Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers en tapuiten › Miomborotslijster
Miomborotslijster | Monticola angolensis
Miombo Rock Thrush | Roquero Angoleño
De miomborotslijster is de enige rotslijster die in bos leeft: een stille, onopvallende bewoner van open miombo, vaak in de buurt van rotsige heuvels. Hij zit lang roerloos op een lage tak en valt daardoor gemakkelijk weg tegen de schors en het bladerdak.
Geluid
De zang is een zachte, melodieuze reeks fluittonen en trillers, afgewisseld met krassende noten, vaak vanaf een hoge tak in de broedtijd van september tot november. De roep is een zacht, fluitend tsjie-oe en een droog tsjak.
Opname: Dries Van de Loock — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Een compacte rotslijster van 17 cm. Het mannetje heeft een blauwgrijze kop, keel en mantel met donkere schubvormige of gestreepte tekening op kruin en rug, een oranje borst en flanken en een witte buik en onderstaartdekveren. Vleugels bruin, staart oranjebruin met donkere middenpennen. Het vrouwtje is bruin gevlekt boven, met een witte keel omzoomd door een duidelijke zwarte baardstreep, en een oranje, fijn gevlekte borst. Zit rechtop op een tak, daalt naar de grond om insecten te pakken en keert dan terug naar een post.
Verwarringssoorten
De kortteenrotslijster (Monticola brevipes) en de Kaapse rotslijster (Monticola rupestris) komen niet in miombo voor en leven verder naar het zuiden en westen op rotsen; beide missen de witte buik en de gestreepte rug. De Kurrichanelijster (Turdus libonyana) heeft een oranje snavel, een grijsbruine rug en een witte keel met zwarte baardstrepen, maar geen oranje staart. Let bij twijfel op de oranje staart bij het opvliegen.
Leefgebied
Open, volgroeid miombo en ander loofverliezend bos met weinig ondergroei, vooral op hellingen en rond rotsige kopjes en granietkoepels; tot circa 2.000 m.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied in de miombogordel: het centrale plateau van Angola, Zambia (vooral het noorden, oosten en centrum), Malawi, het noorden en oosten van Zimbabwe (Mashonaland en de oostelijke hooglanden) en het westen en noorden van Mozambique (Tete, Manica, Niassa). Daarbuiten in het zuiden van Congo-Kinshasa en in Tanzania.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek in de vroege ochtend in open miombo rond granietkoepels en rotsige heuvels, bijvoorbeeld rond Harare of in Kasanka en Nyika, en speur de lagere takken af naar een rechtop zittende vogel. Hij laat zich het best opmerken door zijn val naar de grond en de oranje staart. In september tot november verraadt de zang hem.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is wijdverbreid maar schaars en plaatselijk. De voortgaande kap van miombo voor akkerbouw en houtskool verkleint het leefgebied, vooral in Malawi en Zimbabwe.
Wetenschappelijke naam
Monticola angolensis | Sousa, 1888
Sousa beschreef de soort in 1888 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Monticola werd in 1822 ingevoerd door Boie. Monticola is Latijn voor 'bergbewoner', van mons, montis 'berg' en colere 'bewonen'. angolensis betekent 'uit Angola', waar het eerste exemplaar werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Caconda, Angola.

