Alle soorten › Genten en aalscholvers › Aalscholvers › Kustaalscholver
Kustaalscholver | Phalacrocorax neglectus
Bank Cormorant | Cormorán de Bajío
De kustaalscholver is een zware, donkere zee-aalscholver die zijn hele leven doorbrengt in de kelpbossen en op de golfbespoelde rotsen van de Benguelakust. Het is de minst talrijke en meest bedreigde aalscholver van het gebied; vrijwel de hele wereldpopulatie broedt op een handvol Namibische en Zuid-Afrikaanse eilanden.
Geluid
Buiten de kolonie zwijgend. Op het nest een hoog, piepend wheeeee bij het baltsen en begroeten, en diverse krassende en sissende geluiden.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
Ongeveer 75 cm, fors en gedrongen, met een dikke hals, een korte staart en een wollig ogend, zwartbruin verenkleed zonder duidelijke glans. Het voorhoofd draagt een klein kuifje. In het broedkleed verschijnen een kleine witte vlek op de stuit en enkele witte draadveertjes op kop en hals. Het oog is tweekleurig: de bovenhelft bruin, de onderhelft groen. De gezichtshuid is zwart en de snavel zwaar en donker. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer bruin met een bruin oog. Vliegt laag over zee met zware vleugelslagen.
Verwarringssoorten
De Kaapse aalscholver (Phalacrocorax capensis) is slanker, met een felgele tot oranje keelhuid, een groen oog en een glanzend blauwzwart verenkleed. De aalscholver (Phalacrocorax carbo) is groter, met een witte keel en borst bij volwassen vogels en een gele keelhuid. De kroonaalscholver (Microcarbo coronatus) is veel kleiner, met een lange staart en een rood oog.
Leefgebied
Koude, ondiepe kustwateren van de Benguelastroom met rotsbodem en kelpbossen, zelden meer dan tien kilometer uit de kust. Duikt naar de bodem op klipvissen, grondels en kreeftachtigen, waaronder de Kaapse langoest. Broedt in kolonies op golfbespoelde rotsen, eilanden en richels; het nest is een hoop kelp en ander zeewier, vastgekit met guano.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Endemisch voor de westkust van zuidelijk Afrika: van Hollamsbird Island ten zuiden van Walvisbaai in Namibië tot Quoin Point bij Kaap Agulhas in Zuid-Afrika. De grootste kolonies liggen op Mercury en Ichaboe voor de kust van Namibië; kleinere op Robbeneiland, Dyer Island en bij Stony Point. Komt nergens anders ter wereld voor.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Stony Point bij Betty’s Bay is de beste plek: de vogels broeden daar op de rotsen naast de pinguïnkolonie, samen met Kaapse aalscholvers, kroonaalscholvers en aalscholvers, zodat de vier soorten naast elkaar te vergelijken zijn. Let op het wollige, doffe verenkleed, de witte stuitvlek en het tweekleurige oog.
Staat van instandhouding
Bedreigd. Het broedbestand is sinds de jaren zeventig met meer dan de helft afgenomen tot enkele duizenden paren. De oorzaken zijn de ineenstorting van de langoestvoorraad en andere voedselbronnen door overbevissing en veranderingen in de Benguelastroom, verstoring van kolonies, predatie door Kaapse pelsrobben en meeuwen, olievervuiling en verdrinking in langoestkorven. De meeste broedplaatsen liggen in beschermde gebieden.
Wetenschappelijke naam
Phalacrocorax neglectus | (Wahlberg, 1855)
Wahlberg beschreef de soort in 1855 als Graculus neglectus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phalacrocorax werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Phalacrocorax is de Latijnse vorm van het Griekse phalakrokorax, van phalakros 'kaal' en korax 'raaf'. neglectus is Latijn voor 'over het hoofd gezien' — de soort was lang niet van andere aalscholvers onderscheiden. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit eilanden voor de kust van Namibië.

