Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Palmtortel

Palmtortel | Spilopelia senegalensis

Laughing Dove | Tórtola Senegalesa

De palmtortel is de kleine, roodbruine tortel van tuinen, erven en droge savanne in heel zuidelijk Afrika. Zonder halsband, met een roze kop en een kraag van zwarte stippen op de borst, is zij de meest vertrouwelijke duif van het gebied.

Palmtortel (Spilopelia senegalensis)
Foto: Siva301in — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, lachend en rollend koeren van vijf tot zeven tonen die eerst stijgen en dan weer dalen, oe-koe-koe-KOE-koe-oe. Bij het opvliegen klapperen de vleugels hoorbaar.

Luister: ZangXC1173546

Opname: African Bioacoustics Community — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 25 cm, slank met een vrij lange staart. Kop en hals zijn roze-wijnkleurig, zonder zwarte halsband. Op de bovenborst ligt een brede kraag van roestbruine veren met zwarte, tweedelige vlekjes. Mantel en schouders zijn warm roodbruin, de kleine en middelste vleugeldekveren blauwgrijs, wat in rust en in vlucht een opvallend grijs paneel geeft. De buik is wittig. De staart is donker met brede witte hoeken, goed zichtbaar bij het opvliegen. Het oog is donker, de poten zijn roze-rood. De seksen zijn nagenoeg gelijk; jonge vogels zijn valer, zonder duidelijke borstvlekken en met lichte randen aan de dekveren.

Verwarrings­soorten

De Kaapse tortel (Streptopelia capicola) is grijzer en groter en heeft een zwarte halsband op de achterhals. De roodoogtortel (Streptopelia semitorquata) is veel groter en donkerder, met een halsband en een rode oogring. De maskerduif (Oena capensis) is kleiner, met een zeer lange, spitse staart en roodbruine handpennen in vlucht. De smaragdvlekduif (Turtur chalcospilos) is gedrongen en kortstaartig, met glanzende groene vleugelvlekken. Het ontbreken van een halsband, de gestippelde borstkraag en het blauwgrijze vleugelpaneel maken de palmtortel eenduidig.

Leefgebied

Droge savanne en doornveld, Karoo-struweel, rivierbos in droge streken, landbouwgebied, dorpen, tuinen en stadsparken. Foerageert op de grond op zaden van grassen en kruiden, gemorst graan en kleine insecten. Drinkt dagelijks en komt daarvoor graag bij drinkbakken en vogelbaden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Over vrijwel het hele gebied verspreid, van de Kaap, Lesotho en Eswatini tot Namibië, Botswana, Zimbabwe, Mozambique, Zambia, Malawi en Angola; schaarser in gesloten bos, hooggebergte en de kale Namib. Verder over Afrika ten zuiden van de Sahara en in Noord-Afrika, en via Arabië en het Midden-Oosten tot in India; in West-Australië ingevoerd.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In vrijwel elke tuin, op elke camping en bij elke drinkplaats in het gebied. De vogels zijn zo tam dat de borstkraag en het blauwgrijze vleugelpaneel van dichtbij te bestuderen zijn. Let bij opvliegende vogels op de witte staarthoeken en het ontbreken van de halsband. Jaarrond.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en algemeen. De soort heeft sterk geprofiteerd van tuinen, landbouw en waterpunten, en breidt zich plaatselijk uit. Er zijn geen gerichte beschermingsmaatregelen nodig.

Wetenschappelijke naam

Spilopelia senegalensis | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Columba senegalensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Spilopelia werd in 1873 ingevoerd door Sundevall. Spilopelia is Grieks, van spilos 'vlek' en peleia 'duif', naar de gespikkelde halsvlek. senegalensis betekent 'uit Senegal', het land waar het eerst beschreven exemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.