Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Treurtortel

Treurtortel | Streptopelia decipiens

Mourning Collared Dove | Tórtola Engañosa

De treurtortel is de tortel met een grijze kop en een licht oog van de grote rivierdalen in het noorden van zuidelijk Afrika. Zij deelt haar leefgebied met de Kaapse en de roodoogtortel en vraagt daarom om een goede blik op kop en oog.

Treurtortel (Streptopelia decipiens)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Heel anders dan de verwante tortels: een zacht, dalend en rollend krrrrrrr-oe, vaak gevolgd door een tweedelig koe-KROE, en bij het landen een nasaal, rollend arrrrr. Het ontbreken van een driedelige of zesdelige cadans is diagnostisch.

Luister: ZangXC1172283

Opname: Paul Lynch — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 29 cm. Kop en bovenhals zijn zuiver lichtgrijs, scherp afgezet tegen de roze-wijnkleurige borst. Op de achterhals ligt een zwarte, aan de bovenkant wit omzoomde halsband. De bovendelen zijn grijsbruin, de buik en onderstaartdekveren lichter tot wittig. Het oog is licht, geel tot oranjegeel, omringd door een kale rode oogring, wat de vogel een 'starende' blik geeft. De staart heeft een donkere basis en brede witte hoeken. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn bruiner, met een vage halsband en lichte veerranden.

Verwarrings­soorten

De Kaapse tortel (Streptopelia capicola) heeft een grijsbruine, niet zuiver grijze kop, een donker oog zonder rode oogring en is bleker op de borst. De roodoogtortel (Streptopelia semitorquata) is groter en donkerder, met een roze kop, een donkerrood oog en een lichtgrijze in plaats van witte staarteindband. Het lichte oog met rode ring in een grijze kop is het beste kenmerk.

Leefgebied

Rivierbegeleidend bos en struweel in warme laaglanden, vooral met acacia's, ana- en jakkalsbessenbomen, en aangrenzend mopaneveld. Ook bij dorpen, rustkampen en akkers in rivierdalen. Foerageert op de grond op zaden en drinkt dagelijks aan de rivier.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied beperkt tot de warme rivierdalen in het noorden: de Kunene en de Zambezi-regio in Namibië, de Okavango, Linyanti en Chobe in Botswana, de Zambezi, Kafue en Luangwa in Zambia, de Zambezi- en Limpopo-Savedalen in Zimbabwe, de Zambezi en Save in Mozambique, het Shiredal en de oevers van het Malawimeer, het zuiden van Angola en in Zuid-Afrika alleen het noorden van het Krugerpark langs de Limpopo en Luvuvhu. Verder door de Sahel van Senegal tot Ethiopië en Somalië, en zuidwaarts door Oost-Afrika.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Pafuri in het noorden van het Krugerpark, de Okavangodelta en de Chobe-oever bij Kasane, en rustkampen langs de Zambezi. Luister naar de rollende, bijna knorrende roep en kijk naar het lichte oog in een grijze kop. Jaarrond.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in het grootste deel van het areaal algemeen. In Zuid-Afrika is zij door het kleine en geïsoleerde voorkomen een schaarse broedvogel. Aantasting van rivierbos door kap en waterwinning is plaatselijk een bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Streptopelia decipiens | (Hartlaub & Finsch, 1870)

Hartlaub & Finsch beschreef de soort in 1870 als Turtur decipiens; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Streptopelia werd in 1855 ingevoerd door Bonaparte. Streptopelia is Grieks, van streptos 'halsband, gedraaide ketting' en peleia 'duif', naar de donkere halsband van deze tortels. decipiens is Latijn voor 'misleidend' — vermoedelijk omdat de soort gemakkelijk met andere halsbandtortels wordt verward. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Dongola, Soedan.