Alle soorten › Roofdieren › Hondachtigen › Fennek
Fennek | Vulpes zerda
Fennec fox | Fénec
De fennek is een vos van de zandwoestijnen van Noord-Afrika. Het Handbook of the Mammals of the World noemt hem de kleinste hondachtige, met in verhouding tot het lichaam de grootste oren van de familie. In het gidsgebied leeft de soort aan de noordrand van de Sahara, vooral in Zuid-Marokko en in Tunesië. Vroeger stond hij in een eigen geslacht, Fennecus; nu valt hij onder Vulpes, met de Afghaanse vos als naaste verwant.
Sporen
De fennek graaft holen in zand, waarin hij de heetste uren van de dag doorbrengt; waar de soort voorkomt zijn die holen en de sporen in het zand eromheen de meest zichtbare aanwijzing. Specifieke maten van de prent zijn in de gebruikte bronnen niet gevonden. Voedseloverschotten worden opgeborgen.
Herkenning
Een zeer kleine, tengere vos met een fijne snuit, dunne poten en zeer grote oren van ongeveer 15 cm, die aan de achterkant donkerder zijn en aan de binnenkant en de randen wit. De vacht is dik, lang en zacht, zand- tot crèmekleurig, soms met een lichtbruine, rossige of grijze zweem, met een lichtere onderzijde. De ogen zijn groot en donker; vanaf de binnenooghoek loopt een donkere streep schuin naar beneden langs de snuit. De staart is dicht behaard, met een donkere punt en een donkere vlek boven de staartklier. Een dichte vacht onder de voeten bedekt de zolen.
Gelijkende soorten
De zandvos heeft ook grote oren, maar is groter en langer gebouwd, zonder donkere tekening op de oorachterkant, met zwarte snorvlekken tot aan het oog, een zwarte vlek aan de staartbasis en meestal een witte staartpunt. De rode vos van Noord-Afrika is kleiner en bleker dan in Europa, maar nog altijd veel groter dan de fennek, met zwarte oorachterkanten. Op een foto zijn het kleine formaat, de zeer grote oren en de staart zonder witte punt samen het snelste houvast.
Leefgebied
Vrijwel uitsluitend droge zandgebieden: duinen en zandvlakten met woestijngrassen en lage struiken. In Zuid-Marokko werden fenneks algemeen gezien in alle zandgebieden op afstand van vaste menselijke nederzettingen. De soort kan onbeperkt zonder vrij drinkwater; het vocht komt vrijwel geheel uit het voedsel.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
De zandwoestijnen en halfwoestijnen van Noord-Afrika, van Marokko en Mauritanië tot Egypte en de noordelijke Sinaï, en zuidwaarts tot Niger, Tsjaad en Soedan. In het gidsgebied valt alleen de noordrand van de Sahara; de waarnemingen daarin komen vooral uit Zuid-Marokko, daarnaast uit Tunesië en Algerije.
- Inheems
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
Vooral nachtactief, met ook activiteit in de schemer; in Zuid-Marokko waren de dieren in de winter geregeld tot halverwege de ochtend actief. De fennek is een alleseter: kleine knaagdieren, hagedissen, vogels, eieren en insecten, en daarnaast vruchten, bladeren en wortels. De paartijd valt in januari en februari; de draagtijd is 50 tot 53 dagen, en een worp telt gewoonlijk twee tot vier jongen, soms vijf of zes. De soort houdt geen winterrust.
Waar en wanneer kijken
In de zandgebieden van Zuid-Marokko, zoals rond de duinvelden van de Sahara-rand, geeft een zoektocht in de schemer of met een lamp in de eerste uren van de nacht de beste kans. Overdag zijn de holen en de sporen in het zand het enige wat van de soort te zien is. Fenneks die langs toeristische routes aan bezoekers worden getoond of verkocht, zijn gevangen dieren; de soort is in Marokko wettelijk beschermd.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC, 2015). De totale aantallen zijn niet bekend; de aanname dat de soort niet bedreigd is, berust er deels op dat fenneks in Noord-Afrika nog geregeld worden gevangen en verkocht. De belangrijkste bedreiging is die vangst, voor tentoonstelling aan toeristen, voor de huisdierenhandel en voor de pels. In Zuid-Marokko is de soort verdwenen rond nieuwe vaste nederzettingen. In Marokko, inclusief de Westelijke Sahara, is de fennek wettelijk beschermd.
Wetenschappelijke naam
Vulpes zerda | (E. A. W. von Zimmermann, 1780)
E. A. W. von Zimmermann beschreef de soort in 1780 als Canis zerda; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Vulpes is het Latijnse woord voor 'vos'. zerda is geen Latijn: het is de naam die klassieke schrijvers aan een kleine woestijnvos van Libië gaven en die Zimmermann overnam. Meestal wordt het bij het Griekse xēros 'droog, dor' ondergebracht, maar zeker is dat niet. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sahara.

