Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes ramos
Nepenthes ramos
Een soort met twee levens in de literatuur. Nepenthes ramos werd in 2013 door Cheek en Jebb beschreven naar herbariummateriaal dat in 1919 door de Filipijnse verzamelaar Maximo Ramos in de provincie Surigao op Mindanao was gemaakt; al in 1908 had Macfarlane dezelfde planten als Nepenthes alata var. ecristata benoemd. Drie jaar later bezochten Duitse en Filipijnse botanici de soort in het veld, en wat een schimmige herbariumsoort leek, bleek een wijdverbreide en uiterst variabele plant te zijn. Ze gaven een uitgebreide nieuwe beschrijving en brachten Nepenthes kurata onder in deze soort. Het is een lid van de alata-groep.



Herkenning
Een klimplant met ronde stengels van zes tot acht millimeter dik, die net als de binnenkant van de middennerf dicht behaard zijn. De bladeren zijn smal elliptisch-langwerpig, 13,5 tot 22 cm lang en 3 tot 3,7 cm breed, met twee paar lengtenerven en een gevleugelde, gegroefde bladsteel die tot 10 cm lang kan worden. Kenmerkend zijn de bovenbekers: bijna cilindrisch, 14 tot 20 cm hoog, aan voet en top ongeveer even breed en halverwege licht ingesnoerd, zonder gefranjerde vleugels in de oorspronkelijke beschrijving. Het peristoom is smal, ongeveer drie millimeter aan de voorzijde; het deksel is eirond en vrij groot, 4,3 tot 5,1 cm lang, met aan de onderkant een goed ontwikkeld maar nooit haakvormig aanhangsel. Veldwaarnemingen voegden daar aan toe dat de kleur sterk varieert, van effen bleekgroen via groen met roodbruine vlekken tot geheel rood, en dat bij veel planten in het bovenste deel van de beker toch korte franjes voorkomen. Onderbekers zijn in het veld niet vastgelegd.
Gelijkende soorten
Het naast verwant en het moeilijkst te scheiden is Nepenthes negros van de Visayas, waarvan de bovenbekers aan de voet het breedst zijn en naar boven versmallen, met gefranjerde vleugels en een haakvormig aanhangsel onder het deksel; er is gesuggereerd dat die soort binnen de variatie van Nepenthes ramos zou kunnen vallen. Nepenthes kurata, eerder als aparte soort beschreven op grond van dekselvorm, vleugels en insnoering, wordt sinds 2016 als synoniem beschouwd, omdat die kenmerken binnen ramos zo sterk variëren dat de twee in het veld niet te scheiden zijn. Andere Mindanaose soorten van de groep, zoals Nepenthes mindanaoensis, hebben bovenbekers die duidelijk aan de voet het breedst zijn.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil van het gewone kannenplanttype. De bovenbekers hangen aan de ranken en vangen vooral vliegende en klimmende insecten; de lichte insnoering halverwege geeft ze een wat zandlopervormig profiel. Het smalle peristoom is glad als het nat is, en het grote deksel, dat soms zo breed is dat het de opening optisch vergroot, draagt aan de onderkant een aanhangsel met nectarklieren dat dieren boven de opening lokt. De sterke kleurvariatie, van groen tot geheel rood, zou met het aantrekken van verschillende prooidieren te maken kunnen hebben, maar daar is geen onderzoek naar gedaan. Er is niets gepubliceerd over de prooi van deze soort.
Standplaats en ecologie
Veelzijdig. De planten groeien volgens de veldbeschrijving in een brede reeks leefgebieden: op open plekken met vulkanische bodem en ook in dicht bos (B5, B1). De oorspronkelijke beschrijvers vermoedden dat de soort op ultramafische grond groeit, zoals veel kannenplanten van noordoostelijk Mindanao (R3). Meestal wortelen de planten in de bodem, maar de onderzoekers achten het waarschijnlijk dat ze ook op boomtakken kunnen groeien. De typecollectie werd gemaakt op 670 m; een betrouwbaar hoogtebereik voor de soort als geheel is niet gepubliceerd, zodat het hoogteveld leeg blijft.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op de Filipijnen. De typevindplaats ligt in de provincie Surigao in het noordoosten van Mindanao, maar sinds de nieuwe beschrijving van 2016 geldt de soort als wijdverbreid op Mindanao en de naburige eilanden; waarnemingen zijn gemeld uit onder meer Bukidnon en Davao Oriental. Ons eigen overzicht noemt alleen Surigao; dat is dus te krap. Omdat ook Nepenthes kurata, eerder bekend van andere bergen, nu bij deze soort hoort, is het areaal aanzienlijk groter dan de oorspronkelijke beschrijving deed vermoeden.
- Inheems
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten erkend, maar de soort is in bekerkleur en -vorm uitgesproken variabel: effen bleekgroen, groen met roodbruine spikkels of geheel rood; met of zonder korte franjes in het bovenste deel van de beker; een meer of minder uitgesproken insnoering; en soms een ongewoon groot deksel. Juist die variatie was de reden om Nepenthes kurata onder deze soort te brengen. De historische naam Nepenthes alata var. ecristata is een synoniem. Natuurlijke hybriden zijn in de geraadpleegde literatuur niet beschreven.
Waar en wanneer te zien
Omdat de soort zowel in open terrein als in bos groeit, loont het op Mindanao om bij elke kannenplant van de alata-groep te kijken naar de vorm van de bovenbeker: even breed aan voet en top, met een lichte taille halverwege, wijst op Nepenthes ramos. Open plekken langs wegen en paden op vulkanische grond zijn gemakkelijker te doorzoeken dan dicht bos. Let op de grote kleurverschillen tussen planten die vlak naast elkaar staan; ze zijn geen reden om aan meerdere soorten te denken. In delen van Mindanao is de veiligheidssituatie wisselend, dus informeer vooraf.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst is de soort (nog) niet geëvalueerd. De onderzoekers die haar in 2016 opnieuw beschreven, stelden de categorie gevoelig (Near Threatened) voor: sommige leefgebieden worden bedreigd door dagbouwmijnen en landbouw, andere liggen in beschermde gebieden. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist. Door de brede ecologische tolerantie lijkt ze minder kwetsbaar dan veel verwanten met één enkele vindplaats.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes ramos | Jebb & Cheek, 2013
Nepenthes ramos werd in 2013 beschreven door Martin Cheek en Matthew Jebb, in "Nepenthes ramos (Nepenthaceae), a new species from Mindanao, Philippines" (Willdenowia 43(1): 107-111). Het typemateriaal werd al in 1919 verzameld op 670 m hoogte in noordoostelijk Mindanao, Filipijnen; de soort is slechts van een handvol herbarium-exemplaren bekend. Noordoostelijk Mindanao, Filipijnen, op 670 m hoogte. De soortsnaam eert de Filipijnse plantenverzamelaar Maximo Ramos, die het typemateriaal samen met J. Pascasio verzamelde.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.