Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes truncata
Nepenthes truncata
Een reus onder de kannenplanten van de Filipijnen, herkenbaar aan bladeren die aan de top lijken afgesneden. Nepenthes truncata werd in 1911 beschreven door John Muirhead Macfarlane; de naam komt van het Latijnse truncatus, 'plotseling eindigend', naar de afgeknotte tot diep ingesneden bladtop. Een later herbariumnaam, Nepenthes megamphora, verwees naar de grote bekers. De soort was lange tijd alleen bekend van een paar fragmentarische verzamelingen uit het noordoosten van Mindanao. Een donkere hooglandplant die er vroeger toe werd gerekend, is sindsdien als aparte soort beschreven: Nepenthes robcantleyi.



Herkenning
Een forse, terrestrische struik van minstens een meter, die volgens de Flora Malesiana waarschijnlijk niet klimt, met stengels van 1,5 tot 3 cm dik. De bladeren zijn dik en leerachtig en staan op lange, gegoot-gevleugelde bladstelen tot 27 cm. De bladschijf wordt tot 45 cm lang en 22 cm breed; de top is meer of minder diep ingesneden of uitgerand, de voet afgeknot tot ondiep hartvormig. Dat is het veldkenmerk bij uitstek. De bladrand draagt een dichte franje van rode, vertakte haren, terwijl stengel en blad verder kaal zijn. De bovenbekers zijn cilindrisch, tot 30 cm hoog en 10 cm breed, zonder vleugels en met een roestbruin behaarde buitenkant. Het peristoom is afgeplat en tot zes centimeter breed, met grove ribben, rood met groene strepen. Het deksel is groot, tot 9,5 cm lang, en draagt aan de voet van de onderkant een afgeronde klierrijke kam. De onderbekers hebben twee gefranjerde vleugels.
Gelijkende soorten
Geen andere soort combineert zo'n afgeknotte of ingesneden bladtop met zulke grote, lang gesteelde bladeren. De Flora Malesiana ziet verwantschap met de Nepenthes maxima-groep, vanwege de sterk gesteelde bladeren, het deksel met aanhangsel en de tweebloemige bloemsteeltjes. De naaste verwant is Nepenthes robcantleyi, die vroeger als donkere hooglandvorm van deze soort gold en nu apart wordt gehouden. Andere grote soorten van Mindanao, zoals Nepenthes merrilliana, hebben smalle, lijnvormige bladeren met een spitse top en bekers met een smaller peristoom.
De val en hoe hij werkt
Een grote, cilindrische val met een uitzonderlijk breed peristoom. Het peristoom, tot zes centimeter breed en grof geribd, biedt een groot glad oppervlak waarop insecten landen en wegglijden zodra het nat is. Het deksel draagt aan de onderkant een afgeronde kam met veel nectarklieren, die de prooi precies boven de mond lokt. De bovenbekers missen vleugels en hangen of staan tussen de bladeren; de onderbekers hebben wel gefranjerde vleugels, die als loopplank voor kruipende dieren dienen. De bekers kunnen groot genoeg worden om incidenteel kleine gewervelden te vangen, maar voor wilde planten is dat in de geraadpleegde literatuur niet gedocumenteerd; de gewone prooi bestaat uit insecten.
Standplaats en ecologie
Open berghellingen, vermoedelijk op ultramafisch substraat, op 230 tot 600 m volgens de Flora Malesiana (R3, B5). Latere overzichten noemen een veel ruimer hoogtebereik, van zeeniveau tot 1500 m, maar daarin zijn mogelijk planten meegerekend die nu tot Nepenthes robcantleyi worden gerekend. Het noordoosten van Mindanao en de eilanden Dinagat en Leyte kennen grote ultramafische gebieden met open, voedselarme vegetatie, waar lichtminnende kannenplanten gedijen.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in de Filipijnen. De Flora Malesiana noemt het noordoosten van Mindanao; latere overzichten melden de soort ook van de eilanden Dinagat en Leyte. Onze eigen soortenlijst noemt Mindanao, wat met de kern van het gebied overeenkomt. Omdat de soort op de Rode Lijst als bedreigd staat, geeft deze gids geen nauwkeuriger ligging dan de eilanden en de streek.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven. De donkere hooglandplant die vroeger als vorm van deze soort gold, is nu Nepenthes robcantleyi. Er zijn natuurlijke hybriden gemeld met Nepenthes mindanaoensis en met planten die onder de oude, brede naam Nepenthes alata vielen; een kruising met Nepenthes petiolata wordt vermoed. Pas geopende bekers zijn groener en effener; oudere bekers ontwikkelen sterker gekleurde peristomen, rood met groene strepen.
Waar en wanneer te zien
Deze soort is bedreigd en gewild bij verzamelaars; een vindplaatstip is daarom niet op zijn plaats. Wie in het noordoosten van Mindanao of op Dinagat reist, kan op open, rotsige hellingen met laag struweel letten op de onmiskenbare bladeren met ingesneden top en de grote, cilindrische bekers met breed rood-groen peristoom. Neem geen planten of zaad mee, deel geen exacte locaties en respecteer de regels van lokale overheden en landeigenaren. Het veiligheidsbeeld in delen van Mindanao wisselt; informeer je vooraf goed.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst als bedreigd (Endangered), op grond van een oudere beoordeling (versie 2.3 van de criteria). De soort was bij die beoordeling alleen van enkele fragmentarische verzamelingen bekend. Het noordoosten van Mindanao en Dinagat zijn zwaar getroffen door mijnbouw op ultramafisch gesteente, met name voor nikkel en chroom, en door ontbossing. Als lid van het geslacht Nepenthes staat ze in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist; de handel in deze populaire soort berust grotendeels op kweekmateriaal.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes truncata | Macfarlane, 1911
Beschreven door John Muirhead Macfarlane in 1911, in "New species of Nepenthes", Contributions from the Botanical Laboratory of the University of Pennsylvania, deel 3, nr. 3, p. 207-210. De precieze typelocatie (eiland/plek, coördinaten) kon niet met zekerheid worden achterhaald. De soort komt voor op de Filipijnse eilanden Dinagat, Leyte en Mindanao. Van het Latijnse truncatus ("abrupt afgesneden") — verwijst naar de hartvormige bladvoet die abrupt eindigt in plaats van geleidelijk te versmallen.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.