Alle soorten › Roofdieren › Mangoesten › Indische mangoeste
Indische mangoeste | Urva auropunctata
Herpestes javanicus | Herpestes javanicus
De Indische mangoeste komt van nature voor van Irak en Iran tot India, Bangladesh, Myanmar en Zuid-China. In Europa is zij in 1910 op het Kroatische eiland Mljet uitgezet om de zandadder te bestrijden. Vanaf Mljet werd zij naar andere Dalmatische eilanden en het schiereiland Pelješac gebracht, en sindsdien breidt zij zich langs de kust uit, tot in Montenegro, Bosnië en Herzegovina en Albanië. Sinds 2016 staat zij op de Unielijst van invasieve uitheemse soorten. De soort werd lang met de Javaanse mangoeste onder Herpestes javanicus samengevoegd, en onder die naam staat zij op de Unielijst.
Sporen
De mangoeste markeert met de afscheiding van de anaalklieren, die uitmonden in een anaalzakje; ze wrijft dat zakje over voorwerpen. Rustplaatsen liggen in omgevallen bomen en holten tussen wortels, en in het oorspronkelijke areaal in zelf gegraven holen. Omdat de soort overdag actief is, levert gericht zoeken en een cameraval meer op dan sporenonderzoek. Een aanwijzing voor haar aanwezigheid op een eiland is het ontbreken van de zandadder en de Balkansmaragdhagedis in geschikt terrein.
Herkenning
Een kleine, slanke mangoeste met korte poten, een spitse snuit met zwartachtige neusspiegel, kleine ogen met bruine iris en korte oren. De vacht is geelbruin, roodbruin of donker geelgrijs; de haren zijn wit en donker geringd, waardoor de vacht fijn gespikkeld oogt. De staart is aan de basis gespierd en loopt geleidelijk taps toe. Elke voet heeft vijf tenen met lange, scherpe, niet-intrekbare nagels, en de zolen zijn naakt. Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes, vooral in ingevoerde bevolkingen.
Gelijkende soorten
Langs de Adriatische kust leeft geen andere mangoeste. De steenmarter is groter en heeft een ruige staart en een witte keelvlek; de wezel is veel kleiner, met een korte staart en een witte onderzijde; de bunzing is donker met een wit gezichtsmasker. De Egyptische ichneumon van Iberië, Noord-Afrika en de Levant is veel groter (48–60 cm kop-romp, 1,7–4 kg) en heeft een staart die in een zwarte pluim eindigt; beide soorten komen in het gidsgebied niet samen voor.
Leefgebied
In het oorspronkelijke areaal bos, struweel en open terrein, ook dicht bij menselijke bewoning. In Montenegro valt de verspreiding samen met mediterrane maquis en garrigue in een smalle kustzone tot 300 m hoogte.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
Van nature Zuidwest- en Zuid-Azië: van Irak en Iran via Afghanistan, Pakistan, India, Nepal en Bhutan tot Bangladesh, Myanmar en Zuid-China. Ingevoerd op tientallen eilanden in het Caribisch gebied, de Stille en de Indische Oceaan, in Japan, Suriname, Guyana en Frans-Guyana, en in Kroatië. In de Adriatische Zee werd de soort in 1910 op Mljet uitgezet, en daarna op Korčula, Hvar, Čiovo en Škrda en op het schiereiland Pelješac. Vanaf daar breidt zij zich langs de Dalmatische kust uit, tot de Neretva in het noorden. Montenegro werd vanaf de tweede helft van de jaren tachtig op eigen kracht bereikt; de soort bezet er inmiddels de hele kust van de Kroatische tot de Albanese grens, over 447 km². Ook in Oost-Herzegovina (Bosnië en Herzegovina) dringt zij het binnenland in.
- Ingeburgerd
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
Overdag actief; op Caribische eilanden vooral tussen 10.00 en 16.00 uur en weinig op regendagen. De soort leeft grotendeels solitair, maar in ingevoerde bevolkingen worden dieren vaak dicht bij elkaar gezien; op Oahu (Hawaï) vormden mannetjes in de paartijd coalities en deelden ze soms een slaaphol. Leefgebieden meten op eilanden enkele tot ruim honderd hectare. De mangoeste is een alleseter: insecten, reptielen, duizendpoten, spinachtigen, knaagdieren, krabben, vogels, amfibieën en plantaardig materiaal. De draagtijd is ongeveer 49 dagen; er worden gemiddeld 2 (1 tot 5) jongen geboren, en er kunnen 2 tot 3 worpen per jaar zijn.
Waar en wanneer kijken
Op Mljet, Korčula, Hvar en Pelješac en langs de kust van Zuid-Dalmatië en Montenegro is de soort overdag te zien, vooral in maquis. Een waarneming buiten het bekende gebied, of in het binnenland, is van belang voor het volgen van de uitbreiding: meld die met foto en plaats aan de nationale instantie voor invasieve soorten.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC, 2016) op wereldschaal. In Europa is de soort een invasieve exoot: zij staat sinds 2016 onder de naam Herpestes javanicus op de Unielijst van de Europese Unie. Op Korčula en Mljet ontbraken de zandadder en de Balkansmaragdhagedis in onderzoek volledig, en op Hvar waren ze zeldzaam. De mangoeste is tot nu toe alleen van zes zeer kleine eilanden verwijderd. Voor Montenegro werd gewaarschuwd voor de gevolgen voor de reptielen en amfibieën van de zuidelijke Adriatische kust, een van de soortenrijkste gebieden van Europa voor deze groepen. Elders heeft de soort als exoot bijgedragen aan het uitsterven van vogels, zoogdieren en reptielen op eilanden, en zij kan hondsdolheid en leptospirose overbrengen.
Wetenschappelijke naam
Urva auropunctata | (B. H. Hodgson, 1836) (GBIF: Herpestes javanicus)
B. H. Hodgson beschreef de soort in 1836 als Mangusta Auropunctata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Urva is een inheemse naam die Hodgson in Nepal optekende: hij gebruikte hem in 1836 als soortnaam en het jaar daarop als geslachtsnaam. Verder licht hij het woord niet toe. auropunctata is Latijn voor 'goudgestippeld', van aurum 'goud' en punctatus 'gestippeld', naar de gouden spikkeling die de haarringen in de vacht geven. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Nepal.




