Alle soorten › Zangvogels › Tsjagra's en bosklauwieren › Monteiro's klauwier

Monteiro's klauwier | Malaconotus monteiri

Monteiro's Bushshrike | Gladiador de Monteiro

Monteiro’s klauwier is een grote, zwaargebouwde bosklauwier die in het gebied alleen in de bossen van West-Angola voorkomt. Hij lijkt sterk op de spookklauwier, maar leeft in bos in plaats van savanne en heeft een grijs oog en meer wit in het gezicht. Het is een van de gewilde soorten van het Angolese escarpement.

Monteiro's klauwier (Malaconotus monteiri)
Foto: Zieger M — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lage, langgerekte en droefgeestige fluittoon, hoeoeoeoe, vergelijkbaar met die van de spookklauwier, afgewisseld met harde klikken, snavelgeklepper en raspende tonen.

Luister: ZangXC815194

Opname: Niall Perrins — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 25–27 cm. De kop is groot en grijs, met een witte vlek die van de teugel tot boven en onder het oog doorloopt, zodat het oog in een witte omlijsting staat. Het oog is grijs, de snavel zwart, massief en sterk gehaakt. De rug, vleugels en staart zijn olijfgroen, met gele vlekken op de vleugel. De onderzijde is geel, met hooguit een zwakke oranje waas op de borst. De seksen zijn gelijk. Beweegt traag en weloverwogen door het middelste en hogere deel van het bladerdak.

Verwarrings­soorten

De spookklauwier Malaconotus blanchoti is iets kleiner, heeft een geel oog, een witte vlek die tot de teugel beperkt blijft en meestal een duidelijker oranje borst; hij leeft in savanne en open bosveld. De veelkleurige bosklauwier Chlorophoneus multicolor en de oranje bosklauwier Chlorophoneus sulfureopectus zijn veel kleiner en fijner gebouwd.

Leefgebied

Bergbos, galerijbos en de randen van vochtig bos op het escarpement, ook oude schaduwkoffieplantages met hoge bomen. Foerageert methodisch in het middelste en hogere bladerdak op grote insecten en kleine gewervelde dieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in West-Angola, in de bossen van de escarpementzone, vooral in Cuanza Sul (onder meer rond Gabela en Kumbira). Daarbuiten alleen in het zuidwesten van Kameroen, rond de Kameroenberg en het Bakossi-gebergte.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond. Het best te vinden in de bosgebieden rond Gabela en Kumbira in Cuanza Sul, bij voorkeur met een lokale gids. Luister vroeg in de ochtend naar de lage fluittoon en zoek dan geduldig in het bladerdak; de vogel zit vaak lang stil.

Staat van instandhouding

Gevoelig (NT). Het leefgebied in Angola krimpt door het kappen van bos voor landbouw, houtskool en de omvorming van oude schaduwkoffie tot akkers. De soort is weinig bestudeerd en de populatie is klein en versnipperd.

Wetenschappelijke naam

Malaconotus monteiri | (Sharpe, 1870)

Sharpe beschreef de soort in 1870 als Laniarius monteiri; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Malaconotus werd in 1824 ingevoerd door Swainson. Malaconotus komt van het Griekse malakos, 'zacht', en nōtos, 'rug' — naar de dichte, zachte veren van rug en stuit. monteiri eert de Portugese mijningenieur en natuuronderzoeker Joachim John Monteiro (1833–1878), die in Angola verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Donderivier, provincie Luanda, Angola.