Alle soorten › Roofdieren › Zeehonden
Zeehonden | Phocidae
True seals | Focas
Roofdieren die naar het water zijn teruggekeerd en het daar zo ver hebben gebracht dat ze op het land nauwelijks meer vooruitkomen: de achterpoten staan permanent naar achteren gericht en kunnen niet onder het lichaam worden gevouwen, zodat een zeehond op het strand rupsend voortschuift. In het water zijn het juist die achtervoeten die stuwen, met slagen van links naar rechts. Er is geen uitwendig oor — de naam oorloze zeehonden komt daarvandaan — en de neusgaten sluiten vanzelf. Onder de huid ligt een dikke laag spek die isoleert, drijfvermogen geeft en als voorraad dient; de vacht doet er weinig toe en wordt jaarlijks in één keer verwisseld. Bij het duiken zakt de hartslag tot enkele slagen per minuut en wordt het bloed naar hart en hersenen geleid. Het jong wordt op het land of op het ijs geboren, drinkt melk die tot de helft uit vet bestaat en is in dagen tot weken zelfstandig; de moeder eet in die tijd meestal niet. De snorharen zijn geen bijzaak maar het jachtwerktuig: ze voelen de wervels die een zwemmende vis achterlaat, tot ver nadat die is gepasseerd.
Inheemse soorten 8 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen, ook waar ze zijn uitgezet om een verdwenen populatie terug te brengen. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.
Pusa 2 soorten
Erignathus 1 soort
Cystophora 1 soort




















