Alle soorten › Zangvogels › Prachtvinken › Roze amarant

Roze amarant | Lagonosticta rhodopareia

Jameson's Firefinch | Amaranta de Jameson

De roze amarant is de amarant van droge, open doornsavanne: een roze-rood vogeltje dat in paartjes onder de struiken naar graszaadjes zoekt. Hij lijkt sterk op de donkerrode amarant, maar is lichter en rozer en leeft in een drogere omgeving.

Roze amarant (Lagonosticta rhodopareia)
Hoofdfoto · Foto: Derek Keats — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

Een snelle, rinkelende triller, trrrrrrt, als alarm, en een herhaald, helder tsjiet of vit-vit als contactroep. De zang is een zacht gekwetter met fluitende tonen, meestal vanuit een struik.

Luister: ZangXC960875

Opname: Ehren Eksteen — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10 tot 11 cm. Het mannetje is van onderen rozerood met enkele kleine witte stippels op de borstzijden; de buik is naar achteren zwartachtig, de onderstaartdekveren zijn zwart. Kruin, nek en rug zijn grijsbruin met een duidelijke roze waas, zodat de hele vogel rozig oogt; stuit en bovenstaartdekveren zijn rood, de staart zwart. De snavel is blauwgrijs met een donkere punt, de oogring lichtgrijs en onopvallend. Het vrouwtje is lichter, zalmroze tot oranjeroze van onderen, met een rode teugel. Jonge vogels zijn bruin met een rode stuit, zonder stippels.

Verwarrings­soorten

De donkerrode amarant (Lagonosticta rubricata) is dieper karmijnrood met een zuiver bruine rug, en leeft in dichte, vochtige ruigte en bosranden. Het vuurvinkje (Lagonosticta senegala) heeft een roze-rode snavel, een gele oogring en lichtbruine onderstaartdekveren; het vrouwtje is bruin met alleen een rode teugel. De bruine amarant (Lagonosticta nitidula) is grotendeels bruin met een bruine stuit. Let op rugkleur, snavelkleur en de kleur van de onderstaartdekveren.

Leefgebied

Droge, open savanne en doornveld met hoog gras en struiken, randen van mopane- en gemengd bosveld, rotsige heuvels met struikgewas en verlaten akkers. Foerageert op de grond in paartjes of kleine groepjes, vaak met andere astrilden. Is de waardvogel van de purperstaalvink (Vidua purpurascens), die haar eieren in zijn nest legt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied in Angola, Zambia, Malawi, Mozambique, Zimbabwe, het noorden en oosten van Botswana, het noorden van Namibië, Eswatini en het noordoosten van Zuid-Afrika (Limpopo, Mpumalanga en het noorden van KwaZoeloe-Natal). Daarbuiten verbrokkeld in Oost-Afrika, van Tanzania en Kenia tot Ethiopië en Zuid-Soedan.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in het Krugerpark en het Zimbabwaanse Laagveld langs wegranden met hoog gras en doornstruiken, vroeg in de ochtend als paartjes op de grond foerageren. Bij verwarring met de donkerrode amarant geven habitat en de rozige rug de doorslag. Een zingende purperstaalvink in de buurt verraadt vaak dat er roze amaranten broeden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen maar vaak onopvallend in droge savanne. Er zijn geen aanwijzingen voor een wezenlijke achteruitgang; overbegrazing van de grasmat kan lokaal voedsel en dekking verminderen.

Wetenschappelijke naam

Lagonosticta rhodopareia | (Heuglin, 1868)

Heuglin beschreef de soort in 1868 als E[strelda] rhodopareia; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Lagonosticta werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Lagonosticta komt van het Griekse lagōn, 'flank', en stiktos, 'gestippeld' — naar de witte stippen op de flanken van de amaranten. rhodopareia komt van het Griekse rhodon, 'roos', en pareia, 'wang' — naar de roze kop en wangen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Keren, Eritrea.