraven eieren en kuikens bij hitte of gevaar in het zand en koelen ze met water dat ze in de buikveren meevoeren. Het verhaal dat de vogel krokodillen de tanden schoonpikt, is nooit bevestigd.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen in het noorden en noordoosten van Angola, langs grote rivieren in het Congobekken, zoals de Cuango en de rivieren van Lunda, waar hij plaatselijk en schaars is. Daarbuiten van Senegal en Gambia door West- en Centraal-Afrika tot Zuid-Soedan en Ethiopië, zuidwaarts tot Gabon, Congo en de Democratische Republiek Congo. Zuidelijker dan Angola ontbreekt de soort.

Hoe en wanneer kijken

Plan een tocht in de droge tijd (juni tot oktober) langs de grote rivieren in het noorden van Angola, wanneer zandbanken droogvallen en de vogels broeden. Speur het zand af met een telescoop: de zwart-witte koptekening en de blauwgrijze rug vallen op, en een opvliegende vogel verraadt zich door het felle vleugelpatroon.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in het grootste deel van het areaal plaatselijk algemeen. In Angola slecht bekend en afhankelijk van ongestoorde zandbanken; stuwdammen, zandwinning en verstoring door mensen en vee op de oevers vormen de voornaamste bedreigingen.

Wetenschappelijke naam

Pluvianus aegyptius | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Charadrius aegyptius; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pluvianus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Pluvianus is gevormd naar het Franse pluvier, 'plevier' — omdat men de krokodilwachter voor een naaste verwant van de plevieren hield. aegyptius is Latijn voor 'Egyptisch', naar het land waar de soort in de achttiende eeuw werd beschreven en waar hij nu niet meer broedt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Egypte.