Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Rotsduif

Rotsduif | Columba livia

Rock Dove | Paloma Bravía

De rotsduif komt in zuidelijk Afrika alleen voor als verwilderde stadsduif, afkomstig van tamme duiven die met Europese kolonisten zijn meegekomen. Zij is gebonden aan steden, dorpen, havens en graansilo's en heeft vrijwel geen wilde populaties buiten de bebouwing.

Rotsduif (Columba livia)
Foto: william_stephens — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, rollend koeren, oe-roe-koe, en bij de balts een opgeblazen, herhaald roe-koe-koe terwijl het mannetje met opgezette hals rondjes draait. Bij het opvliegen klappen de vleugels hoorbaar.

Luister: VluchtroepXC462611

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 33 cm, compact, met een kleine kop en spitse vleugels. Het oorspronkelijke wildkleed is blauwgrijs met een groen en paars glanzende hals, twee zwarte vleugelbanden, een witte onderrug en een donkere eindband op de staart. Verwilderde vogels variëren sterk: van bijna wit, roodbruin of gevlekt tot geheel zwartachtig, vaak met een geblokt vleugelpatroon. Oog oranje, snavel donker met een witte neusdop, poten rood. De seksen zijn nagenoeg gelijk.

Verwarrings­soorten

De Guineaduif (Columba guinea) heeft witte driehoekige stippen op een roodbruine vleugel en een brede rode naakte oogvlek, en broedt ook op gebouwen; kruisingen zijn niet bekend. De olijfduif (Columba arquatrix) is donker wijnrood met een gele snavel en leeft in bos. Tortels zoals de Kaapse tortel (Streptopelia capicola) zijn slanker, bruingrijs en hebben een zwarte halsband.

Leefgebied

Stadscentra, stations, havens, graansilo's, fabrieken en boerderijen, waar gebouwen richels en holten bieden. Foerageert op straten, pleinen, stortplaatsen en akkers op zaden, graan en voedselresten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In alle landen van het gebied in steden en grotere dorpen, het talrijkst in Zuid-Afrika, Zimbabwe en de steden van Namibië, Botswana en Mozambique; buiten de bebouwing vrijwel afwezig. De wilde vorm komt oorspronkelijk voor op rotskusten en in bergen van Europa, Noord-Afrika en Zuidwest-Azië; verwilderde vogels leven nu in steden over de hele wereld.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In elke stad, rond stations, markten en graansilo's. Let bij grote groepen op individuen met het oorspronkelijke wildkleed, en bij silo's en bruggen op het verschil met de Guineaduif, die daar vaak tussen zit. Jaarrond.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; wereldwijd zeer talrijk. In het gebied een geïntroduceerde soort die als plaag geldt in steden en graanopslagen. Zij concurreert mogelijk met de Guineaduif om nestplaatsen op gebouwen en vormt een prooi voor slechtvalken die in steden broeden.

Wetenschappelijke naam

Columba livia | Gmelin, 1789

Gmelin beschreef de soort in 1789 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Columba werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Columba is het Latijnse woord voor 'duif'. livia is een middeleeuws-Latijnse nevenvorm van livida 'loodgrijs, blauwgrijs', de vertaling die Theodorus Gaza gaf van het Griekse peleia 'duif', zelf van pellos 'donker'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit zuidelijk Europa.