Alle soorten › Zangvogels › Goudhaantjes
Goudhaantjes | Regulidae
Zeer kleine, bolronde vogels met een korte staart en een naaldfijn snaveltje, waarmee ze springstaarten, bladluizen en spinneneitjes tussen naalden en schorsspleten wegpikken, meestal hangend onder een takuiteinde en soms even biddend voor het blad. Kenmerkend is de kruin: een gele tot vuurrode streep die aan weerszijden zwart is omzoomd en die bij balts en dreiging wordt opgezet; de koptekening geeft bij elke soort de doorslag. De stem ligt uitzonderlijk hoog, rond de acht kilohertz, zo hoog dat oudere waarnemers de familie niet meer horen. Het nest is een diep, hangend kommetje van mos, korstmos en spinrag onder een naaldtak, van binnen met honderden veertjes gevoerd, met acht tot elf eieren — een groot legsel voor zo'n klein lichaam. In winternachten kruipen de vogels dicht tegen elkaar om warmte te sparen.
Inheemse soorten 2 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.






